Verdriet is misschien niet zo interessant. Dat spijt me dan, want veel meer heb ik niet te bieden. Voor klinische analyses of kloeke slogans verwijs ik u graag naar het uitgebreide assortiment elders. Liever had ik in afwisseling voorzien, met heel andere onderwerpen. Die beloof ik voor later, als er weer ruimte is in mijn hoofd.
Ik kan het verdriet wel in diverse soorten verstrekken. Zo is er vers verdriet, over wat u de afgelopen week al beschreven heeft gekregen in alle woorden die ervoor te bedenken zijn – voor zover de beelden uit Israël en Gaza nog woorden nodig hadden. Het is gelardeerd met zorgen over dierbaren, woede over regimes en ongerustheid over wat nog komen gaat. En het wordt geleverd met een mengeling van ergernis en jaloezie, te danken aan de leunstoelgeneraals en leunstoelrevolutionairen die geestdriftig aanmoedigen of vergoelijken zonder dat ze zelf ook maar iets op het spel hebben staan.
Er is ook, dat heeft me overvallen, oud verdriet. Over de collega, met wie ik in de veehouderij werkte toen ik zeventien was, die werd opgeblazen door een zelfmoordterrorist. We waren geen beste vrienden. We molken samen koeien.
Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast Stuurloos. Hij heeft een bijzondere belangstelling voor openbaar bestuur. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Zoals iedereen in Israël moest hij in dienst. Hij was weinig enthousiast en had een aangepast programma gekozen, dat hij deels in de kibboets mocht doorbrengen. In het leger was hij verpleegkundige. Twee weken voordat hij zou worden ontslagen, meldde hij zich bij een opstapplek om nog één keer terug naar zijn basis te gaan. De eerste explosie was de kleinste. Hij rende op de slachtoffers af om hulp te bieden. Toen kwam de grote klap.
Legitiem verzet tegen de bezetter, zullen de leunstoelrevolutionairen wel oordelen. Een soldaat immers! Moord op een jongen die naar eer en geweten keuzes maakte op de plek waar hij nu eenmaal was geboren, zou ik zeggen. Zoals zovelen dat ook nu nog proberen, aan beide kanten van de muren, hekken en checkpoints.
Ik was destijds op avontuur, weg van huis en ouders, maar met een serieus doel: inschatten of ik daar wilde wonen. Dat lijkt radicaal, maar als je opgroeit in het besef dat de meeste Nederlanders wegkeken toen ze je familie kwamen halen, kan de behoefte ontstaan aan een alternatief waar je onvoorwaardelijker thuis bent.
En ik moet zeggen: het gevoel dat je in de meerderheid bent, is heerlijk. Wie dat zijn hele leven is geweest, zal het zich niet elke dag bewust zijn. Maar de ontspanning wanneer je dat voor het eerst ervaart, is een openbaring.
Onder de aanslagen, die toenamen in frequentie en schaal, bleven mijn vrienden en ik hoopvol. Het was niet lang nadat Israël en de PLO voor het eerst een vergaand akkoord hadden gesloten. Er waren nog ingewikkelde kwesties op te lossen, maar het kon niet anders of de weg naar vrede lag open. Het leek onvoorstelbaar dat bezetting en oorlog voort zouden duren. Hamas en de anderen achter die aanslagen wilden het vredesproces torpederen en mochten niet hun zin krijgen. De aanslagen voelden als offers.
Alles liep anders. Mijn leven, dat zich toch al snel weer in Nederland afspeelde. En belangrijker, de geschiedenis. Vanaf 1995, toen een rechts-extremist de premier doodschoot die de akkoorden had gesloten, Yitzhak Rabin. In de aanloop daarnaartoe waren er demonstraties geweest waar Rabin voor verrader en moordenaar was uitgemaakt. Waar een strop en een lijkkist waren meegetroond. De belangrijkste spreker? Een zekere oppositieleider, genaamd Benjamin Netanyahu.
Religieus fanatisme en nationalistisch extremisme zouden daarna steeds meer terrein winnen. De corrupte populist Netanyahu zou elke politieke storm overleven, de rechten van Palestijnen met voeten tredend én de veiligheid van zijn eigen volk verkwanselend om aan de macht te blijven.
Wat ons brengt bij een derde soort verdriet. Niet oud, niet vers, maar permanent. Over het gedroomde land dat Israël tot nu toe niet is geworden: rechtsstatelijk, veilig, vreedzaam. Dit verdriet is een luxe, besef ik, die je jezelf alleen kunt toestaan wanneer je op afstand zit, en de last niet op je schouders rust om er tegen alle waarschijnlijkheid in iets van te maken. Tussen de leunstoelgeneraal en de leunstoelrevolutionair zit ik, de leunstoeljammeraar.
Meestal in stilte. Omdat ik mezelf niet vertrouw met het onderwerp. Omdat ik er tegenop zie te worden ingedeeld in een kamp. Omdat ik er weinig origineels over heb te zeggen, terwijl er al zoveel wordt gezegd. Misschien ook omdat ik vind dat ik mijn recht van spreken heb verspeeld. Want wat stelt die incidentele onderdompeling in kosmopolitisch Tel Aviv voor, met de oogkleppen secuur bevestigd? Dat beetje contact met bekenden?
Zo zit ik, terwijl de verhitte bijdragen aan het ‘debat’ over mijn hoofd vliegen. En kijk ik naar verhaal na verhaal. Zoals bij Nieuwsuur, dat een portret maakte van de 32-jarige Hayim Katsman uit kibboets Holit. Een vanuit de VS naar Israël gemigreerde wetenschapper, dj en vredesactivist. Bij leven probeerde hij Palestijnen te beschermen tegen agressieve kolonisten. Die 7de oktober was hij een van de eersten die door Hamas-terroristen werd vermoord, nadat hij als levend schild had gediend voor een vrouw en haar baby. Ik ken hem niet. Hij lijkt alleen op mensen die ik ken. En hij had recht van spreken.
Source: Volkskrant