Moderne verschijnselen; we komen erin om. Maar we hoeven ons er toch niet altijd bij neer te leggen? Er zijn zaken waar we ons tegen kunnen – nee, móéten – verzetten. Deze week wil Katinka Polderman iets kwijt over meeleefdiarree op de socials.
Hoewel ik nuttiger dingen te doen heb dan artikelen lezen over zielige kinderen en dieren die ik niet ken, vind ik berichten over zielige kinderen en dieren die ik niet ken onweerstaanbaar. Stukjes over zielige volwassenen kan ik makkelijk verdragen, die lees ik met droge ogen, daar ben ik werkelijk heel hard in. Maar stukken over kleuters, nestjes kittens, bejaarde honden, ergens achtergelaten, met foto’s erbij ook, nee.
Het algoritme van Facebook weet dat, want hoewel ik liever dagelijks een trits berichten over taalkundige kwesties en de agatisering van dinosauruscoproliet krijg voorgeschoteld, klik ik die blijkbaar net iets minder vaak aan dan stukjes over particulier leed, en daardoor krijg ik tijdens mijn dagelijkse ommetje langs de socials een bonte stoet stakkers voorgeschoteld.
Als ik dan toch bezig ben mijn tijd te verkwisten met nutteloos emokoekeloeren, dan ga ik echt all the way: ik lees niet alleen die artikelen, maar liefst ook de reacties eronder. Allemaal.
En daarin valt me iets op: er zijn mensen die gewoon schrijven: Wat erg, ik hoop dat het goedkomt, of iets in die trant. Op de normaalheidsladder schuren die mensen tegen het normale aan. Op het treetje net daaronder staan de mensen die reageren met: triest, sterkte aan de nabestaande. Er zullen vast ‘nabestaande’ bestaan die denken: mijn dierbare is overleden, laat ik eerst Facebook eens openen om te kijken of Chantallovesleoxx59 me sterkte wenst. Maar ik denk niet dat het er veel zijn.
Maar, sterkte wensen is aardig, ook als je iemand niet kent.
En dan zijn er ook nog mensen, op de ladder der normaalheid bungelen ze onderaan, nét boven de mensen die vrijwillig Avrotros Muziekfeest op het Plein bezoeken en seriemoordenaars, en die doen het volgende: ze richten zich in hun reactie tot de hoofdrolspeler in het krantenbericht. Onder een artikel over een bejaarde hond die vastgebonden aan een hek is gevonden, schrijft zo iemand: ‘Arme schat, dit had jij niet verdient. Hoop dat je snel een gouden mandje vind’. Onder een artikel over een kleuter die slachtoffer is geworden van wat dan ook: ‘Arme schat, dit had jij niet verdient’. En onder een stuk over iemand die maanden dood in zijn huis heeft gelegen: ‘Arme schat, dit had jij niet verdient’.
Het is op zich al opmerkelijk om je tot het onderwerp van een krantenartikel te richten. Helemaal als je weet dat dat onderwerp op dat moment andere dingen te doen heeft, zoals revalideren, in coma liggen of een afschuwelijke ontvoering verwerken. Maar nóg opmerkelijker is het om je te richten tot iemand die niet kan lezen. En dat is toch wel de grote gemene deler tussen honden, kleuters en overledenen: dat ze niet kunnen lezen.
Nu is er een aantal mogelijkheden.
Eén: de Facebookposter denkt dat ze er bij het asiel waar de gevonden bejaarde hond zolang wordt opgevangen eens goed voor gaan zitten: ‘Bello, kom eens hier, moet je luisteren: hier zegt Liza86: ‘Arme schat dit had jij niet verdient’. En ze hoopt dat je snel een gouden mandje vindt. En hier, Coby uit Valkenswaard heeft ook een berichtje achtergelaten: ‘Arme schat dit had jij niet verdient’.
En dat de hond dan naar de dierenasielvrijwilliger kijkt met vochtige, dankbare ogen die zeggen: ‘Gelukkig, er zijn nog góéde mensen in dit verrotte land, zoals Liza86, en Coby uit Valkenswaard.’
De andere mogelijkheden kan ik niet verzinnen.
Meeleefdiarree, dat is het. En ik lees het allemaal.
Source: Volkskrant