Ik weet niet of bij het pellen van eieren de context er ooit toe doet. Maar omdat het om zo veel eieren gaat, is het misschien toch wel even handig. Op de laatste dag van een trip die ik met vrienden maakte, zou er te weinig tijd zijn om thuis te lunchen. Daarom werden er van tevoren wat broodjes gemaakt, die we dan onderweg konden opeten. We hadden veel, heel veel, eieren over en die werden allemaal gekookt. Op tafel stonden een lege kom en een volle kom, met gekookte witte eieren. Aan weerszijden van de tafel zaten twee vrienden die ze probeerden te pellen. Dat ging niet voorspoedig. De ene vriend verweet de ander dat hij de eieren niet goed had laten schrikken. ‘Maar ik heb ze wel laten schrikken’, zei de ander verontwaardigd. ‘Niet lang genoeg’, vermaande de een hem, terwijl hij kleine stukjes eierschaal inclusief eiwit van een ei trok.
De kamer vulde zich met een weeïge zwavellucht. ‘Wat is gezonder’, vroeg de een, ‘eigeel of eiwit?’ Die wist ik. Eigeel, daar zitten de meeste voedingsstoffen in. Toch zou ik als evangelist van het Totale Ei-principe iedereen altijd aanraden het volledige ei te eten. De lucht werd dikker en de lege kom vulde zich met gehavende, gepelde eieren. Een nieuwe vraag: ‘Wist je dat witte eieren trouwens duurzamer zijn dan bruine?’ Dit wist ik niet. En omdat ik het ook niet zomaar wilde aannemen van iemand die niet eens weet hoe hij fatsoenlijk eieren moet laten schrikken, zocht ik het even op. Het klopte.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Gesterkt door zijn eigen gelijk bleef hij nu met eiweetjes strooien. ‘Witte eieren komen van witte kippen’, zei hij terwijl hij een ei op tafel tikte, ‘en bruine eieren van bruine kippen.’ Dit weigerde ik te te geloven. Niet zozeer omdat ik het echt niet geloofde, maar omdat ik niet wilde dat ik veertig jaar op deze aarde rond heb gelopen zonder te weten dat bruine kippen bruine eieren leggen en witte kippen witte eieren. In de lente leerde ik van een diëtist dat er in zoete drop meer zout zit dan in zoute drop en daar ben ik nog steeds niet van bijgekomen.
‘Dat kan niet’, sputterde ik tegen. ‘Hoezo niet?’, kreeg ik terug. ‘Zo werkt het bij mensen toch ook?’ Terwijl ik me probeerde te verzoenen met deze nieuwe werkelijkheid, dook een van hen in zijn telefoon. ‘O nee’, riep hij, ‘het gaat om de oorlellen!’ Kippen met rode oorlellen leggen bruine eieren, kippen met witte oorlellen leggen witte eieren. Bruine kippen kunnen witte oorlellen hebben en witte kippen kunnen rode oorlellen hebben. Wat een opluchting. Nu hoef ik me de komende maanden alleen nog even te verzoenen met het feit dat kippen dus oorlellen hebben.
Source: Volkskrant