Home

Economisch knijpt Israël de Gazastrook al bijna twintig jaar af

Al lang voordat Israël de toevoer van water, voedsel, brandstof en elektriciteit naar de Gazastrook blokkeerde, had het land de Palestijnen in een houdgreep. Door een totale controle op import en export, het afromen van Palestijnse belastinginkomsten en douanetarieven, extra heffingen op brandstof en de periodieke vernietiging van de infrastructuur saboteert Israël de economische ontwikkeling van Gaza al jaren.

Internationale waarnemers van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) sloegen in september wederom alarm. In een vorige maand verschenen rapport met de omineuze titel Racing Against Time schrijven economen van de Wereldbank dat er ‘urgente actie’ nodig is om de Palestijnse gebieden, en zeker de Gazastrook, uit hun ‘stagnatie’ te halen. ‘Het wegnemen of op zijn minst significante reductie van de door Israël opgelegde beperkingen, is daarbij van vitaal belang.’

Over de auteur
Michael Persson is economieverslaggever en commentator van de Volkskrant, met een focus op de oorlog in Oekraïne. Als Amerika-correspondent won hij journalistiekprijs De Tegel.

Het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking bedraagt volgens de Wereldbank rond de 1.200 euro. De werkloosheid is ongeveer 48 procent, onder jongeren bijna 60 procent. Bijna de helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Elektriciteit komt in blokken van acht uur op, acht uur af. In het eerste kwartaal van dit jaar kromp de economie met 2,6 procent.

Een delegatie van het IMF concludeerde na een bezoek aan de Gazastrook in augustus dat ‘de vooruitzichten troosteloos zijn’. Zelfs Israëlische veiligheidsdiensten wezen er vorig jaar op dat alleen een opener economie tot de broodnodige stabiliteit in Gaza zou kunnen leiden.

Tot 2005 was de Gazastrook door Israël bezet gebied. Dat betekende, naast de aanwezigheid van militairen en kolonisten, dat er een zekere normale economische bedrijvigheid was, zoals landbouw en lichte industrie, met name de fabricage van constructiemateriaal.

De European Gaza Development Group, een consortium onder leiding van het Nederlandse Ballast Nedam, zou met buitenlands geld zelfs een zeehaven aanleggen, zoals afgesproken in vredesakkoorden eind jaren negentig. De haven, een echo uit het zeevarende Palestijnse verleden, moest een symbool worden van de Palestijnse zelfstandigheid, zelfs al was het geen onafhankelijke staat.

Maar Israëlische tanks walsten de kantoren van de haven-in-aanbouw in 2001 plat. Volgens het Israëlische leger zou er vanaf het terrein geschoten zijn, maar de Nederlandse regering dacht er anders over. ‘De actie lijkt op het welbewust toebrengen van een slag aan de Nederlandse ontwikkelingsinspanningen, waarbij inmiddels al 11 miljoen gulden is uitgegeven aan de voorbereidende werkzaamheden voor de Gazahaven, die cruciaal is voor de economische levensvatbaarheid van de Palestijnse gebieden’, zei minister Eveline Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) destijds. Ballast Nedam trok zich terug, en dat was het einde van de haven.

Ook het vliegveld werd onklaar gemaakt, en in 2007, nadat Hamas de macht in Gaza had gegrepen, besloot Israël het gebied bijna volledig van de buitenwereld af te sluiten. In zekere zin werden de bijna twee miljoen inwoners opgesloten. Experts van de Verenigde Naties zeiden in 2011 dat de blokkade ‘een collectieve straf’ was voor de inwoners van Gaza, en een ‘flagrante schending van de internationale mensenrechten en het humanitaire recht’.

Sindsdien zijn er nog maar twee grensovergangen vanuit Israël naar de Gazastrook, waarlangs voedsel, brandstof en goederen mondjesmaat het gebied in kunnen. Ook de weinige export vanuit Gaza (vooral naar de Westelijke Jordaanoever, het andere Palestijnse gebied) verloopt via deze Erez-grensovergang in het noorden en een andere in het zuiden, bij de grens met Egypte.

Aanvankelijk konden Gazanen ook naar Egypte, maar die overgang is steeds strenger geworden. De honderden tunnels waarlangs goederen in de beginjaren van de blokkade vanuit Egypte de Gazastrook werden binnengesmokkeld, zijn rond 2014 bijna allemaal door Egypte vernietigd. Dat betekent dat Israël al jaren bijna volledig controleert wat er de Gazastrook binnenkomt en uitgaat. Veel goederen zijn als ‘dual-use’ aangemerkt, wat betekent dat ze zowel voor vreedzame als militaire doeleinden kunnen worden gebruikt. Import daarvan vergt speciale vergunningen. Sinds de blokkade is naar schatting 80 procent van de bedrijven in de Gazastrook gesloten.

‘Een zaak openen in Gaza is een hachelijk avontuur’, zei voormalig restauranthouder Nael al-Ghazali vorig jaar tegen de lokale correspondent van Al-Jazeera. ‘Je weet niet waar de problemen vandaan zullen komen. Je hebt de blokkade, de beperkingen aan welke machines je kunt importeren, de stroomonderbrekingen, en dan ook nog de oorlogen met Israël die alles in een oogwenk kunnen vernietigen.’

Zelfs Palestijnse vissers in Gaza die hun vis aan Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever willen verkopen, hebben last van Israël. Dat heeft het quotum dat via Israël daarnaartoe mag worden gebracht vorig jaar gehalveerd, waardoor de inkomsten van de vissers in één klap zijn gehalveerd.

Inkomsten van de Palestijnse overheid worden ook door Israël afgeknepen. Zo houdt Israël maandelijks tientallen miljoenen in op de importheffingen en andere belastingen die Israël namens de Palestijnse Autoriteit int. De ultraconservatieve Israëlische minister van Financiën heeft dat ingehouden bedrag dit jaar verdubbeld. Volgens de Wereldbank is deze ‘lekkage’ een belangrijk probleem; deze belastingen vormen 65 procent van de Palestijnse overheidsinkomsten. De overheid wordt nu deels op de been gehouden door buitenlandse donoren, waaronder de Europese Unie.

Een andere belangrijke bron van (buitenlandse) inkomsten waren de gastarbeiders die, tot vorige week, elke dag via de Erez-overgang naar Israël gingen. Dat quotum is vorig jaar door Israël verhoogd tot 17 duizend man. Zij verdienen in Israël als plukker, productiemedewerker, bouwvakker of schoonmaker vijf tot tien keer zo veel als wat ze in Gaza zouden kunnen verdienen, als er al werk was.

Veel van deze mannen zijn na de aanslagen van zaterdag opgepakt en naar de Westelijke Jordaanoever gedeporteerd. Daar horen sommigen, ver van huis, hoe familieleden in Gaza sterven door de bombardementen.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next