Home

Van Johan Cruijff-spul tot theepotten: deze verzamelaars hebben hun eigen museum

Rien van Doleweerd (67) heeft een deel van zijn huis in Boxtel ingericht als Johan Cruijff-museum.
‘Ik woon alleen. Elk nadeel heeft zijn voordeel, hè? Er zijn vrouwen die kunnen meegaan in de liefde voor Cruijff, maar zo ver als ik ga, dat zouden de meesten denk ik niet willen.

‘Als je mijn huis binnenkomt, stap je gelijk het museum binnen. In de hal hangt een tekening van Johan Cruijff die mijn kleinzoon David voor mijn 60ste verjaardag heeft gemaakt – hem noem ik altijd de directeur van het museum, dat staat ook zo op mijn visitekaartjes. Ik ben de onderdirecteur.

Geopend: op afspraak.
Entreeprijs: gratis.
Bezoekers: ongeveer 150 per jaar.

‘De trap ligt vol tijdschriften met Cruijff op de cover, boven op de overloop staat een grote vitrine. De grootste slaapkamer is ingericht als museum. Alleen in de huiskamer vind je niks terug van Johan. Dat wil ik zo houden.

‘Oranje, Ajax en Barcelona, dat zijn de drie hoofdthema’s. Om de drie maanden stof ik alles af en richt ik het een beetje anders in. Twee keer per jaar ga ik naar Barcelona, om daar alle rommelmarkten en boekwinkels af te struinen. De Spaanse Marktplaats is voor mij een speelgoedwinkel.

‘Er zijn veel Cruijff-verzamelaars, maar er zijn er weinig die hun verzameling publiek toegankelijk maken. Cruijff zei zelf: ‘In zekere zin ben ik waarschijnlijk onsterfelijk’. Dat wil ik blijven uitdragen.

‘Mensen die naar het museum komen, hebben meestal een filmpje gezien op YouTube. Het zijn Ajax- en Cruijff-fans, soms ook uit het buitenland. Als ze van ver komen, bied ik natuurlijk koffie aan, worstenbroodje erbij. Dit voorjaar zaten hier nog zeven Spanjaarden van de Spaanse Cruijff-fanclub. Kostte me drie bakken bier, maar vooruit.’

Borduurmuseum ‘Het losse steekje’ in Barneveld, van Rien van den Brand (82) en assistent-verzamelaar Ad van de Bruinhorst (73), herbergt intussen ook een verzameling houtsnijwerken.
Ad van de Bruinhorst: ‘Rien en ik waren al jaren bevriend. Hij had een timmerbedrijf, ik werkte als leraar bouwtechniek. In 1990 zei Rien: ‘Als ik straks met pensioen ga, wil ik wel een hobby hebben.’ Hij dacht aan borduurwerken verzamelen. Ik vond het gek; welke man doet dat nou? Maar hij zei: ‘Moet je eens bedenken hoeveel uren er in zo’n werk zitten’.

Geopend: woensdagmiddag.
Entreeprijs: 9,50 euro.
Bezoekers: ‘Voor corona 4 duizend per jaar, op het moment 1.100.’

‘Het begon met een prachtig borduurwerk dat Rien ergens bij een container had gevonden. Daarna ging ik op zaterdagen met hem mee naar rommelmarkten in de omgeving, in het begin vooral voor de gezelligheid. Aan het einde van de dag hadden we een kofferbak vol. Alles wat een beetje betaalbaar was, namen we mee. Inmiddels zijn we wel wat kritischer geworden, want we hebben er nogal wat: tussen de 20 en 30 duizend borduurwerken.

Bijna iedere week mailt of appt er wel iemand van wie de moeder of oma is overleden, of ze haar borduurwerken aan het museum kunnen schenken. Als het in goede staat is, mogen ze het komen brengen. We gaan ze niet meer ophalen, zoals we in het begin nog deden.

Vooral de verhalen die bezoekers van het museum ons vertellen maken het zo leuk. Ze verzamelen zelf de gekste dingen: van muizenvallen tot alles wat maar met het vastmaken van spoorrails te maken heeft.’

We krijgen meer vrouwen dan mannen over de vloer. Als ik mijn powerpointpresentatie houd, hangen ze aan mijn lippen. Die is inbegrepen bij de entree, net als een kopje koffie, een lekkere koek met een dot slagroom erop en een rondleiding.

De mannen blijven vaak wachten op de parkeerplaats, maar dan zitten ze dus zó twee uur in de auto.’

In de oude melkstal van hun boerderij in Aalten begonnen Joke Ruesink (63) en haar man dit voorjaar het Theepottenmuseum.
‘Sinds we twintig jaar geleden op vakantie in Engeland bij een theepottenfabriek belandden, kocht ik altijd een of twee theepotten als we daar op vakantie waren. Ik had er een stuk of vijftig toen in een theepottenmuseum in Kent het idee ontstond om in de lege melkstal zelf een theepottenmuseum te beginnen.

Geopend: donderdag- en vrijdagmiddag.
Entreeprijs: 3,50 euro.
Bezoekers: tot dusver ongeveer duizend.

‘Op Marktplaats zag ik dat er best veel verzamelaars waren die een deel van hun verzameling wilden wegdoen. Zo kwam ik terecht bij het theepottenmuseum in Swartbroek, in de buurt van Weert. De eigenaren gingen er vanwege gezondheidsredenen mee stoppen. We zijn vijf keer met twee auto’s heen en weer gereden om alle theepotten over te hevelen, verpakt in bubbeltjesfolie in kisten. In april hebben die mensen ons museum geopend.

‘De buurt is erg nieuwsgierig. Eerst ging het op z’n Achterhoeks, zo van ‘het zal wel’. Maar ze vertellen elkaar over het museum en als ze hier komen zie ik de ogen steeds groter worden. Op het moment krijgen we vooral veel toeristen, en ook de Duitsers beginnen te komen – Aalten ligt natuurlijk tegen de grens aan.

‘Ik geef ze altijd wat mee over het verschil tussen fabrieksmatige en handgemaakte theepotten, zodat ze een idee hebben van waar ze tijdens het rondkijken op kunnen letten. Ik merk al vrij snel of ze het wel of niet leuk vinden als ik halverwege aanhaak en nog eens wat vertel. Ze kunnen in het museum ook koffie en natuurlijk thee drinken. Zelf ben ik niet eens echt een theeliefhebber.’

Vrachtwagenchauffeur Niels Brouwer (49) offerde twee slaapkamers op voor zijn Dutch Back to the Future Museum in Nieuwegein.
‘Begin dit jaar heb ik mijn eerste buitenlandse gast gehad, uit België. Negen van de tien mensen die mijn verzameling komen bekijken, hebben daadwerkelijk een flesje Pepsi voor me meegenomen. Ze kunnen van mij een bakje koffie krijgen, of een frisje, en dan gaan we gezellig samen het museum door. Verhaaltje hier, verhaaltje daar.

Entree: één Pepsi Free/Max. Marty McFly (Michael J. Fox) zei immers: ‘Hey guys, all I want is a Pepsi’.
Geopend: op afspraak.
Bezoekers: 15 à 20 per jaar.

‘In 1985 zag ik Back to the Future met mijn moeder in de bioscoop. Eerst kocht ik een videoband en een autootje, en een jaar of achttien geleden begon ik serieus met het verzamelen van objecten. Intussen heb ik twintig vitrinekasten in twee kamers. In mijn woonkamer staat een flipperkast.

‘Een gezin met twee kinderen was eerst naar automuseum Louwman in Den Haag geweest, en op de terugweg naar huis kwamen ze langs bij mij. Een week later kreeg ik een envelop opgestuurd. Had hun zoontje Marty McFly gemaakt van strijkkralen. Die heb ik ook een plek gegeven in het museum.

‘De een is er met een half uur doorheen, met anderen kan ik urenlang in het museum rondlopen. Via een Facebookgroep heb ik een fan ontmoet die ieder jaar langskomt op 21 oktober, Back to the Future Day. Dan zien we de drie films, hij bekijkt natuurlijk de nieuwe dingen in het museum en tussendoor eten en flipperen we wat.

‘Dit jaar gaat het niet door, want op Back to the Future Day ben ik in Londen, waar Back to the Future: The Musical speelt. Die heb ik intussen zeven keer gezien. In oktober komen daar vier keer bij. Wat de films betreft, staat de teller op zeker tweehonderd.’

Esther Scheepers (36) en haar vriend runnen in Sint-Oedenrode koffie- en theetuin ’t Koffiehoos, bij het oldtimermuseum van haar vader Jan Scheepers (69). Hij was automonteur en importeert sinds de jaren zeventig Britse opknappers.
Esther Scheepers: ‘Om 10 uur ’s ochtends gaan we open. Ons pap gaat hier zitten, begint te praten, vergeet te eten, vergeet te drinken, en stopt pas met kletsen als om 5 uur de deur dichtgaat. Hij zit vol anekdotes over hoe hij in de Verenigde Staten op zoek ging naar deze auto’s. Heel vaak hoor ik hem vertellen, dan heeft hij het bijvoorbeeld over de overgang van de chromen bumper naar de rubberen bumper, in augustus 1974. Al die details.’

Geopend: zondag.
Entreeprijs: gratis.
Bezoekers: rond de vijftig per week.

Jan Scheepers: ‘Eind vorig jaar werd in Dordrecht een autocollectie van 230 oldtimers gevonden, achter gesloten deuren verzameld door een man die nu naar een verzorgingshuis moest. Waarom zou ik al dit moois wegstoppen in een schuur? Ik vind het leuk om te delen wat ik heb verzameld. Hier heb ik iets van 35 auto’s staan, ik heb er nog meer in de opslag. Ze rijden nog allemaal.

Esther: ‘We maken nul reclame, toch is het niet bij te houden hoeveel oldtimertoertochten bij ons stoppen voor koffie of lunch. Voor volgend jaar hebben we alweer een aanvraag van een Mazda-club. Die komen dan met honderd oude sportwagens deze kant op. We zijn eigenlijk een soort ontmoetingsplaats voor liefhebbers van oude auto’s.’

Jan: ‘Voor andere mensen is het ook gewoon jeugdsentiment. Kijk, hier heb je de voorloper van de kofferbak in jouw auto: een koffer, een bak, achter op de auto – het woord zegt het helemaal. En hier, dit zijn de voorlopers van de benzinepompen die rond 1930 langs de weg stonden. Dat is toch geweldig, om te zien waar het ooit mee begonnen is? Ik vertel iedere keer iets anders. Echt, ik zou járen over deze auto’s kunnen vertellen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next