Daarom is er veel vraag naar duurzaam beleggen. Maar ‘duurzaam’ is een rekbaar begrip en greenwashing – het net doen alsof je duurzaam bent – ligt altijd op de loer. Financiële instellingen zien commerciële mogelijkheden met ‘duurzame’ aandelenfondsen. Voor de particuliere belegger blijft het ingewikkeld. Wat te doen?
Allereerst moet je nagaan waarom je duurzaam wil beleggen. Wil je toch vooral rendement halen? Wil je alleen de allerslechtste bedrijven uitsluiten? Of wil je echt een positieve impact maken op de wereld, ten koste van eventueel rendement?
In het eerste geval kun je overal in beleggen en, als je toch iets goed wil doen voor de wereld, met jezelf afspreken dat je (een deel van) het rendement doneert aan goede doelen of duurzame initiatieven. Zo houd je het simpel. In het tweede geval heb je tegenwoordig een flinke keuze aan duurzame aandelenfondsen. Vaak voldoen die aan zogenaamde ESG-richtlijnen, wat inhoudt dat de meest vervuilende bedrijven en bijvoorbeeld wapen- en tabaksproducenten worden uitgesloten. Maar die richtlijnen zijn breed te interpreteren. Het kan dus voorkomen dat een oliebedrijf (dat ook investeert in groene projecten) er alsnog onder valt. Gevolg is wel dat je een gemiddeld rendement kunt halen.
Als je dat niet goed genoeg vindt, zijn er groenfondsen. Die koop je meestal via een bank. Dan gaat je geld naar bijvoorbeeld alternatieve energie, biologische landbouw en natuurprojecten. Het rendement op zo’n belegging is wel lager dan op reguliere beleggingen. Maar daar staat een belastingvoordeel tegenover: een vrijstelling van vermogensbelasting (tot 65.072 euro in 2023) en een extra heffingskorting. Groenfondsen zijn er nog niet zo veel. Drie bekende zijn: Triodos Groenfonds, ASN Groenprojectenfonds en Meewind Regionaal Duurzaam.
De meest tijdrovende, maar effectieve manier is impactbeleggen. Je investeert dan in bedrijven of projecten die een meetbare positieve impact hebben op milieu en maatschappij. Je wilt dan harde cijfers weten. Hoeveel CO2-uitstoot wordt er gereduceerd? Hoeveel sociale woningen worden er gebouwd? Impactbeleggen kan via ‘impactfondsen’ die banken aanbieden. De nadelen: de (service)kosten zijn hoog en je bent deels nog steeds afhankelijk van de cijfers die de bedrijven zelf aanleveren.
Het kan ook buiten de beurs om, via een crowdfundplatform als Lendahand. Met andere beleggers financier je dan leningen aan ondernemers in ontwikkelingslanden. Per lening krijg je te zien wat de exacte impact is. Het rendement schommelt zo rond de 5 procent. Maar, let op, dit is een stuk risicovoller dan aandelenfondsen. De kans is aanzienlijk dat een leningnemer zijn schuld niet meer kan terugbetalen. Zo’n afgeboekte investering drukt het rendement aanzienlijk. Een stelregel om te onthouden is dan ook: hoe duurzamer, hoe minder rendement.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden