Home

De stilte van feministen over het Franse abayaverbod is oorverdovend

De afgelopen maand heeft het Collectief tegen Islamofobie in Europa talloze klachten ontvangen van jonge Franse meisjes die het recht op onderwijs wordt ontzegd omdat ze proberen ‘hun lichaam te bedekken’.

Ja, dat leest u goed. Het zogenoemde abayaverbod is een recentelijk ingevoerde maatregel in Frankrijk die kleding met een ‘religieuze symboliek’ uitbreidt tot alle loszittende kleding met lange mouwen en leerlingen verbiedt om deze te dragen in openbare scholen. Het verbod geldt voor iedereen, inclusief jongens, maar heeft onevenredig grote gevolgen voor moslimmeisjes.

Zoals altijd zijn racisme en islamofobie de perfecte bliksemafleider voor falende overheidsdiensten. Met een nationale onderwijscrisis, bijna 2.000 dakloze studenten en een tekort van meer dan 3.000 leraren, vond de Franse minister van Onderwijs dat het zijn prioriteit moest zijn om jonge geracialiseerde vrouwen te vertellen wat ze moeten dragen.

Over de auteur

Nani Jansen Reventlow is oprichter en directeur van Systemic Justice, een organisatie die zich Europabreed inzet voor anti-racisme en sociale en economische rechtvaardigheid met behulp van het strategisch procederen. In de maand oktober is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De oorverdovende stilte van (witte) feministische bewegingen over het Franse abayaverbod staat in schril contrast met het luide protest en de internationale steun voor de demonstraties in Iran een jaar geleden, na de dood van Mahsa Amini in hechtenis van de Iraanse zedenpolitie. Vrouwelijke politici, prominente feministische activisten en beroemdheden legden toen verklaringen af en plaatsten video’s op sociale media waarin ze hun haar afknipten.

Vrouwen – iedereen die zich identificeert als vrouw– moeten vrij zijn om over hun eigen lichaam te beslissen, was de boodschap. Toch is het opnieuw duidelijk dat mainstream feministische organisaties alleen bereid zijn om dit recht te steunen als de gemaakte keuzes overeenkomen met hun wereldbeeld.

Maatregelen zoals het verbod op de abaya gaan over hetzelfde als de protesten in Iran: door de staat uitgevoerde vrouwenhaat en het willen reguleren hoe een vrouw zich kleedt. Toch is het enige dat we horen in reactie op het Franse decreet een doodse stilte. De wet volgt in de voetsporen van een lange lijst maatregelen die onder andere hoofddoeken in scholen, gezichtssluiers in publieke ruimtes en zwemkleding zoals de burkini in openbare zwembaden en op stranden verboden.

Nederland en België hebben een vergelijkbare islamofobe koers gevolgd door vrouwen te verbieden hoofdbedekking te dragen in openbare functies. Deze zogenaamd ‘neutrale’ regels tegen religieuze symbolen zijn duidelijk discriminerend, maar treffen moslimvrouwen onevenredig hard. Je zou denken dat activisten die zich bekommeren om genderdiscriminatie hiertegen in opstand zouden komen. Maar als het gaat om moslimvrouwen die ervoor kiezen om bedekkende kleding te dragen, vinden feministen blijkbaar niet dat ze het recht hebben om hun eigen beslissingen te nemen.

Een groot deel van dit gebrek aan solidariteit kan worden toegeschreven aan de foutieve veronderstelling dat het willen bedekken van je lichaam een symptoom is van vrouwenhaat en onderdrukking, terwijl het ontbloten ervan gelijk staat aan bevrijding. Op deze manier wordt moslimvrouwen hun zeggenschap ontnomen door zowel de regeringen die hen onder controle proberen te houden, als de feministische bewegingen die denken te weten wat goed voor hen is.

Het is een combinatie van racisme en islamofobie die witte feministen maar al te graag lijken te steunen. Mona Eltahawy heeft herhaaldelijk geschreven over hoe witte vrouwen ‘de voetsoldaten van het wit-racistische patriarchaat’ zijn. Blij om de restjes op te rapen die het patriarchaat voor hen laat liggen, zien ze het grotere plaatje niet en vergeten ze de waarheid die het Combahee River Collective zo goed uiteenzette in hun verklaring van 1977, die vaak wordt samengevat als ‘niemand van ons is vrij totdat wij allemaal vrij zijn’.

Want geen van deze maatregelen staat op zichzelf. Het abayaverbod in Frankrijk, de zedenpolitie in Iran, het beknotten van abortusrechten in de Verenigde Staten en de voorgestelde verplichte registratie van sekswerkers in Nederland maken allemaal deel uit van een wereldwijde poging om vrouwen te dicteren en onder controle te houden. Wat ze doen, wat ze dragen en hoe ze hun eigen lichaam gebruiken. Op dit moment zorgt de nabijheid van witte vrouwen tot het patriarchaat ervoor dat zij de gevolgen van deze pogingen niet zo sterk voelen als geracialiseerde en gemarginaliseerde vrouwen, maar dat is slechts een kwestie van tijd.

En dit is waar het op neerkomt: als je feminisme alleen geactiveerd wordt wanneer je ziet dat vrouwen zich verzetten op een manier waar jij het mee eens bent – het verwijderen van hijabs – maar niet wanneer je het niet eens bent met hun keuze om bijvoorbeeld hun haar te bedekken, dan kun je jezelf eigenlijk helemaal geen feminist noemen. Dat is feminisme gebruiken als een moreel vijgenblad om een systeem van onderdrukking in stand te houden waar je op dit moment toevallig van profiteert. Vrouwen, waar dan ook ter wereld, verdienen beter dan dat.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Source: Volkskrant

Previous

Next