‘Welkom op het hoogst gelegen aardappelveld van Nederland’, zegt aardappelteler Bert Merx op een schuin aflopende akker net buiten het pittoreske bergdorpje Vijlen in het Limburgse heuvelland. Op bijna 240 meter boven NAP worden hier Innovators verbouwd, lange witvlezige aardappelen die later verwerkt zullen worden tot frieten van McDonald’s.
‘Ze zijn nog niet rijp’, constateert Merx (57) tussen de aardappelbedden schuin tegenover een wijngaard van wijndomein Sint Martinus. In de verte is de Sint Martinus-kerk van Vijlen te zien. ‘Het zetmeelgehalte is nog te laag en ze zijn nog niet uitgehard. De schil is te dun, waardoor de aardappelen bij het oogsten beschadigd kunnen raken door de rooimachine.’
De aardappelteler uit Bocholtz, 7 kilometer verderop, denkt dit veld op zijn vroegst eind deze maand te kunnen oogsten. Het voorjaar was bijzonder nat, waardoor de pootaardappelen pas een maand later de grond in konden. ‘Dat is de natuur, het weer laat zich niet voorspellen’, verzucht hij.
Peter de Graaf is regioverslaggever van de Volkskrant in Zuid-Nederland en verslaat ontwikkelingen in Noord-Brabant, Limburg en Zeeland. Eerder was hij EU-correspondent in Brussel en economieverslaggever.
Zulke schommelingen in poot- en oogsttijden zijn van alle tijden. Maar dit jaar hebben Nederlandse aardappeltelers op de zand- en lössgronden daardoor een levensgroot probleem. De overheid heeft voor deze groep boeren een deadline ingesteld: vóór 1 oktober moeten de piepers uit de grond om plaats te maken voor zogenoemde vanggewassen die stikstof uit de bodem kunnen opnemen en vasthouden. Daardoor wordt uitspoeling van stikstof naar het grondwater verminderd. Bekende vanggewassen zijn onder meer bladrammenas, gele mosterd, diverse soorten klaver of Japanse haver.
‘Een bizarre maatregel’, vindt Merx, die namens boerenorganisatie LTO voorzitter is van de sectorgroep akkerbouw Zuidoost-Nederland. ‘Boeren werken niet met een kalender van de overheid, maar met de omstandigheden van de natuur.’
Net als veel collega’s op de zand- en lössgronden constateert de Limburgse aardappelteler dat de nieuwe overheidsregel, die dit jaar voor het eerst van kracht is en bedoeld is om de kwaliteit van het Nederlandse water te verbeteren, onuitvoerbaar is. Daarmee riskeert hij een straf: volgend jaar krijgt hij een ‘stikstofkorting’ aan de broek, wat betekent dat hij minder mest mag uitrijden over zijn grond.
Die bemestingskorting is getrapt: tot twee weken te laat vanggewas inzaaien levert een korting op van 5 kilo stikstof per hectare, tot vier weken te laat 10 kilo en nog later 20 kilo. In het laatste geval betekent dat 10 procent minder mest uitrijden per hectare.
Maar het oogsten van onrijpe piepers is de boeren een gruwel. Daarmee zouden ze ook problemen kunnen krijgen met hun afnemers, waaronder aardappelverwerkende bedrijven als Aviko, McCain of Lamb Weston. Als het zetmeelgehalte te laag is, kunnen de aardappelen worden afgekeurd voor de friet of chips.
Aardappeltelers zijn minder militant dan varkenshouders en zullen niet zo snel met trekkers naar het Malieveld in Den Haag ‘optoeren’. Maar overal in het land klinkt op de zand- en lössgronden protest en gemor – collega’s op de minder vervuilingsgevoelige kleigronden hoeven niet aan de regel te voldoen. Ook de Tweede Kamer neemt het op voor de getroffen akkerbouwers. Eind vorige maand nam het parlement met een ruime meerderheid een motie aan van BBB en SGP waarin de minister werd gevraagd om de aardappeltelers twee weken langer de tijd te geven.
Minister Piet Adema van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ging twee dagen vóór 1 oktober met duidelijke tegenzin overstag. ‘Ik zal deze motie enkel voor dit jaar uitvoeren door de regeling zodanig aan te passen dat in 2023 bij consumptieaardappelen de eerste stap van de korting (…) niet zal worden toegepast’, schreef de ChristenUnie-bewindsman in een brief aan de Kamer. ‘De twee volgende stappen in de korting zullen wel blijven gelden.’
Dat betekent dat de Limburgse akkerbouwer Merx op zijn hooggelegen aardappelperceel bij Vijlen dus wel gesanctioneerd gaat worden. Als hij voor 1 november oogst en een vanggewas inzaait wordt dat 10 kilo stikstof per hectare korting, na 1 november zelfs 20 kilo. Minder bemesting betekent minder opbrengst. Volgens hem is daar uiteindelijk ook de consument de dupe van: hogere prijzen voor friet en chips. Of de Aviko’s en McCains gaan goedkopere aardappelen uit het buitenland halen.
De Limburger schudt het hoofd. ‘Dit is echt kalenderlandbouw, die bedacht is vanachter het bureau in Den Haag’, schampert hij. ‘Ze missen gewoon landbouwkundige kennis op het ministerie.’
Voor volgend jaar geldt in principe opnieuw de deadline van 1 oktober, onderstreepte minister Adema, tenzij een alternatieve maatregel wordt gevonden die ‘voldoende positief effect op de waterkwaliteit heeft’. Want hoe eerder boeren een vanggewas inzaaien, des te beter kan de uitspoeling van stikstof naar het grondwater worden tegengegaan. Vooral de maand oktober is cruciaal. Dan kunnen de gewassen nog voldoende groeien en hun werk doen, zo blijkt uit onderzoek van de WUR, de landbouwuniversiteit in Wageningen. In november is het daarvoor vaak al te koud.
Het is een van de milieumaatregelen die volgens de minister hard nodig zijn in de strijd tegen de watervervuiling in Nederland. Slechts een beperkt deel van de Nederlandse wateren verkeert in goede toestand. Naast de landbouw is ook de industrie een belangrijke vervuiler van zowel grond- als oppervlaktewater.
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), sinds 2000 van kracht, schrijft voor dat alle wateren in Europa in 2027 aan bepaalde normen moeten voldoen. ‘Er is sindsdien veel gedaan, maar de doelen van de richtlijn zijn nog verre van gerealiseerd’, constateerde de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) eerder dit jaar in een alarmerend onderzoeksrapport.
Volgens de adviescommissie heeft de KRW de afgelopen jaren ‘onvoldoende prioriteit en aandacht’ gekregen. Ook voor de komende jaren heerst somberheid. Sterker nog, het Rli concludeert in zijn advies dat ‘met het huidige Nederlandse beleid de KRW-doelen in 2027 redelijkerwijs niet meer kunnen worden gehaald’.
Dat kan grote gevolgen hebben. ‘Het niet op tijd bereiken van de KRW-doelen kan betekenen dat tal van activiteiten in Nederland – zowel in de landbouw als in de rest van de economie – noodgedwongen stil komen te liggen’, aldus het Rli. ‘Ook bestaat het risico dat Nederland te maken krijgt met boetes vanuit de Europese Unie.’
Het ministerie van Landbouw noemt de oogstdeadline van 1 oktober ‘een stimulerende maatregel’ om de uitspoeling van stikstof te verminderen. Boeren mogen wel over de deadline heengaan, maar krijgen dan dus te maken met een bemestingskorting in het volgende jaar. Ook minder mest uitrijden beperkt de uitspoeling van stikstof.
‘Er is dus wel enige speling voor de boeren’, aldus een woordvoerder van het ministerie. In het kader van de de nitraatrichtlijn zijn voor de periode 2022-2025 afspraken gemaakt met de Europese Commissie over het inzaaien van vanggewassen na de hoofdteelt. ‘Wij horen de zorgen van de boeren en de minister praat ook met de sector’, zegt de woordvoerder. ‘Als er een beter alternatief is voor die inzaai van vanggewassen, staan we daarvoor open. Maar een echt alternatief, daar hebben we nog niets van gehoord.’
De boeren willen geen generieke maatregel voor iedereen, maar ‘maatwerk’ waarbij per bedrijf wordt gekeken hoe groot de uitspoeling van stikstof precies is en wat daartegen kan worden gedaan. De Limburgse akkerbouwer Merx verbouwt op 80 hectare grond verschillende soorten aardappelen op verschillende percelen die op verschillende momenten in het najaar rijp en oogstklaar zijn – daarnaast teelt hij ook nog wintertarwe, maïs en suikerbieten. ‘Op elk perceel is de situatie en bodemgesteldheid anders’, zegt hij. ‘Als je metingen doet en precies weet wat er in de bodem zit, kun je maatregelen nemen om het komend jaar wat zuiniger aan te doen met mest of gewasbeschermingsmiddelen.’
Maar het is de vraag of er nog voldoende tijd is voor zo’n nieuw systeem van precisiemetingen – het KRW-doeljaar komt met rasse schreden dichterbij. Experts waarschuwen dat zo’n ‘systematiek van maatwerk en stoffenbalans’ veel vergt van de boeren zelf en bovendien lastig is om te controleren.
Janjo de Haan, onderzoeker bodem, water en bemesting aan de WUR, kan in deze discussie begrip opbrengen voor zowel het standpunt van de overheid als dat van de boerensector. Aan de ene kant moet de overheid zorgen voor schoner water en daarbij helpt het tijdig inzaaien van vanggewassen. Aan de andere kant hebben boeren gelijk dat ze voor de oogst afhankelijk zijn van het weer en zeker niet geregeerd willen worden door een overheidskalender.
‘We zijn in deze situatie terechtgekomen omdat zowel de overheid als de boerensector jarenlang de tactiek van de vertraging heeft toegepast en te lang de andere kant op heeft gekeken’, zegt De Haan. ‘Die KRW-normen zijn al twintig jaar bekend en Brussel stelt steeds scherpere eisen. Pas dit jaar is een harde maatregel afgekondigd, waarop individuele boeren zich ook nog eens nauwelijks hebben kunnen voorbereiden.’
Akkerbouwer Merx heeft ook een ‘demoperceel’ met Innovator- en Fontane-aardappelen dicht bij Bocholz, waar wordt geëxperimenteerd met de toediening van plantaardige biostimulanten in plaats van meststoffen. Guido Schriever van de Limburgse Land- en Tuinbouw Bond (LLTB) heeft juist wat aardappelen gerooid en in zakken gedaan om de resultaten te onderzoeken, zowel in kwantiteit als in kwaliteit. ‘Ook in de gangbare landbouw zijn we aan het kijken hoe het anders kan’, zegt de projectleider open teelten. ‘Het wordt tijd dat de overheid eens naast de boeren gaat staan, zoals in Duitsland en België veel meer gebeurt, in plaats van ons steeds maar van bovenaf regeltjes op te leggen.’
Op de vraag of hij er weleens aan gedacht heeft om biologisch te gaan boeren – zonder gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen – antwoordt aardappelteler Merx vriendelijk maar gedecideerd: ‘Nee.’ Eerst grapt hij dat hij te oud is om die omschakeling te maken. Maar belangrijker is dat hij de opbrengsten van de biologische landbouw te laag vindt: ‘Daar gaan we alle mensen in de wereld niet mee voeden.’
Hij ziet wel toekomst in een middenweg, waarbij de gangbare landbouw zijn productie milieuvriendelijker maakt, met behoud van hoge opbrengsten. ‘De gangbare landbouw kan veel leren van de biologische landbouw’, zegt hij. ‘Ik verwacht dat de gangbare en biologische landbouw in de toekomst meer naar elkaar toe kruipen, en dat we ergens in het midden gaan uitkomen.’
In de tussentijd blijft Merx strijden tegen de ‘kalenderlandbouw’ van de regering. Thuis in Bocholtz, in een deels traditionele boerenhoeve met toegangspoort, toont hij de ‘Kalenderlandbouw-kalender’ die boerenorganisatie LTO in juni heeft gelanceerd en uitgedeeld aan Tweede Kamerleden als protest tegen het Haagse landbouwbeleid.
De kalender staat vol data over deadlines waaraan telers moeten voldoen, gekoppeld aan mestregels, keurings- en leveringsvoorwaarden, plantgezondheid- of certificeringsvereisten.
‘Het is een opeenstapeling van regeltjes’, stelt Merx. ‘De kalender maakt duidelijk in welke absurde situatie we terecht zijn gekomen.’
Hij begrijpt best dat de kwaliteit van water en natuur belangrijk zijn en verbetering behoeven. Maar regels moeten in de praktijk wel uitvoerbaar zijn, en dat is de 1-oktoberdeadline volgens hem zeker niet. ‘Oktober is voor veel aardappeltelers rooimaand’, zegt hij. ‘Wij hebben nog nooit aardappelen vóór 1 oktober achter de planken gehad, ofwel in opslag in de schuur. Vorig jaar gingen de laatste aardappelen op 15 november van het land.’
Aanvankelijk leek de deadline ook te gaan gelden voor groentetelers in de volle grond. Maar die gewassen zijn bijna allemaal, na lang gebakkelei, op de lijst van ‘wintergewassen’ terechtgekomen. Naast aardappelen geldt de oogstdeadline, in een andere vorm, ook voor suikerbieten en maïs.
‘Ze pakken nu de consumptieaardappelen, want dat is de grootste groep onder de landbouwgewassen in Nederland’, zegt Merx. ’Daarmee kan het ministerie sneller scoren en indruk maken in Brussel. Maar de natuur laat zich niet opjagen. Den Haag moet oppassen dat het deze sector niet kapotmaakt, anders moet straks steeds meer voedsel ingevlogen worden of per schip komen. Kun je nagaan wat dat voor het milieu betekent.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden