De senatoren van VVD, CDA, ChristenUnie, Volt, SGP en 50PLUS stemden tegen het wetsvoorstel. De Eerste Kamerleden van BBB, GL-PvdA (behalve één), D66, PVV, JA21, PvdD, SP, FVD en OPNL stemden voor.
In een bindend correctief referendum kunnen Nederlanders een oordeel vellen over een wet die is aangenomen, maar nog niet is ingevoerd. Het referendum functioneert als een soort noodrem.
Hoewel in beide Kamers een meerderheid voor zo'n referendum is, zijn de partijen het nog niet eens over de voorwaarden. Zo is nog niet duidelijk bij welke opkomst en uitslag de uitspraak geldig moet zijn.
De SP wil dit later in een zogenoemde uitvoeringswet regelen. De discussie daarover wordt dus doorgeschoven.
Het wetsvoorstel kreeg eerder dit jaar al een meerderheid in de Tweede Kamer. Maar omdat het over een grondwetswijziging gaat, moet het wetsvoorstel nog een keer behandeld worden door beide Kamers.
Dat betekent dat de Tweede en Eerste Kamer zich nogmaals over het voorstel buigen. In deze tweede ronde moet een tweederdemeerderheid zich achter het voorstel scharen.
Zo'n tweede behandeling moet bovendien gedaan worden door een nieuwe Tweede Kamer. Normaal gesproken zouden er pas in maart 2025 nieuwe Kamerverkiezingen zijn. Maar vanwege de vervroegde verkiezingen kan het wetsvoorstel veel sneller behandeld worden.
In 2022 haalde een soortgelijk wetsvoorstel van de SP het in de tweede ronde niet. Op dit moment lijkt er in ieder geval in de Eerste Kamer niet alleen een gewone meerderheid, maar ook een tweederdemeerderheid te zijn.
Source: Nu.nl algemeen