De vrijdag begon druilerig. We moesten om acht uur op school zijn, zodat de bus echt om kwart over acht kon vertrekken, had er op het verfomfaaide briefje gestaan. Het zou een uur rijden zijn, naar een landbouwmuseum in York waar je ook kon leren over de Romeinen, want daar ging dit schoolreisje om: kennis vergaren.
De druilerigheid werd langzaam echte regen, kwart over acht werd half negen. Met een klein groepje ouders stonden we onder een boom en lazen het nieuws. De meeste ouders waren er overigens niet – blijkbaar is het grootse uitzwaaimoment iets Nederlands. Ik probeerde te bedenken wat er allemaal verkeerd kon gaan vandaag, en daarna: hoe weinig wij te klagen hadden, als je het vergeleek met.
Eindelijk zat iedereen in de bus. Wij zwaaiden naar de geblindeerde ruiten. Misschien was dit genant van ons, daar zouden we nooit achter komen, of misschien over twintig jaar. Maar we bedoelden het goed.
Source: Volkskrant