Ik kan wel zeggen dat ik op mijn 17de in een reggaeband zat, maar lang heeft het niet geduurd. Mijn bijdrage bleef beperkt tot één liedtekst. Toen de eerste optredens waren geboekt, hebben ze me apart genomen en gezegd dat ze op het podium alleen gitaristen konden gebruiken die konden spelen. Ze hoopten dat ik er begrip voor had.
Het liedje ging over een Palestijnse jongen met een steen en een katapult. Het was geïnspireerd op beelden van twee Israëlische soldaten die een Palestijn vasthielden, terwijl een derde zijn armen en benen stuksloeg met een steen. Een soort radbraken, zoals de blokkade van Gaza ook op een middeleeuwse belegering lijkt.
Ik had een vadercomplex en een autoriteitsprobleem, ik was opgegroeid in de verheerlijking van het Nederlandse verzet – mijn eigen opa was verzetsheld geweest. Nu heb ik een Duitse vrouw en een Duitse dochter, maar toen werd ik slap van bewondering als opa me toevertrouwde hoe heerlijk het was geweest om op Duitsers te schieten.
Verzet was het hoogste wat je kon bereiken. Als er ergens onrecht was, ging jij erop af. Als de vrijheid je hulp nodig had, gaf je niet om je leven. Jezus had het zelf voorgedaan, in zekere zin, want Hij had zich dan wel voor ons opgeofferd, het had niet gehoeven. Volgens de Bijbel heeft Hij volop kans gehad er tijdig op een ezel of een kameel vandoor te gaan.
Niet alleen de Palestijnse, maar bijna alle verzetsbewegingen konden rekenen op de hartelijke sympathie van deze jongen in een Bob Marley T-shirt, een Drentse Courant op schoot. Anderen waren geschokt als de ETA een leeg hotel in een Spaanse badplaats had opgeblazen, en ik ook wel een beetje, maar ondertussen dacht ik ook: net goed, kuthotel.
In Noord-Ierland durfden katholieke jongens, net als ik er eentje was, het tegen soldaten op te nemen. Ik haalde meteen The Unforgettable Fire van U2 in huis. Omdat ik van de titel alleen de woorden ‘table’ en ‘fire’ kende, dacht ik dat de lp over een brandende tafel ging, maar de muziek was genoeg om het verzet op je wangen te voelen gloeien.
Het romantiseren duurde tot ik, ergens halverwege de twintig, de leeftijd waarop bij veel mannen de empathie pas wakker wordt, de openingsscène van een film over de IRA zag, en ik het slachtoffer ontdekte. Ik kan niet terugvinden welke film het was – IRA-films beginnen vaak op dezelfde manier. In een donkere stad gaat een leuk stel het warme licht van een druk café binnen, de deur gaat achter ze dicht en het café explodeert.
Ik ben niet de enige die sinds de terroristische aanval op Israël heen en weer wordt geslingerd tussen afkeer en verlangen, walging en empathie. De beelden van de slachters, de slachting, de slachtoffers. De ontvoerde jonge vrouw achter op een scooter naar Gaza, onderweg naar de hel. Het meisje, onder het puin vandaan gehaald, dat in het ziekenhuis de handen nog tegen haar oren houdt. De lijken van kinderen en baby’s.
Verstandige mensen zeggen: mensenrechten voor iedereen is de enige weg uit het geweld, maar je hoefde je maar even in de één te verplaatsen om de ander iets gerechtvaardigds te willen aandoen, iets legitiems.
Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.