Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met The Outlaw Ocean Project, een journalistieke ngo in Washington. Het bevat verslaggeving door Ian Urbina, Joe Galvin, Maya Martin, Susan Ryan, Daniel Murphy en Austin Brus.
Eerst had hij dorst. Toen kwamen de epileptische aanvallen. Hij kon niet urineren, was te moe om rechtop te zitten. Al het water of voedsel dat hij binnenkreeg, braakte hij uit.
Fadhil, een 24-jarige Indonesiër, werkte zo'n 500 kilometer van de kust van Peru op een Chinese inktvisboot met de naam Wei Yu 18. Hij smeekte de voorman hem aan land te zetten voor medische zorg. De voorman zei nee, gaf hem een soort ibuprofen en legde uit dat zijn contract nog niet was afgelopen.
"Mijn lichaam moet mijn ouders bereiken", fluisterde Fadhil tegen mededekknecht Ramadhan Sugandhi, een dag voordat hij op 26 september 2019 na een ziekbed van een maand overleed. De kapitein gaf opdracht om Fadhils lichaam in een deken te wikkelen en in de inktvisvriezer te plaatsen, waar het zwart werd. Enkele dagen later stopten ze Fadhil in een houten doodskist die was verzwaard met een ankerketting. De kist werd in zee geduwd. "Ik voelde me hulpeloos, terwijl ik toekeek", zei Sugandhi.
Door op de Wei Yu 18 te gaan werken, was Fadhil binnengestapt bij misschien wel de grootste visserijoperatie in de geschiedenis. Aangemoedigd door de groeiende en onstilbare wereldwijde honger naar vis en zeevruchten heeft China zijn bereik op de wereldzeeën drastisch uitgebreid. Het land heeft een vloot van 6.500 langeafstandsvissersboten, meer dan twee keer zoveel als de nummer twee. China bezit of runt wereldwijd terminals in meer dan negentig havens, vooral in Zuid-Amerikaanse en West-Afrikaanse kustregio's. Het is de onbetwiste visserijgrootmacht geworden.
Maar de Chinese heerschappij over de golven eist haar menselijke en ecologische tol. Visserij geldt als het gevaarlijkste beroep ter wereld. En hoe je dat ook meet, Chinese inktvisboten behoren tot de inhumaanste vissersschepen. Schuldslavernij (door middel van schulden die onmogelijk kunnen worden afgelost), mensenhandel, geweld, grove nalatigheid, voorkombare verwondingen en sterfgevallen komen vaak voor in deze vloot.
116 Indonesische bemanningsleden die tussen september 2020 en augustus 2021 op Chinese langeafstandsvissersboten hadden gewerkt, zijn door de ngo Environmental Justice Foundation ondervraagd. Zo'n 97 procent zei te maken te hebben gehad met een vorm van schuldslavernij of de inbeslagname van geld of (identiteits)documenten. Daarnaast zei 58 procent geweld te hebben gezien of ervaren.
De vloot geldt ook als de grootste bedrijver van illegale visserij ter wereld. Uit een onderzoek in opdracht van het Europees Parlement naar gevallen van illegale visserij tussen 1980 en 2019 blijkt dat het bij bijna de helft van de incidenten waarbij het type schip kon worden vastgesteld ging om inktvisboten.
Vergeleken met andere landen is China niet alleen ongevoeliger voor internationale regels en mediadruk op het gebied van arbeidsrechten of de bescherming van oceanen. Het land is ook minder transparant over zijn vissersboten en visserijfabrieken, zegt directeur Sally Yozell van het Environmental Security Program van het Stimson Center, een onderzoeksorganisatie in Washington. Van de vis en schaaldieren die in de VS en de EU worden gegeten, wordt het merendeel door Chinese schepen gevangen of verwerkt in China. Dat maakt het volgens Yozell moeilijk voor bedrijven om te ontdekken of hun producten zijn gelinkt aan illegale visserij of mensenrechtenschendingen.
Wanneer deze vis en schaaldieren aan land komen, gaan ze vaak naar verwerkingsfabrieken in China waar Oeigoeren onder dwang werken. De Oeigoeren zijn een islamitische etnische minderheid uit het noordwesten van China, die hard wordt onderdrukt.
In de afgelopen tien jaar heeft de Chinese regering tienduizenden Oeigoerse arbeiders onder dwang verhuisd. Onder zware beveiliging worden ze per trein, bus of vliegtuig naar de andere kant van het land gebracht. Ze komen terecht in fabrieken in de provincie Shandong, een belangrijk centrum voor visserij aan de Chinese oostkust. De VN zei in 2022 dat uit Chinese overheidsdocumenten blijkt dat er dwang is gebruikt om Oeigoerse "overtollige arbeiders" te verplaatsen. In hetzelfde jaar sprak de Internationale Arbeidsorganisatie van de VN haar "diepe zorg" uit over het Chinese arbeidsbeleid waarin dwang is ingebouwd in de Oeigoerse thuisregio Xinjiang.
Op basis van nieuwsbrieven van bedrijven, jaarrapporten en berichtgeving in de Chinese staatsmedia ontdekte het journalistieke onderzoeksproject The Outlaw Ocean dat meer dan duizend Oeigoeren en leden van andere islamitische minderheden in de afgelopen vijf jaar aan het werk zijn gezet in zeker tien fabrieken waar vis en schaaldieren worden verwerkt.
De Chinese regering versterkt de visverwerkingssector ook met arbeiders uit Noord-Korea, die voornamelijk werken in fabrieken in de grensprovincie Liaoning in Noordoost-China. De Noord-Koreaanse regering heeft in de afgelopen dertig jaar burgers naar fabrieken in Rusland en China gestuurd. Zo'n 90 procent van hun verdiensten - in totaal honderden miljoenen euro's per jaar - wordt op overheidsrekeningen gestort. In november 2022 werkten meer dan 80.000 Noord-Koreanen in Chinese grenssteden, onder wie honderden in de visverwerkende industrie.
Op veel manieren was het pad dat Fadhil naar een Chinese inktvisboot voerde het gebruikelijke. Zoals de meeste matrozen werkten de Indonesiërs op de Wei Yu 18 voor uitzendbureaus. Die regelen alles: van salaris en paspoorten tot vliegtickets en havengeld. De bureaus beloven de mannen die ze rekruteren de kans op een nieuw, welvarender leven. Nadat ze via via over het werk hadden gehoord, reisden Fadhil en de andere Indonesiërs in juli 2018 vanuit hun dorpen naar Jakarta. Daar wachtten de mannen twee maanden, totdat ze aanmonsterden op de Wei Yu 18.
Tijdens het wachten tekenden de Indonesiërs contracten. Onbetaald overwerk, geen ziekteverlof, werkdagen van 18 tot 24 uur, zevendaagse werkweken en een maandelijkse salarisaftrek van 45 euro voor voedsel. Als de boot niet in de buurt van een gunstige haven was om matrozen na afloop van hun contract naar huis te sturen, mocht de kapitein ze voor onbepaalde tijd aan boord houden. Salaris werd niet maandelijks uitbetaald. Alleen het totaalbedrag werd aan het einde van het contract uitbetaald, wat in de meeste landen verboden is.
Zeker drie van de Indonesiërs op de Wei Yu 18 waren geworven door het uitzendbureau PT Multi Maritim Indonesia in Bogor. Ze kregen daar te horen dat ze meer dan 400 euro per maand konden verdienen, maar kwamen er snel achter dat dit in werkelijkheid meestal zo'n 275 euro was.
Op hetzelfde moment ontdekten de Indonesiërs ook dat er van alles werd ingehouden op hun salaris. Dat werd allemaal losjes uitgelegd in een papierberg en een spervuur van rekensommen en onbekende termen: 'paspoortverbeurdverklaring', 'verplichte kosten', 'bijverdiensten'. In de contracten van de matrozen stonden ook strafclausules met boetes tot ruim 900 euro als ze hun schip voortijdig verlieten.
Op 28 augustus 2018 ging Fadhil aan boord van de Wei Yu 18 in de Zuid-Koreaanse havenstad Busan. Hij voegde zich bij een bemanning van negen andere Indonesiërs en twintig Chinezen. Het schip met de roestrode en witte romp maakte een wekenlange reis naar Zuid-Amerika om in de buurt van Peru en daarna voor de kust van Zuid-Chili te vissen. Tijdens de reis van 22 maanden deed het schip slechts één keer een haven aan. De rest van de tijd was het honderden kilometers van de kust verwijderd.
De Indonesiërs draaiden diensten van 12 tot 24 uur. Slapen deden ze meestal overdag, omdat inktvissen zich 's nachts het beste laten vangen. Met felle lampen lokten ze de dieren naar het wateroppervlak. De Indonesiërs sliepen met z'n vieren op een kamer, in houten stapelbedden met steeds één deken en een zompig schuimmatras, nat van de condens die van de muren droop. Hun drinkwater had de kleur van roest en smaakte naar metaal, terwijl hun Chinese collega's bronwater uit flessen dronken. Ze kregen alleen zeewater om zich mee te wassen. De Chinese kok deed altijd varkensvlees bij de noedels die hij bereidde. De islamitische Indonesische matrozen moesten het er telkens uit vissen.
Geweld was aan de orde van de dag. De mannen beschreven hoe de voorman en de kapitein hen schopten en sloegen, onder meer tegen het hoofd. Omdat ze de Chinese instructies niet begrepen, te lang deden over het ontwarren van vislijnen of inktvis op het dek lieten vallen.
Rond augustus 2019, na meer dan een jaar op zee, was er een uitbraak van beriberi op de Wei Yu 18. Deze makkelijk te voorkomen ziekte wordt veroorzaakt door een vitamine B1-gebrek en wordt vaak gelinkt aan diëten die zwaar leunen op rijst. De twee Indonesische matrozen die als eersten beriberi kregen, werden door een andere vissersboot naar de wal gebracht. Ze werden behandeld, herstelden en vlogen naar huis.
Toen Fadhil in september ziek werd, vroegen hij en andere matrozen of hij naar huis of naar het ziekenhuis mocht. Maar de voorman zei nee. Een kopie toont aan dat Fadhil een jaarcontract had dat al was afgelopen. Maar andere matrozen zeggen dat de voorman op de Wei Yu 18 Fadhil vertelde dat hij twee jaar moest aanblijven. Binnen een maand overleed hij.
Twee dagen na Fadhils dood gaf de kapitein opdracht om hem een zeemansgraf te geven. Tot woede van de Indonesiërs beweerde de kapitein toestemming te hebben gekregen van Fadhils ouders. Maar zij geloofden hem niet. "Welke ouders zijn bereid hun kind op die manier weg te gooien?", vroeg mededekknecht Sugandhi zich af.
De Chinezen hebben in de laatste decennia hun opmerkelijke aanwezigheid op de wereldzeeën opgebouwd. Dat begon in 1985, toen het Chinese nationale visserijbedrijf CNFC dertien vissersboten met een totale bemanning van 223 naar de kustwateren van het West-Afrikaanse Guinee-Bissau stuurde.
Tegenwoordig is het staatsbedrijf CNFC het grootste langeafstandsvisserijbedrijf ter wereld. De Wei Yu 18, waar Fadhil terechtkwam, is een van de honderden schepen die voor het bedrijf werken. CNFC vormt het bindweefsel voor een groot deel van de sector, inclusief de schepen die de zwaarste overtredingen begaan. Het bezit meer dan 250 vissersboten en bijtankschepen, zeker zes visverwerkingsfabrieken of koelmagazijnen en meer dan vijftien koelschepen die de vangsten naar de wal vervoeren.
In het grootste deel van de twintigste eeuw werd de langeafstandsvisserij gedomineerd door drie landen: de Sovjet-Unie, Japan en Spanje. Hun vloten krompen nadat de Sovjet-Unie in 1989 uit elkaar was gevallen en nieuwe arbeids- en milieuwetgeving het voor Japan en Europese landen moeilijker maakten om te concurreren op de internationale vis- en schaaldierenmarkt. In die periode investeerde China miljarden in zijn vissersvloot en gebruikte het nieuwe technologieën om een plek in de zeer lucratieve sector te bemachtigen. China heeft ook geprobeerd zo zelfstandig mogelijk te worden. Dat deed het land door zijn eigen visverwerkingsfabrieken en koelmagazijnen te bouwen en vissershavens aan te leggen in andere landen.
Die inspanningen zijn succesvoller dan iemand ooit had kunnen voorspellen. China is de onbetwiste supermacht van de visserij geworden. In 1988 haalde het 90 miljoen ton aan vis en schaaldieren uit zee, in 2020 was dat 5 miljard ton. Geen enkel ander land komt daarbij in de buurt.
Voor China heeft de enorme vissersvloot een grote waarde, die verder gaat dan het in stand houden van zijn status als visserijgrootmacht. De vloot creëert banen, verdient geld en voedt de groeiende Chinese middenklasse. In het buitenland helpt de vloot nieuwe handelsroutes te vestigen, politieke spierballen te laten rollen, aanspraken op grondgebied kracht bij te zetten en de invloed op ontwikkelingslanden uit te breiden.
Als één land zo'n belangrijke mondiale hulpbron als de visserij domineert, leidt dat volgens politiek analisten tot een gevaarlijk verstoorde machtsbalans, vooral in het Westen. Analisten en milieubeschermers vrezen daarnaast dat China zijn maritieme bereik uitbreidt op manieren die de wereldwijde voedselveiligheid en het internationaal recht ondermijnen en militaire spanningen vergroten.
"Er zijn zat landen die op een destructieve manier vissen, maar China springt eruit vanwege de omvang van zijn vloot en omdat het land die ook gebruikt voor zijn geopolitieke ambities", zegt directeur Ian Ralby van I.R. Consilium, een internationaal adviesbureau gericht op maritieme veiligheid. "Niemand anders heeft hetzelfde niveau van staatseigendom in deze sector. Niemand anders heeft een wet die vissers verplicht om actief inlichtingen te verzamelen en aan de overheid te verstrekken. En niemand anders dringt de territoriale wateren van andere landen binnen."
Ralby zei dat China feitelijk probeert soevereiniteit over internationale wateren te verkrijgen via zijn langeafstandsvissersvloot. Het leunt daarbij op het juridische concept verkrijgende verjaring, wat inhoudt dat iemand die een gebied lang genoeg controleert daar eigendomsrechten voor krijgt.
Een biodiversiteitsverdrag dat recent is ondertekend door 193 landen en is bedoeld om uiteindelijk 30 procent van de oceanen te beschermen, zal de koers van China waarschijnlijk niet veranderen. "China gelooft waarschijnlijk dat, na verloop van tijd, de aanwezigheid van zijn langeafstandsvissersvloot zal overgaan in een mate van soeverein bezit van die wateren en de hulpbronnen die ze bevatten", denkt Ralby. "Aangezien 70 procent van de planeet met water bedekt is, zouden de inspanningen van één staat om zijn rechten en belangen boven het wereldwijde belang te stellen een bron van zorg moeten zijn."
Greg Poling, hoofdonderzoeker bij de Amerikaanse denktank Center for Strategic and International Studies, noemt een ander probleem: niet alle Chinese vissersboten houden zich daadwerkelijk bezig met vissen. Honderden boten dienen eigenlijk als een soort burgermilitie, die territoriale claims tegen andere landen kracht bijzet. Veel van die claims draaien om olie- en gasreserves onder de zeebodem. Volgens Poling maken de Chinese claims in de Zuid-Chinese Zee bijvoorbeeld deel uit van hetzelfde historische project als de claims op Hongkong en Taiwan. Het doel is om 'verloren' gebieden terug te krijgen en China in oude glorie te herstellen.
Vis en schaaldieren zijn de laatste grote bron van wilde eiwitten ter wereld en een existentiële voedingsbron voor een groot deel van de planeet. In de afgelopen vijftig jaar is de wereldwijde consumptie van vis en schaaldieren meer dan vervijfvoudigd. De visserijsector, met China voorop, heeft die zucht naar vis bevredigd met technologische vooruitgang op het gebied van koeling, de efficiëntie van motoren, rompsterkte en radar. Satellietnavigatie zorgde voor een revolutie in hoelang vissersboten op zee kunnen blijven en de afstanden die ze afleggen.
Industriële visserij is nu technisch zo ver gevorderd, dat het geen kunst meer is, maar eerder een wetenschap: meer oogsten dan jagen. Meedingen vereist kennis en enorme investeringen, die Japan en Europese landen in de afgelopen decennia niet konden doen. Maar China heeft dat wel gedaan. Het land heeft de brandende ambitie om de concurrentiestrijd te winnen.
China heeft zijn vloot voornamelijk laten groeien door staatsinvesteringen. Die waren in 2018 toegenomen tot 6,4 miljard euro per jaar, waarmee China de grootste verstrekker van visserijsubsidies is. De overgrote meerderheid van die investeringen ging naar uitgaven, zoals die aan brandstof en nieuwe vissersboten. Oceaanonderzoekers beschouwen de subsidies als schadelijk, omdat ze vissersvloten groter en efficiënter maken en zo de al afgenomen vispopulaties verder doen slinken.
De steun van de Chinese regering voor haar vissersvloot is essentieel, zegt Enric Sala, directeur van het Pristine Seas-project van National Geographic. Meer dan de helft van de visserij op de open zee wereldwijd zou niet winstgevend zijn zonder die subsidies, stelt hij. Vissen naar inktvis met bodemsleepnetten, zoals op de Wei Yu 18, levert de minste winst op van al die soorten visserij.
China helpt zijn vloot ook met logistiek, veiligheid en inlichtingen. Het stuurt zijn inktvisboten bijvoorbeeld wekelijks een index met de locatie en omvang van de belangrijkste scholen inktvis ter wereld. Dat helpt de vissers om te besluiten waar en wanneer ze hun lijnen uitwerpen en zorgt er vaak voor dat ze op een gecoördineerde manier te werk gaan.
In juli 2022 schaduwde een verslaggever van The Outlaw Ocean Project een groep van ongeveer 260 Chinese inktvisboten, die aan het vissen waren in een zeegebied ongeveer 550 kilometer ten westen van de Galapagoseilanden. Op een gegeven moment zag hij hoe de meeste schepen van de vloot bijna tegelijkertijd plotseling hun ankers ophaalden, en zich gezamenlijk zo'n 185 kilometer naar het zuidoosten verplaatsten. "Dit soort coördinatie is ongebruikelijk", zei Ted Schmitt, directeur van Skylight, een programma voor maritiem toezicht. "Vissersboten uit de meeste andere landen werken niet op deze schaal met elkaar samen."
De verslaggevers gingen in februari 2022 aan boord van een Chinese inktvisboot in de buurt van de Falklandeilanden, tijdens een trip die mogelijk werd gemaakt door milieuorganisatie Sea Shepherd. De Chinese kapitein gaf de verslaggevers toestemming zich vrijelijk over zijn schip te bewegen, op voorwaarde dat ze zijn naam of die van zijn boot niet noemden.
De boten zijn behangen met honderden lampen, elk zo groot als een bowlingbal, die aan rekken aan beide kanten van het vaartuig hangen en worden gebruikt om inktvissen vanuit de diepte naar het oppervlak te lokken.
Als de inktvissen worden binnengehaald, ziet het dek van de boot eruit als een fel verlichte autogarage, waar het verversen van motorolie gruwelijk is misgegaan. De inktvissen spuiten paars-zwarte inkt als ze aan boord komen. De warme en stroperige inkt stolt binnen minuten en bedekt alle oppervlakken met een glibberige slijmlaag. Omdat inktvissen uit de diepe zee veel ammoniak in hun lijf hebben, voor drijfvermogen, hangt aan boord een sterke urinelucht.
De stemming aan boord kon worden omschreven als een waterig vagevuur. De boot had ongeveer vijftig jigs (lijnen met kunstaas) aan elke kant, verbonden met automatische haspels. Matrozen moesten elk twee of drie haspels in de gaten houden, om te zorgen dat die niet vastliepen.
De mannen hadden gele tanden vanwege hun kettingroken, hun huid was ongezond vaal en hun handen waren bedekt met wonden door scherp gereedschap en sponsachtig door constante natheid. De meesten staarden leeg voor zich uit terwijl ze op hun apparatuur letten. Hun gezichtsuitdrukking deed denken aan een citaat van de Scythische filosoof Anarchis, die de mensheid opdeelde in drie categorieën: de levenden, de doden en degenen op zee.
Twee Chinese matrozen in fel oranje reddingsvesten stonden op het dek als babysitters van de automatische haspels. Een van hen was 28 jaar oud, de ander 18. Het was hun eerste keer op zee, en ze hadden een contract voor twee jaar. Ze verdienden ongeveer 9.000 euro per jaar, maar per dag gemist werk, door ziekte of verwonding, verloren ze drie dagen loon.
De oudere matroos vertelde dat hij had gezien hoe een collega een arm brak door een gewicht aan een wild slingerende lijn. Tijdens het bezoek bleef de kapitein op de brug, maar werd de verslaggever bij elke stap geschaduwd door een andere officier. Toen die even werd weggeroepen, verklaarde de matroos dat hij tegen zijn wil werd vastgehouden. "Het is onmogelijk om hier gelukkig te zijn", zei hij. "We geven nergens meer om, omdat we hier niet willen zijn, maar daartoe worden gedwongen." Hij schatte dat 80 procent van de andere mannen ook zou vertrekken als dat werd toegestaan. "Het is alsof we geïsoleerd zijn van de wereld en ver van het moderne bestaan."
De duidelijk nerveuze jongere matroos dook een donkere hal in om zijn verzoek om hulp te fluisteren. "Onze paspoorten zijn afgepakt", zei hij tegen de verslaggever. "Ze willen die niet teruggeven." Uit angst om te worden gehoord, hield hij op met praten en tikte hij op zijn telefoon: "Kunt u ons naar de ambassade in Argentinië brengen?"
Hij tikte verder. "Ik kan nu niet te veel vertellen, ik moet hier nog steeds werken. Als ik te veel informatie geef, kan dat leiden tot moeilijkheden aan boord", schreef de achttienjarige. "Neem alstublieft contact op met mijn familie", zei hij nog, voordat de officier terugkeerde en hij het gesprek abrupt beëindigde.
Verhalen over matrozen die gevangen zitten op deze schepen blijven opduiken. Recent nog, in juni 2023, spoelde een fles aan op een strand in Montevideo, de hoofdstad van Uruguay. Die bevatte een boodschap van een matroos op een andere Chinese inktvisboot. "Hallo, ik ben een bemanningslid van het schip Lu Qing Yuan Yu 765 en ik ben opgesloten door het bedrijf. Als je dit briefje ziet, help me alsjeblieft, bel de politie! Help-help!" (De eigenaar van het schip, Qingdao Songhai Visserij, zei dat die claim werd verzonnen door bemanningsleden).
In Gampong Rawa, een klein kustdorp op de noordelijke punt van het eiland Sumatra, ontving Fadhils familie een administratieve brief. Voor de verzekering, werd hun verteld. Ondanks foto's van zijn uitvaart op zee stond in die brief dat zijn familie hulp had ontvangen bij het indienen van een verzekeringsclaim, nadat Fadhil "overleed nadat hij in zee was gevallen".
In interviews zeiden drie van de andere Indonesische matrozen op de Wei Yu 18 dat ze niet eerder op zee hadden gewerkt en niets hadden geweten over de risico's van het werken via een uitzendbureau. Onder de definitie van de Internationale Arbeidsorganisatie van de VN is sprake van dwangarbeid als aan twee criteria wordt voldaan: onvrijwillige arbeid en dwang. Die kwamen beide voor op de Wei Yu 18, blijkt uit een vertrouwelijk onderzoek naar het schip dat in juli 2020 werd uitgegeven door C4ADS, een beveiligingsonderzoeksbureau. Het rapport vermeldde ook andere misstanden, zoals afranselingen, onhygiënisch voedsel, slechte leefomstandigheden en schuldslavernij. Er was duidelijk bewijs voor dwangarbeid op het schip, concludeerden de onderzoekers.
De distributieketens voor vis en schaaldieren zijn ondoorzichtig en strekken zich wereldwijd uit. Daardoor houden weinig bedrijven effectief bij waar hun vis en schaaldieren worden gevangen of hoe de omstandigheden op die schepen zijn. Uit exportgegevens blijkt dat het moederbedrijf van de Wei Yu 18, Shandong Boama, tussen mei 2017 en mei 2022 meer dan 140 ton inktvis naar de VS verscheepte. Volgens de website van Shandong Boama levert het ook vis en schaaldieren aan Japan, Zuid-Korea en Europese landen. Het bedrijf was niet bereikbaar voor commentaar over misstanden aan boord van zijn schepen.
Gevraagd om naar de zaak van Fadhil te kijken, zei Victor Weedn, forensisch patholoog in Washington, dat sprake kan zijn van dood door schuld als matrozen overlijden aan beriberi. De ziekte kan heel makkelijk worden voorkomen met goede voeding of vitaminepillen en snel worden genezen met de juiste zorg. Het is volgens Weedn "gewetenloos" om toe te staan dat de slachtoffers wekenlang lijden en uiteindelijk sterven. "Moord in slowmotion is nog steeds moord", zei hij.
In de afgelopen vier jaar heeft een team journalisten onderzoek gedaan naar de arbeidsomstandigheden, mensenrechtenschendingen en milieumisdrijven in de wereldwijde bevoorradingsketen van vis en schaaldieren.
Omdat de Chinese langeafstandsvloot zo groot is, op zoveel verschillende plekken opereert en zo berucht is om zijn bruutheid, spitste het onderzoek zich toe op deze vloot. De verslaggevers interviewden kapiteins en gingen aan boord van schepen op de volgende plekken:
De bezoeken aan die vissersboten onthulden, in schokkend detail, een breed patroon van schending van arbeids- en mensenrechten, waaronder schuldslavernij, salarisinhouding, buitensporige werkuren, mishandeling van matrozen, confiscatie van paspoorten, onthouding van toegang tot medische zorg en sterfgevallen door geweld.
De ervaringen van de gestorven Indonesiër Fadhil zijn karakteristiek voor de soort uitbuiting die welig tiert in deze vloot.
Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen
Source: Nu.nl algemeen