Home

Zorgvastgoed is de nieuwe melkkoe van investeerders

‘We staan op straat!’, kopt het bericht van een huisarts op LinkedIn. Het gezondheidscentrum in de wijk Kanaleneiland in Utrecht, bestaande uit onder meer drie huisartspraktijken, moet in mei 2026 het pand verlaten. De eigenaar, een vastgoedbelegger met een indrukwekkend vastgoedportfolio, zal de huur beëindigen.

In het pand worden waarschijnlijk appartementen gebouwd, waarvan een deel geschikt moet zijn voor senioren. Dat zal vast lucratiever zijn, maar is ook netjes in lijn met de plannen van het kabinet. De ambitieuze woon- en bouwagenda vraagt om 900 duizend nieuwe woningen voor 2030, waarvan eenderde geschikt voor ouderen. Toch lijkt het erop dat met het oplossen van het ene maatschappelijke probleem nu het andere wordt gecreëerd.

Over de auteur
Danka Stuijver is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

In Kanaleneiland staan huisartsen, apothekers, fysio- en ergotherapeuten, logopedisten en een diëtist met de ruggen tegen een afbrokkelende muur. Naar een alternatief wordt gezocht. Door de verhuurder, de gemeente en ook Zilveren Kruis denkt mee.

Iedereen is welwillend, maar het overleg verloopt traag en is tot op heden vruchtenloos. De vraag is wie zich verantwoordelijk zou moeten voelen voor het voortbestaan van een gezondheidscentrum dat zorg biedt aan 9.000 patiënten. Het antwoord hangt af van wat wij vinden dat een eerstelijnsgezondheidscentrum is: een instelling van maatschappelijk belang of een commerciële onderneming?

Vorige week schreef het Algemeen Dagblad dat de overname van een huisartsenpraktijk in Bodegraven niet doorging vanwege onhaalbaar hoge eisen aan en kosten van tijdelijke woonruimte voor de twee nieuwe huisartsen. Het gevolg: 1.500 inwoners zonder huisarts. De fractie van de ChristenUnie vroeg de gemeente per brief om opheldering. De wethouder wond er geen doekjes om: ‘Een huisarts is een ondernemer. We hebben belang bij goede huisartsenzorg, maar het is niet onze verantwoordelijkheid.’

Het is nog maar de vraag of een praktijkhoudend huisarts gezien kan worden als ondernemer. Een echte ondernemer kan de gestegen huur, energie, inflatie en vierkantemeterprijzen doorberekenen aan de klant. Terwijl de tarieven die een huisartspraktijk ontvangt landelijk zijn vastgelegd door de Nederlandse Zorgautoriteit.

Om een idee te geven: de huisvestingsvergoeding voor een normpraktijk met 2.095 patiënten (1 fte huisarts) is anno 2023 slechts 1.500 euro per maand. Dit omvat vergoeding voor huur, energie én schoonmaak. Dat kan misschien in Drenthe, maar in het centrum van Amsterdam krijg je daar hooguit een parkeerplaats voor.

Terwijl de kosten voor huisvesting nu al op veel plekken hoger zijn dan de vergoeding, blijkt volgens een peiling van de Landelijke Huisartsvereniging dat bijna 80 procent van de huisartspraktijken problemen ondervindt als gevolg van een te krappe behuizing. En dat ruimtegebrek belemmert het opleiden van personeel of het aannemen van nieuwe patiënten. Het dwingt tot creatieve oplossingen zoals het plaatsen van portakabins op de parkeerplaats. Houdbaar is het niet en ook jonge huisartsen denken wel drie keer na voordat ze een praktijk overnemen waar ze nu al ‘met de benen uithangen’.

De afgelopen jaren is de interesse van projectontwikkelaars en vastgoedbeleggers naar zorgvastgoed flink toegenomen. Dit als gevolg van een hoge vraag in combinatie met stabiele rendementen dankzij langdurige contracten met betrouwbare huurders. Maar in tegenstelling tot een woningbouwvereniging die geen winstoogmerk heeft, zal een vastgoedbelegger allereerst rendement willen zien. Daarmee dreigt het wegvloeien van grote hoeveelheden geld, bedoeld voor de zorg, naar externe investeerders.

In een stad in het westen van het land neemt een belegger in zorgvastgoed het pand waarin een gezondheidscentrum is gevestigd over van een woningbouwvereniging. Het jaar erop wordt de maximale inflatiecorrectie van 14 procent toegepast. Hoe vervelend en onrechtvaardig dit ook voelt, het mag.

Maar daarna begint het achterstallig onderhoud zich op te stapelen. De airco wordt niet gerepareerd, plafondplaten hangen los. De verhuurder vindt dat dit onderhoud voor rekening van de huurder komt en daarover in gesprek gaan is haast onmogelijk. ‘Ze nemen niet eens de telefoon op als wij bellen. Daarbij vertrouwen zij erop dat wij geen alternatief hebben’, vertelde een collega mij, en ik vrees dat daar een kern van waarheid in zit. Een gezondheidscentrum verplaatsen binnen een klein postcodegebied in de Randstad met gigantische vierkantemeterprijzen is, zeker zonder hulp van gemeenten, een bijna onmogelijke taak.

De eigenaar van het pand, de zorgvastgoedbelegger, flyert ondertussen in de stad. Op zoek naar investeerders. Op de voorkant van de flyer prijkt de melkkoe: het gezondheidscentrum.

Source: Volkskrant

Previous

Next