Home

De rebellen juichen. ‘Extinction!’ roept de ene helft. ‘Rebellion!’ roept de andere

‘De komende tijd zal er nog heel veel leed zijn.’ Het is een uitspraak van Mark Rutte tijdens het Vragenuur deze dinsdag. Hij krijgt vragen over de oorlog in Israël. Veel vragen, natuurlijk, ze nemen een groot deel van het uur in beslag. Hamas, terreur, wel of niet een vlag hijsen, humanitair oorlogsrecht, blokkades, antisemitisme, moordpartijen. Na drie kwartier komt de tweede en enige andere vraag van deze dag aan bod. Hij is van Aukje van Ginniken (D66).

‘Ik voel eigenlijk een soort ongemak bij het overschakelen naar een heel ander onderwerp. Vergeef mij dat ik dat toch ga doen,’ zegt ze. ‘Ik maak mij grote zorgen over het openbaar vervoer in Zeeland.’

Terug naar de grote kwestie: Israël. Het lijkt alsof Rutte op deze dag zijn taalgebruik doorspekt met meer Engels dan gebruikelijk. Hij wil ‘unequivocal’ achter Israël staan, en gebruikt ook het woord ‘gebutcherd’. Vooral dat woord voelt niet Ruttiaans. Het is misschien ingegeven door de afschuwelijkheid van de aanslagen.

Aaf Brandt Corstius doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.

Caroline van der Plas (BBB) geeft Rutte een compliment. Ze waardeert het dat de demissionair minister-president de Israëlische vlag ‘in top’ heeft gehangen. ‘Dat is gewoon heel goed.’ Ze begrijpt, zegt ze, dat hij de burgemeesters niet kan oproepen om de Israëlische vlag op te hangen. Maar, gaat ze verder, ze heeft in Rutte’s antwoorden wel afkeuring gehoord over steden waar geen vlag gehesen wordt. ‘Mogen wij het uitspreken van afkeuring als Kamer opvatten als een soort aansporing voor gemeentehuizen, provinciehuizen of overheidsgebouwen om toch de Israëlische vlag op te hangen?’ wil ze weten.

‘Voorzitter, mevrouw van der Plas probeert me in het hart te kijken, in de ziel,’ zegt Rutte. ‘Ik vind dat ik bestuurlijk dat deurtje een beetje dicht moet houden. De burgemeesters gaan over dit soort vragen.’

Toch voegt hij er uit zichzelf nog deze gedachte aan toe: ‘Als je op zondagavond hoort dat er 260 onschuldige mensen totaal zijn gebutcherd op een dansfeest… Als we dan niet zo’n Israëlische vlag mogen ophangen, wanneer dan wel?’ En dan zegt hij weer: ‘Ik zeg verder niets over de burgemeesters. Zij gaan erover.’

Esther Ouwehand (PvdD) vraagt aan Rutte om te erkennen dat de Palestijnse burgers in Gaza lijden onder zowel Hamas als de Israëlische staat. Rutte vindt het ‘ongepast om daar nu aandacht voor te vragen’. Ouwehand: ‘De minister-president zei zojuist wel heel vroom dat het internationale humanitaire recht van toepassing is. Maar we moeten toch ook toegeven dat de internationale gemeenschap niet per se vooraan heeft gestaan om dat recht in de Gazastrook altijd voorop te stellen.’

Dan komt Rutte met een complex antwoord: ‘Er is wel iets gebeurd afgelopen zaterdag. Dat is van een omvang dat het moment van de “maar” achter de “ja”, dus de “ja, maar”, nu echt even het moment is van de “ja”. Aan de komma en de “maar” komen we natuurlijk ook weer toe.’

Ouwehand lijkt zijn redenering te kunnen volgen en antwoordt: ‘De minister-president doet alsof ik hier “Ja, maar” zeg. Het is: “Ja, we veroordelen dit, én de burgers in Gaza leven in barre omstandigheden”.’

Ondertussen is dit ook de dinsdag waarop de Kamer zal stemmen over een motie om scenario’s op te stellen voor de afbouw van fossiele subsidies. De publieke tribune zit vol Extinction Rebellion-mensen; veelal ouderen, ook veel Birkenstocks, roze haar, wandelschoenen.

Rebellen zijn ze, zachtaardige rebellen.

Geduldig wachten de rebellen een lange reeks stemrondes over andere moties af tot die over de fossiele subsidies aan de beurt is. Het is een lange zit op een te warme oktobermiddag. Sylvana Simons (Bij1) wappert met een zwarte waaier.

De meerderheid van de Kamer stemt voor de motie.

De rebellen juichen. ‘Extinction!’ roept de ene helft. ‘Rebellion!’ roept de andere.

‘Blijdschap mag, maar wel buiten de zaal graag,’ zegt voorzitter Vera Bergkamp.

Een beetje blijdschap is op zich wel prettig in tijden als deze.

Source: Volkskrant

Previous

Next