Je bent een goed mens met nog betere bedoelingen. Ja oké, je betaalt de schoonmaakster zwart. Maar alleen omdat zij dat zélf wil. Als je thuis bent terwijl ze schoonmaakt probeer je uit te stralen hoe blij je met haar bent. Dankbaar. Kopje thee? Koekje? Gewoon pakken, hoor. Je toont interesse, waar woont ze? Kinderen? Ze komt uit Burundi of Burkina Faso, dat ben je even vergeten. Afrika in elk geval. Als ze een keertje niet kan, betaal je haar gewoon door, want zo ben je, beschaafd en sociaal. Rijk, ook dat. En dan wordt er geld gestolen. Door de schoonmaakster, dat kan haast niet anders. Wat nu?
Laat het maar aan Marja Pruis (1959) over om goede bedoelingen op de proef te stellen. Ze schreef al eerder over de ongemakkelijke verhouding met de mensen die je betaalt om je huis te schoon te maken in ‘Ik en mijn werkster’, een typisch Pruis-essay, zoals we dat kennen uit De Groene Amsterdammer: persoonlijk, eerlijk en doordrongen van de hypocrisie die ons dagelijks leven tekent.
Voor vrouwenrechten ijveren maar ondertussen je werkster nog geen tiende betalen van wat je zelf verdient, en dan nog zwart ook (ja maar alleen omdat…). Als Pruis dat loon een keer royaal naar boven afrondt zegt de werkster dat het te weinig is. Pruis schrijft in haar essay: ‘Ik haal diep adem. Onderdrukken, het doet al pijn genoeg. Laat ze dan alsjeblieft wel een beetje dankbaar zijn.’ Dit soort stiekeme gedachten pluist Pruis verder uit in haar nieuwe roman, Huiswerk.
Over de auteur
Bo van Houwelingen is sinds 2015 literair recensent voor de Volkskrant. Ze schrijft met name over nieuwe Nederlandse fictie.
Mrs. Dalloway, zo noemt hoofdpersonage Clara Feij zichzelf gekscherend. Omdat ze zo’n mevrouw is, met haar boodschapjes van de markt, met de bloemen die ze zelf wel even gaat halen voor in haar nieuwe grote huis in Amsterdam-Noord (een stadsdeel dat door welvarende mensen zoals Clara ‘ontdekt’ is en nu enorm gentrificeert).
Ze staat er zelf ook een beetje versteld van, dat ze zo iemand geworden is. Een vrouw met een schoonmaakster, Rose. Het gaat er bij Clara niet makkelijk in, dat zij de baas is en Rose de ondergeschikte. Zo… feodáál. In Clara’s wereld is niemand de meerdere van iemand, iedereen is gelijk. Zwart of wit, arm of rijk, intellectueel of ongeschoold, het doet er simpelweg niet toe! Behalve dat het er natuurlijk wel toe doet.
Ogenschijnlijk gaat Huiswerk over een verwende westerse vrouw met een onbeduidend first world problem. Help, ik heb hulp in de huishouding. Maar eigenlijk – en ziehier de kracht van Marja Pruis, die het onbeduidende altijd met het aanzienlijke weet te verbinden – gaat de roman over klasse, over de klassenmaatschappij en hoe daarmee om te gaan. Iedereen is gelijk, roepen we vaak in Nederland, maar hoeveel gelijkheid bestaat er écht tussen een rijke witte vrouw en haar arme zwarte schoonmaakster? Als je doet alsof er geen verschil is, doe je dan wel recht aan de situatie? En als je het verschil wel erkent, ben je dan niet verplicht iets te doen aan die oneerlijkheid?
Clara weet het ook allemaal niet, zij probeert de ongelijkheid met de mantel der aardigheid te bedekken. Alle appjes aan Rose krijgen een positief uitroepteken: ‘is goed!’, ‘graag!’, ‘tot zo!’ – Clara ziet zelf hoe krampachtig het is, maar kan niet anders. Als er wordt ingebroken en alles in de richting van Rose wijst, belandt Clara in een pijnlijke en ergens ook hilarische spagaat: hoe beschuldig je je schoonmaakster zo aardig mogelijk van diefstal?
‘I hope that should you be in trouble, if there is any kind of problem, you can tell me, that you trust me enough for that.’ Het is een appje zonder uitroepteken.
Clara heeft het in zich een enorm clichématig personage te zijn, maar daarvoor maakte Pruis haar te slim, te eerlijk, te oprecht: een persoon die je kent, misschien zelfs wel bént. En daarom wil je graag naar haar verhaal luisteren, in de hoop dat zij weet te verwoorden wat je diep van binnen voelt. Opdat je jezelf wat beter begrijpt. En misschien, heel misschien, ligt er zelfs een beetje vergeving in het verschiet, want Pruis schrijft vol mededogen: ‘Een van de wonderbaarlijkste dingen van het leven is dat je ondanks dat je ‘weet’ hebt van zaken, je een prettig leven kunt leiden. Goed voor jezelf kunt zorgen, niet de hele dag de haren uit je hoofd aan het trekken bent.’
Maar zo makkelijk laat de schrijfster ons natuurlijk niet wegkomen. Meegevoerd door de sensatiebeluste vraag of Rose dat geld nou gestolen heeft of niet – je wil het toch weten! – geeft ze de lezer op het laatste moment nog een lel om de oren. Wil je weten wie het geld heeft gestolen? Mens, dit is wat je écht zou moeten weten. Dus hier heeft Pruis ons met haar lichtheid en relativering naartoe gemasseerd; klaar om te incasseren, al is het maar voor deze ene keer.
Marja Pruis: Huiswerk. Nijgh & Van Ditmar; 216 pagina’s; € 23,99.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden