In de beginscène van de film Anatomy of a Fall wordt de hoofdpersoon, de Duitse auteur Sandra (gespeeld door Sandra Hüller), geïnterviewd door een mooie jonge vrouw. Hüller ontpopt zich gaandeweg als een sluwe verleider, waardoor het gesprek iets ongemakkelijks krijgt. Haar acteren doet dan sterk denken aan dat van Cate Blanchett in Tár, allebei krachtige vrouwen in een artistiek beroep die zich superieur wanen.
Totaal anders, maar even overtuigend, is Hüllers rol in die andere film die dit jaar op het filmfestival van Cannes zo veel indruk maakte: The Zone of Interest. Daarin is ze de vrouw van Rudolf Höss, destijds commandant van het concentratiekamp Auschwitz. Terwijl hij de vernietiging van vele Joden en andere slachtoffers coördineert, bestiert zij het huishouden met vijf kinderen en zorgt voor de tuin in haar riante villa.
Over de auteur
Hein Janssen schrijft sinds 1987 over theater voor de Volkskrant en richt zich met name op toneel en musical.
Beide films bieden de kans allerlei facetten van Sandra Hüllers (45) acteren te doorgronden. De Duitse actrice behoort intussen tot de top van de Europese cinema. Ze begon als theateractrice, maar werd sinds haar filmdebuut in Requiem (2006) steeds vaker ook voor films gevraagd.
In Anatomy of a Fall – vanaf deze week in de Nederlandse bioscopen – wordt Hüllers personage Sandra verdacht van moord op haar man. Het stel woont met een schattig zoontje in een chalet ergens in de Franse Alpen. Op een onverwacht moment valt de man uit het raam en ligt dood in de sneeuw. Is hij gevallen of geduwd?
Wat volgt, is een soort Scènes uit een huwelijk en rechtbankdrama ineen, waarin Hüller bijna tweeënhalf uur lang een achtbaan aan gemoedstoestanden etaleert – van verleidelijk tot zorgzaam, van lijdzaam tot furieus. Ze is de wanhopige moeder, de ruziënde echtgenote, en de beschuldigde vrouw, en op al die momenten houdt ze een geheim in stand.
Zo veelzijdig als haar acteren in Anatomy of a Fall is, zo strak ingekaderd is dat in The Zone of Interest. Het lijkt wel of ze volledig is geïmplodeerd, in een verwoede poging haar leven onder de rook van verbrande lijken in het gareel te houden. Op één angstaanjagende uitbarsting is ze bijna onzichtbaar verzenuwd. In de film wordt ze op een gegeven moment de koningin van Auschwitz genoemd.
Met recht zou je Sandra Hüller ook de koningin van de Europese cinema kunnen noemen. Na haar rol in Requiem speelde ze in maar liefst twintig films voordat met Toni Erdmann (2016) haar internationale doorbraak kwam. Maar tussendoor bleef ze het theater trouw. Opgeleid aan de beroemde Ernst Busch Hochschule für Schauspielkunst in Berlijn ontwikkelde ze haar talent bij de grote Duitse stadstheaters. Nadat ze in 2000 was afgestudeerd, speelde ze bij gezelschappen van Jena en Leipzig en vertrok daarna naar Theater Basel in Zwitserland.
Bij de gezelschappen waar ze werkte, was ze een actrice die graag meedacht met de regisseur en de mensen achter de schermen. Acteren was en is voor haar meer dan een rol leren en zo goed mogelijk spelen. Daarom was de ontmoeting met de Nederlandse theatermaker Johan Simons zo belangrijk voor haar.
Simons leerde Hüller in 2007 kennen, toen hij als gastregisseur bij de Münchner Kammerspiele Heinrich von Kleists Der Prinz von Homburg regisseerde. Toen hij in 2010 in München intendant van het gezelschap werd, voegde zij zich bij het ensemble. Vijf jaar werkten ze intensief samen en in zijn regie speelde ze een groot aantal rollen. Ze maakte daar bijvoorbeeld diepe indruk in de voorstelling Die Strasse. Die Stadt. Der Überfall (2012) van Elfriede Jelinek, over de westerse hang naar consumeren. Hüller speelde een verwarde, modeverslaafde vrouw en bleek met gemak overweg te kunnen met Jelineks imposante taalbouwwerk.
Over haar samenwerking met Simons zei ze toen in de Volkskrant: ‘Hij opent een ruimte voor je, hij maakt dingen mogelijk. Hij heeft een heldere visie op wat hij met een voorstelling wil, maar schrijft niets voor. Als acteur krijg je vertrouwen en heb je altijd het gevoel dat wat je maakt vanuit jezelf komt. Wat ik ook prettig vind: hij is niet geïnteresseerd in perfectie. En hij kan soms met kinderlijk plezier slechte grappen maken.’
Het Duitse theater is heel hiërarchisch gestructuurd, zegt Simons. ‘Daar heb je als acteur niet zo heel veel in te brengen. Maar ik was gewend om heel open en vanuit het collectief te werken. Ik denk dat het mede daarom goed klikte tussen ons. En wat ze ook prettig vond, geloof ik, was dat ik nooit schreeuwde. Duitse regisseurs schijnen nogal te schreeuwen.’
Toen Simons in 2018 intendant van Schauspielhaus Bochum werd, ging Hüller met hem mee. Ze speelde daar onder meer de titelrol in Shakespeares Hamlet. Een vrouw in die grote, mannelijke titelrol – in het Duitse theater is dat niet gebruikelijk. Haar eigenzinnigheid bleek toen ze op de première van Hamlet tijdens de pauze niet naar de kleedkamer ging, maar roerloos op het podium bleef staan. Iedereen was verbijsterd, zowel haar medespelers als het publiek. Na afloop zei ze dat ze opperste concentratie nastreefde, en geen zin had om in de pauze te horen wat wel of niet goed was gegaan. Hamlet wordt af en toe nog in Bochum opgevoerd, en Hüller staat in de pauze nog steeds als een standbeeld op het podium.
Simons: ‘Je hebt van die acteurs, zoals ook Pierre Bokma en Elsie de Brauw, die vanaf de eerste repetitiedag zo goed zijn, dat je als regisseur denkt: Jezus, wat moet ik daar nou nog over zeggen? Sandra heeft intelligente opvattingen, niet alleen over haar eigen rol, maar over het hele stuk. Ze weet wat ze wil, heeft een uitgesproken mening en kan soms eigenwijs zijn, maar alles staat altijd in dienst van de voorstelling.’
Een andere Nederlandse regisseur die met haar werkte, is Nanouk Leopold. In 2010 maakte ze met Hüller de film Brownian Movement, een psychologische studie van een vrouw die een kamer huurt om daar in afzondering haar seksuele fantasieën de vrije loop te laten. Leopold: ‘Ik had Requiem gezien en vond haar daarin waanzinnig goed. Via een castingagent kwam ik met haar in contact. Zij vond het scenario van Brownian Movement interessant en wilde de rol graag spelen. Ze zit in elk shot en deed precies wat ik voor ogen had. Sinds die tijd zijn we min of meer met elkaar bevriend geraakt en houden we contact. Overal waar ze op filmfestivals en zo wordt geïnterviewd, promoot ze Brownian Movement nog steeds als een van haar favoriete films. Dat vind ik zo leuk aan haar.’
Vorig jaar maakte Leopold met Daan Emmen de theatrale installatie Another Woman met Hüller voor Schauspielhaus Bochum. De twee vrouwen werken graag met elkaar. Leopold: ‘Ik vind haar echt een van de beste Europese actrices van nu. Ze kan met haar spel dingen laten zien die zich op verschillende lagen bewegen. In een paar seconden kan haar blik conflicterende emoties tonen, als gedachten die door haar hoofd schieten. Ze heeft controle over wat ze je wil laten zien, en wat niet. Iemand die dat ook heel goed kan, is bijvoorbeeld Meryl Streep. Elke acteur kan huilen, maar bij Hüller gebeurt er achter dat huilen veel meer – van wanhoop tot berusting.’
Leopold zag intussen ook Anatomy of a Fall en was onder de indruk: ‘Ze speelt daarin een vrouw die berecht wordt en moet luisteren naar wat er over haar wordt verteld tijdens het proces. Zij bepaalt of je naar binnen mag kijken of niet, en zo ja, wat je dan aan emoties kunt bespeuren. Het is heel spannend om naar haar te kijken.’
In München en ook in de Ruhrtriennale speelde Pierre Bokma een paar keer samen met Hüller, onder meer in Danton’s Tod. Bokma: ‘Ik weet nog goed dat we aan het repeteren waren en ik haar de hele tijd hoorde schaterlachen. Ik was geschokt: ik dacht dat ze me uit zat te lachen. ‘Wat doet ze nou?’, vroeg ik aan Johan, maar het bleek dat ze het erg grappig vond wat ik aan het doen was. Tijdens zo’n repetitie probeer ik namelijk allerlei dingen uit, en dat was ze niet gewend. Na afloop zei ze dat ze zo blij was met Johan omdat hij allerlei rare figuren zoals ik meebracht, en dat het daardoor zo veel vrijer was dan altijd maar volgzaam uitvoeren wat je regisseur wil.’
Johan Simons heeft haar twee nieuwe films nog niet gezien, maar wel Sisi & Ich, die eerder dit jaar uitkwam. Simons: ‘Daarin vond ik haar niet zo goed, omdat ze iets te duidelijk wil laten zien wat ze allemaal kan. Ze trekt de hele trukendoos open, met veel te veel acteursvondsten. Je had dat makkelijk over drie films kunnen uitsmeren.’ Nu Hüller een veelgevraagde filmactrice is, vreest Simons dat ze voor het theater een beetje verloren is. Maar hij heeft haar al wel vastgelegd voor 2025, dan is ze in Schauspielhaus Bochum te zien in een nieuw stuk van de Zwitserse schrijver Lukas Bärfuss.
Het theaterpubliek in Bochum zal er ongetwijfeld voor uitlopen, en massaal naar de voorstelling gaan. Alle anderen die haar aan het werk willen zien, kunnen nu naar de bioscoop.
Toen in 2013 Theater Treffen, het jaarlijkse theaterfestival in Berlijn, vijftig jaar bestond, had de organisatie Sandra Hüller ingehuurd als reisleider van een speciale bustour door de stad. De tocht voerde langs allerlei bekende theaterplekken – van het Berliner Ensemble, ooit opgericht door Bertolt Brecht, tot de Volksbühne van provocateur Frank Castorf. Hüller vertelde tijdens de toer wetenswaardigheden over de rijke Berlijnse theaterhistorie. Luchthartig, en met humor bovendien, en dat was bijzonder in het doorgaans zo serieuze Theater Treffen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden