Home

Mode-icoon Chioma Nnadi is de eerste zwarte vrouw aan het hoofd van de Britse Vogue

Chioma Nnadi is de nieuwe hoofdredacteur van de Britse editie van het modeblad Vogue. Als eerste zwarte vrouw op die positie, zal ze het niet nalaten om diversiteit in de mode te agenderen.

Afgelopen vrijdag, het was de eerste werkdag van Chioma Nnadi (1979) als hoofdredacteur van de Britse Vogue, werd er door veel modeliefhebbers nog een beetje gemokt. Niet vanwege Nnadi’s aantreden maar om iets wat zich een paar dagen eerder had voltrokken, een stukje verderop in Londen. Bij modehuis Alexander McQueen was na weken speculeren de nieuwe hoofdontwerper gepresenteerd: Sean McGirr zal het stokje overnemen van Sarah Burton. Niets tegen de Ier persoonlijk, maar het nieuws stemde wat cynisch. Hoera, werd er gesmaald op sociale media, de witte mannen hebben hun posten weer ingenomen, alle emancipatiegolven ten spijt.

Het zijn precies dit soort gebeurtenissen die de benoeming van Nnadi als hoofdredacteur bij Vogue zo betekenisvol maken. Ze is de eerste zwarte vrouw die de prestigieuze baan kreeg sinds de oprichting van de Britse editie in 1916, die samen met de Amerikaanse, Franse en Italiaanse edities wordt gezien als de belangrijkste ter wereld.

Hiervoor werkte Nnadi dertien jaar bij de Amerikaanse Vogue, waar ze binnenkwam als schrijver en sinds 2020 ook de website bestierde. Die promotie kreeg ze een paar maanden nadat Vogue-kopstuk Anna Wintour zich in een interne memo had verontschuldigd voor het racisme bij het modeblad, zowel op de burelen als afgedrukt op de glossy pagina’s. ‘Ik weet dat Vogue niet genoeg ruimte heeft gegeven aan zwarte redacteuren, schrijvers, fotografen, ontwerpers en andere makers’, schreef Wintour. Dat zou dus gaan veranderen.

De Britse Nnadi, geboren en getogen in het centrum van Londen, keerde voor haar nieuwe baan terug naar huis. Ze is de dochter van een Nigeriaanse vader en een Zwitsers-Duitse moeder, en heeft een oudere en een jongere broer. Na de middelbare school vertrok ze naar Manchester om Engels en Frans te studeren.

Nnadi zette haar eerste journalistieke stappen bij het magazine van de Evening Standard, maar verruilde de conservatieve Londense krant al gauw voor de New Yorkse indie-magazines Trace en later The Fader. Bij Vogue, waar ze bekend kwam te staan als genuanceerd en vriendelijk, een beetje verlegen zelfs, groeide ze uit tot sterauteur.

Nnadi’s relatie tot kleding is voor een belangrijk deel gevormd door haar vader, memoreert ze in een van haar verhalen. Toen hij in de jaren zestig in het winterse Londen aankwam om economie te studeren, had hij niks warms bij zich. Toch kocht hij niet snel een goedkope winterjas; hij spaarde voor een mantel van kasjmier.

Studenten met zijn huidskleur, had hij gemerkt, werden aan de lopende band afgewezen voor woonruimte. Chique kleding was het pantser waarmee hij zich probeerde te beschermen tegen een vijandige omgeving, tegen een land dat hem niet moest. Nnadi’s vader stopte ook met het dragen van denim omdat de stof in zijn ogen symbool stond voor het Amerikaanse imperialisme.

In een interview met The Guardian na haar benoeming tot hoofdredacteur, zei Nnadi: ‘Toen ik begon, werkte er maar één ander zwart persoon in het gebouw. En die had ook nog eens op dezelfde school gezeten.’ Sindsdien is er veel veranderd, stelde ze. Het gesprek over diversiteit was opengebroken.

Bij de Britse Vogue is dat vooral te danken aan Edward Enninful (1972), Nnadi’s voorganger die op 13-jarige leeftijd uit Ghana vluchtte. ‘Toen ik in 2017 deze baan kreeg’ vertelde Enninful in april op BBC Radio 4, ‘kondigde ik aan dat we een inclusief tijdschrift zouden gaan maken. Er werd toen gezegd: diversiteit betekent degradatie.’

Maar hij was vastberaden, en het ging hem om meer dan de buitenkant. Ja, hij zette de zwarte transgender actrice Laverne Cox op de cover, maar hij wees ook advertenties af van grote modemerken die zijn ideeën over inclusiviteit niet deelden. Aan het einde van zijn hoofdredacteurschap bestond de notoir witte Vogue-redactie voor een kwart uit mensen van kleur. En dan werd er óók nog winst gemaakt.

Enninful krijgt straks een adviserende rol bij Vogue wereldwijd, maar hij blijft in Londen tot het maartnummer naar de drukker gaat. Nnadi’s komst overlapt met zijn vertrek. Haar invloed zal daarna pas goed te zien zijn. Een groot verschil tussen de twee is dat Enninful als stylist begon en Nnadi als journalist. Dat verklaart misschien waarom haar focus, zoals ze tegen The Guardian zei, zal liggen op digitale storytelling en interactie met lezers.

Misschien dat Nnadi ook nog iets kan betekenen voor de duurzaamheid van de sector. Haar eigen kast hangt vol met vintage. Ze verzamelt bijvoorbeeld stukken van Jean Paul Gaultier uit de jaren negentig. En toen ze door een catwalkshow enthousiast was geworden van een kledingstuk met patches erop, kocht ze niet het betreffende designeritem, maar zocht ze net zo lang op Ebay tot ze iets vergelijkbaars vond: een kinderjasje dat, afgaand op het ingenaaide label, ooit aan een jongen genaamd Jorge had toebehoord. Een jasje zo ouderwets dat het al in de winkel moet hebben gehangen toen Vogue nog een wittevrouwenglossy was. Maar laat het maar aan Nnadi over om er een eigentijdse draai aan te geven.

Tijdens haar eerste maanden in Londen zal Nnadi in de sociale huurflat van haar ouders wonen, die zelf het grootste deel van het jaar in West-Afrika verblijven.

In een aflevering van Vogue-podcast The Run-Through, waarvan Nnadi de co-host is, haalt ze met schrijver en landgenoot Zadie Smith herinneringen op over hoe ze vroeger werden gepest met hun kroeshaar.

Nnadi’s functietitel bij Vogue is niet ‘editor-in-chief’, zoals haar voorganger Edward Enninful werd genoemd, maar ‘head of editorial content’.

Source: Volkskrant

Previous

Next