Home

Debutant Beatrice Salvioni schreef het keurig afgeronde verhaal van een ongelijke vriendschap

Timide, bravig Italiaans meisje raakt bevriend met een stoer kind dat kersen steelt en haar kleren vuil maakt en met jongens praat alsof het niets is. ‘Alles wat me eerst vanzelfsprekend had geleken, werd nu vervormd’, aldus de ik-persoon Francesca, ‘zoals je weerspiegeling in het water van de wastafel wanneer je je gezicht afspoelt.’ Dat haar nieuwe vriendin Maddalena ook haar eigen zorgen en angsten heeft, ontdekt ze pas veel later.

Het is moeilijk om in het romandebuut van Beatrice Salvioni (1995) géén parallellen te zien met de verfilmde en alom vertaalde succesreeks van Elena Ferrante over de Napolitaanse vriendinnen Lila en Elena. Het heeft de pr van Het ongelukskind in elk geval geen kwaad gedaan. De vertaalrechten waren al vóór verschijnen aan 32 landen verkocht, de roman staat prominent uitgestald in alle Italiaanse boekhandels en ook Francesca en Maddalena hebben straks hun eigen tv-serie.

Toch zou het flauw zijn om Beatrice Salvioni af te doen als een Ferrante-epigoon. Haar roman speelt ruim 600 kilometer noordelijker, in het plaatsje Monza, iets boven Milaan; een groter contrast met het zuidelijke Napels is binnen Italië nauwelijks denkbaar. Bovendien groeien deze meisjes op in de jaren dertig, midden in het fascistische tijdperk – al heel Francesca’s 12-jarige leven is Mussolini aan de macht.

Over de auteur
Emilia Menkveld is literair recensent en eindredacteur van de Volkskrant.

Het fascisme zelf is in de roman nauwelijks een onderwerp. Italië begint een koloniale oorlog in Abessinië, het huidige Ethiopië, en de broer van Maddalena verdwijnt naar het front. In Monza dragen veel mannen, meestal gladjakkers, een fascistisch speldje op hun borst en Francesca’s vader is niet bepaald blij met het regime maar houdt zijn mond omwille van de zaken; de oorlog levert hem als hoedenmaker veel extra werk op.

In Francesca’s leventje zijn dit allemaal bijzaken. Het lijkt alsof Salvioni het tijdperk vooral heeft gekozen om de verhoudingen tussen haar personages op scherp te zetten: gemene jongens tegenover onschuldige meisjes, machthebbers tegenover machtelozen. Die bestaan altijd en overal, maar in een (vrouwonvriendelijke) dictatuur zijn de contrasten extra duidelijk.

Het ongelukskind is een verhaal over persoonlijke ontwikkeling dat Salvioni – niet origineel, wel effectief – in gang zet met een lekker onheilspellende proloog. ‘Het valt niet mee om een lijk van je af te duwen’, begint het, gevolgd door de beschrijving van bloed en modder en kiezels die ‘als harde vingernagels’ in Francesca’s nek en billen knijpen.

In de lange flashback die de rest van de roman beslaat, houdt Salvioni de vaart erin met zintuiglijke taal en levendige dialogen, verdienstelijk vertaald door Lies Lavrijsen. De kinderen praten als kinderen, de volwassenen als volwassenen en de vriendelijke huishoudster Carla klinkt ook in het Nederlands een tikkie volks: ‘Ben je verdrietig, mop?’, vraagt ze aan een mokkende Francesca. En even later: ‘Heremegod, wat doe je nou?’

Salvioni wikkelt het verhaal netjes af: elk personage krijgt wat kleur op de wangen, nergens zijn losse eindjes, bijna elke belofte wordt ingelost. Natuurlijk blijkt op zeker moment waarom Maddalena nooit fantasiespelletjes wil spelen, en wat dat te maken heeft met de dood van haar broertje. We krijgen een kleine crisis, een grote crisis, een verzoening en een climax.

De psychologische diepgang waarom het Salvioni te doen lijkt, weet ze – anders dan Ferrante – niet te bereiken. Nergens wordt écht duidelijk waarom burgermeisje Francesca zich zo aangetrokken voelt tot het groezelige ‘ongelukskind’ dat ze ziet spelen langs de rivier en van wie ze van haar moeder uit de buurt moet blijven. Een vaag verlangen naar avontuur, veel meer lijkt er niet achter te zitten. De verliefdheid die Salvioni even lijkt te suggereren, heeft de lezer zich misschien toch in haar hoofd gehaald. Zelfs Maddalena blijft een wat vlak personage, ondanks al haar dwarsigheid.

De belangrijkste les (natuurlijk is er een les) van het boek volgt precies op het moment dat de flashback in het heden is aanbeland: ‘Wie weet kwam volwassen zijn, vrouw zijn, uiteindelijk wel hierop neer: het ging niet om het bloed dat één keer per maand vloeide, niet om de opmerkingen die mannen maakten of om mooie kleren. Het ging erom dat je een man die zei ‘Jij bent van mij’, in de ogen durfde te kijken en antwoordde: ‘Ik ben van niemand.’’

Beatrice Salvioni volgde een opleiding aan de beroemde schrijfschool van auteur en filosoof Alessandro Baricco in Turijn. Het ongelukskind kwam voort uit haar afstudeerproject. Dat ze weet hoe het hoort is nu duidelijk. Dat ze talent heeft ook. Met wat meer lef kunnen we van deze 28-jarige nog veel moois verwachten.

Beatrice Salvioni: Het ongelukskind. Uit het Italiaans vertaald door Lies Lavrijsen. Cargo; 304 pagina’s; € 21,99.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next