Home

‘Als we niet met elkaar in gesprek gaan, krijgen we een duivels beeld van elkaar’

Kan je na alle gruwelijke berichten uit Israël en Gaza nog pleiten voor dialoog en begrip? Het Joodse raadslid Itay Garmy zal dit samen Denk-raadslid Sheher Khan woensdag doen in de Amsterdamse gemeenteraad. ‘We moeten meer oog hebben voor elkaars pijn.’

Even dacht het Amsterdamse raadslid Itay Garmy (Volt) afgelopen weekend: ‘Ik ga toch niet pleiten voor dialoog en begrip, terwijl ik de beelden uit Israël voorbij zie komen. Ik zal wel gek zijn. Mijn hele familie zit daar, mijn vrienden zijn opgeroepen door het Israëlische leger.’

Toch is dat precies wat hij woensdag gaat doen in de Amsterdamse gemeenteraad, samen met het Denk-raadslid Sheher Khan.

‘Allebei krijgen we vanuit onze achterban te horen: je heult met de vijand’, zegt Khan. ‘Maar juist in moeilijke tijden moeten we laten zien wat we waard zijn. Dus juist nú.’

‘Al heb ik echt even getwijfeld of ik het moest doorzetten’, zegt Garmy.

Zo op het eerste gezicht vormen Garmy (29) en Khan (36) geen voor de hand liggend duo. Khan is sinds jaar en dag uitgesproken pro-Palestina en de Joodse Garmy heeft na zijn middelbare school vrijwillig een opleiding gevolgd in het Israëlische leger. Toch trokken deze twee Amsterdamse raadsleden afgelopen maanden intensief samen op.

Want ze delen een grote zorg: ze zien overal in de samenleving ‘steeds minder begrip voor elkaars pijn’. Om die reden dienden ze eerder dit jaar een gezamenlijk plan in om polarisatie op scholen tegen te gaan. Woensdag stemt de Amsterdamse gemeenteraad erover.

Khan: ‘Nu wordt er incidenteel geld geïnvesteerd in voorlichtingsprojecten op school. We pleiten voor meerjarige investeringen, zodat dialoog en ontmoetingen tussen groepen met een verschillende levensovertuiging een hoofdzaak wordt. Doe je dat niet, dan breekt dat een samenleving uiteindelijk op. Vooral nu: als we niet met elkaar in gesprek gaan, krijgen we een duivels beeld van elkaar.’

Ze zitten op Garmy’s werkkamer in de Amsterdamse Stopera. Met vermoeide gezichten.

Garmy: ‘Afgelopen weekend was een hel. Om me heen hoor ik dat de angst toeneemt, het kan niet anders dan dat het antisemitisme nog heftiger wordt. Dus dit is het slechtste, maar ook het beste moment voor ons voorstel.’

Maandagochtend nog werd duidelijk hoe verschillend ze over sommige onderwerpen denken. Khan poseerde op X, voorheen Twitter, met een Palestijnse vlag voor het Amsterdamse stadhuis. Hij vond het onterecht dat de gemeente alleen de Israëlische vlag had gehesen als steunbetuiging aan de onschuldige Israëlische slachtoffers.

Khan: ‘Ik veroordeel de daden van Hamas, en ik keur de geweldsexplosie af. Maar dit komt voort uit decennia van onderdrukking en ongelijkheid. Bovendien zijn er inmiddels ook aan Palestijnse zijde honderden onschuldige burgers gedood. De geschiedenis kennende verwacht ik dat er nog duizenden slachtoffers zullen volgen. Daarom had ik graag een steunbetuiging voor allebei de kanten gewild.’

Garmy: ‘Ik vind jouw nuancering nu echt ongepast. Hamas is een terreurorganisatie, die dezelfde tactieken toepast als IS, en die erop gericht is om de Joden uit te roeien. Wat we dit weekend hebben gezien is je reinste jodenhaat. Willekeurige mensen zijn geëxecuteerd, jongeren zijn afgeslacht. Dat is de reden dat de gemeente Amsterdam de vlag heeft gehesen.’

Khan: ‘Nee, maar als wij vorig jaar niet met elkaar in gesprek waren gegaan, waren we nu niet verder gekomen dan elkaar uit te maken voor vieze zionist of vieze pro-Palestina activist.’

Garmy: ‘We hoeven elkaar niet te overtuigen. Het gaat erom dat we respect hebben voor elkaars standpunten.’

Zowel Garmy als Khan gaf als twintiger voorlichting op scholen, om begrip te kweken. ‘Door het Israël-Palestina conflict realiseerde ik op mijn twaalfde voor het eerst dat er onrecht was in de wereld, het heeft bij mij het politieke vuurtje aangewakkerd’, vertelt het Denk-raadslid dat zelf een Pakistaanse achtergrond heeft. ‘Maar ik dacht wel: wie zijn die Joodse mensen dan? Ik kende er geen een. Daarom meldde ik me aan om voorlichting te geven. Een moslim en een Jood gingen samen naar klassen. Iedereen is verschillend, het gaat erom dat je wederzijds begrip hebt voor elkaar.’

Want vanzelfsprekend is dat niet, merkte Garmy toen hij vroeger, net als Khan, zulke voorlichtingen gaf. ‘Als ik dan voor groep zeven stond, kreeg ik vragen als: maar je hebt toch ruzie met alle moslims? Waar zijn je hoorntjes? Heb je Joods goud bij je? Die vragen alleen al lieten zien hoe belangrijk die voorlichtingsprogramma’s zijn. Voor veel scholieren was ik de eerste Jood die ze ooit hadden ontmoet, en hopelijk dachten ze erna: hij is minder raar dan we dachten.’

Khan: ‘Toen ik in maart 2022 hoorde dat Itay namens Volt in de gemeenteraad zou komen, hield ik rekening met een geharde militair, en bespeurde bij mezelf de neiging om hem te reduceren tot één aspect van zijn identiteit. Dus ik zei tegen mezelf: even rustig, wacht met je conclusies. We raakten in gesprek en bleken juist veel overeenkomsten te hebben, we delen herkenbare ervaringen met uitsluiting en discriminatie.’

Garmy: ‘Nodig mensen uit die zelf betrokken zijn, zodat je echt de pijn kan overbrengen en de moeilijkheden kan uitleggen. Het is een ingewikkeld onderwerp, maar ontwijk het niet. En wees bereid om pijnlijke, ongemakkelijke uitspraken te horen.

Khan: ‘En ze mogen ons ook altijd uitnodigen. Ik denk dat het heel krachtig zou zijn als ik Garmy’s verhaal zou vertellen, en hij dat van mij. Ik hoef mijn publiek niet meer te overtuigen, maar zijn publiek wel. En andersom. Door elkaars verhaal te vertellen, humaniseren we de ander.’

Source: Volkskrant

Previous

Next