‘Het kostte ons al drie uur om op het Anhalter Bahnhof te komen. Toen hadden we geluk en stonden we zowaar op het perron waar hij aankwam. Maar hij keek niet. Liet zich gewoon door een of andere spoorwegdirecteur wat vertellen. En wij: ‘Heil!’ Hij zag ons niet eens staan.’
De Duitse auteur Walter Kempowski (1929-2007) stelde de vraag begin jaren zeventig honderden malen, aan kunstenaars, huisvrouwen, taxichauffeurs en wie hij verder maar ontmoette: ‘Heeft u Hitler gezien?’ Het antwoord was soms een kortaf ‘nee’, of: ‘Ik was aan het front.’ Anderen hadden een glimp van de Führer opgevangen van de kant van de weg, op een perron, of in een restaurant waar ze hem langer konden bestuderen.
Toen Kempowski zijn vraag stelde, om materiaal te verzamelen voor zijn magnum opus Das Echolot, was de Tweede Wereldoorlog inmiddels een kwarteeuw geleden. De tijd had zijn werk gedaan. En juist dat maakt die kleine anekdotes, die hij bundelde in het in 1973 verschenen en nu voor het eerst in het Nederlands vertaalde boek Heeft u Hitler gezien?, zo fascinerend.
Over de auteur
Marcel Hulspas is recensent non-fictie voor de Volkskrant. Hij schreef meerdere boeken, waaronder Uit de diepten van de hel over de ondergang van het Romeinse Rijk, en een kritische biografie van de profeet Mohammed.
Geen enkele herinnering aan Hitler heeft de ellende en de schande zonder kleerscheuren doorstaan. Het aantal anekdotes waarin de verteller ronduit toegeeft een bewonderaar van de Führer te zijn geweest, past op de vingers van één hand. Waarom men ging kijken, dat men uren in de rij stond, het is allemaal vergeten. In plaats daarvan ‘is daar ineens’ Hitler: moe, lelijk, onaardig, omringd door gespuis, ongeïnteresseerd. De teleurstelling heeft zijn werk gedaan.
Kempowski wist dat maar al te goed. Haben Sie Hitler gesehen? en het vervolg Haben Sie davon gewußt? uit 1978, dat ook in deze Nederlandse vertaling is opgenomen, is geen opinieonderzoek, zo waarschuwt hij. Zijn verzameling anekdotes biedt volgens hem ‘de mogelijkheid de huidige stand van het bewustzijn van ons volk te peilen’. Een bewustzijn dat zich keurig heeft aangepast aan de tijdgeest. En dus wordt de lezer steeds opnieuw uitgedaagd om achter de woorden te kijken, om de gaten te inspecteren, om op zoek te gaan naar de sporen van de waanzin die de Duitse bevolking in de jaren 1933-1945 in zijn greep hield en waarover alleen omfloerst gesproken kan worden.
‘Wist u ervan?’ Kempowski hoefde niet uit te leggen wat hij met die vraag bedoelde. De antwoorden zijn simpeler maar daarmee niet minder fascinerend. Velen wisten van niks; ze hadden ‘niemand gemist’. Anderen hadden wel iets gehoord over werkkampen en dat er in Dachau vreselijke dingen gebeurden. Maar gevangenen die terugkeerden, hielden angstvallig hun mond. Weer anderen hoorden van frontsoldaten die met verlof waren (en niet langer konden zwijgen) over moordpartijen in het Oosten: ‘Daar worden mensen vergast.’
Ongeloof is een terugkerend thema. En dat klinkt authentiek. De Holocaust was staatsgeheim en de geruchten waren zó bizar dat ze niet geloofd werden. Op andere momenten zijn de geruchten ook nu nog niet te geloven. Wat te denken van dit antwoord: ‘Eind 1943 was ik met een man die executies had gezien en me daarover heeft verteld. Hij was een keer uitgenodigd voor een bal waar overwegend SS-officieren aanwezig waren. Bij het ochtendgloren stapten ze allemaal in de auto en reden de stad uit. Allemaal, ook de vrouwen in baljurk. Daar stonden de Joden op de rand van een kuil die ze eerst zelf hadden gegraven. Ze werden doodgeschoten. Dat werd opgevoerd als een attractie.’
In andere gevallen zijn de gruwelen teruggebracht tot een macabere parabel: ‘De man over wie ik het heb, werd naar een legerhospitaal in Polen gestuurd. Dat zeiden ze tenminste. Hij ging er met de trein naartoe en opeens hield het spoor op. Daar stond een golfplaten keet en ze legden hem uit dat het een vergassingsinstallatie was en dat hij daar als arts verantwoordelijk voor was. Hij was ontzet. Daarop heeft de man rechtsomkeert gemaakt en is teruggegaan naar Duitsland.’
Kempowski heeft de anekdotes zo veel mogelijk chronologisch geordend. Zo voelt de lezer hoe het masker langzaam zakte. In de laatste oorlogsmaanden, toen het Derde Rijk op zijn laatste benen liep, doken ineens overal gevangenen op. Graatmager, in lange, stinkende colonnes strompelden ze door de straten, op weg naar een gebombardeerde brug of fabriek met als opdracht de niet ontplofte bommen op te zoeken en weg te rollen. Toen werden de gruwelen voor velen zichtbaar. ‘Dat was de enige keer. We wisten bijna niets. Je had het gevoel dat er iets gebeurde dat niet helemaal in orde was, maar daarna viel het doek.’
Walter Kempowski: Heeft u Hitler gezien? Uit het Duits vertaald door Gerrit Bussink en Izaak Hilhorst. Alfabet; 332 pagina’s; € 24,99.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden