Home

Aanval van Hamas verenigt Israëliërs: ‘We geloven in ons systeem, we geloven in onze soldaten’

De aanval van Hamas heeft in Israël tot grote eensgezindheid geleid. In Tel Aviv steekt iedereen de handen uit de mouwen om de gevluchte gezinnen uit het grensgebied op te vangen en het leger te steunen. ‘We gaan een nieuw Israël opbouwen.’

Speelgoed, blikvoedsel, maandverband, kinderboeken, schoenen, handdoeken: dat en nog veel meer wordt verzameld op een straathoek nabij het centrum van Tel Aviv. Jonge Israëliërs lopen het witte hoekpand in en uit. Ze sjouwen met kartonnen dozen, voeren jachtig overleg, werpen keurende blikken op de door burgers spontaan aangeleverde spullen.

Dit is het Israël van ná de terroristische aanval van Hamas. Een massale inzamelingsactie is op gang gekomen voor de gezinnen rond de Gazastrook die hun huis moesten verlaten, en voor de soldaten van het Israëlische leger. Die zijn nu nog met Hamas in gevecht en zullen binnenkort wellicht Gaza binnentrekken voor een grondoorlog.

‘We geloven in ons systeem, we geloven in onze soldaten’, zegt Aleksandra Nemov, die als vrijwilliger de inzameling bij het witte appartementengebouw coördineert. ‘Wat we hier doen is een spontane actie. Nadat we een bericht op Instagram hadden geplaatst, reageerden duizenden mensen. Ze gaven geld, ze gaven spullen.’

De Israëliërs kennen zichzelf nauwelijks terug: ze zijn één. Hamas heeft iets veroorzaakt wat hun sinds de Yom Kippour-oorlog van 1973 op eigen kracht nooit meer was gelukt. Nee, Israël is niet verenigd achter de regering-Netanyahu. De premier wordt door een deel van de bevolking nog altijd uitgekotst. Wel achter ‘ons land’, zoals telkens valt op te tekenen, en vooral achter de IDF, de grotendeels uit dienstplichtigen bestaande Israëlische strijdkrachten.

‘De mensen hebben het gevoel dat ze iets moeten doen’, zegt Nemov, een 26-jarige documentaireproducent. ‘Mijn verloofde zit in het leger. Ik wil niet thuis zitten stressen en niets doen.’

Ook de eigenaar van het hoekpand wilde iets doen. Het is een nieuw gebouw, de tien appartementen waren zo goed als klaar om te worden verhuurd. ‘Het stond dus leeg’, zegt de man, die liever anoniem blijft. ‘Ik besloot zaterdag meteen dat ik het ter beschikking zou stellen aan ontheemde families.’ Tien gezinnen zijn inmiddels gearriveerd, totaal 55 personen. Komen er meer, dan moet er worden ingeschikt.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije en Iran voor de Volkskrant. Hij woont in Istanbul. Daarvoor werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten. Hij is auteur van Een heidens karwei - Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije.

De eigenaar gebruikt grote woorden om de hervonden volkseenheid te beschrijven. De aanval van Hamas zal volgens hem uitmonden in een Bereshit, de Hebreeuwse term voor Genesis. ‘Nu gaan we een nieuw Israël opbouwen’, zegt hij.

De zojuist aangekomen bewoners van zijn onroerend goed hebben andere zorgen aan hun hoofd. Ze komen uit de dorpen en kibboetsen rond de Gazastrook en hebben angstige dagen achter de rug. Zwaar bewapende mannen hielden huis in het gebied. Meer dan negenhonderd burgers werden vermoord, tientallen werden gevangengenomen. Duizenden gezinnen zaten opgesloten in hun woning, terwijl ze buiten het geluid hoorden van schotenwisselingen en overvliegende of inslaande raketten.

Kobi Cohen, een 29-jarige makelaar, was zaterdagmorgen rond 6 uur in zijn synagoge in de stad Ashkelon, ten noorden van Gaza. Toen de sirenes afgingen, rende hij naar huis. Onderweg zag hij een raket neerkomen, 100 meter van de synagoge. Een andere raket landde op een schoolplein. Thuisgekomen, sloten hij en zijn vrouw zich op in de schuilkamer van de woning, met hun vier dochtertjes in de leeftijd van 2,5 tot 6. Een uur lang hoorden ze non-stop raketten.

Later hoorden ze een auto met megafoon rondrijden, die de mensen opriep binnen te blijven. ‘Er zijn nog terroristen in de stad’, zo werd omgeroepen. Dat deden ze, tot zondagmiddag, toen dreef de angst van de kinderen hen naar Tel Aviv, in de eigen auto. ‘Onderweg zagen we de achtervolging door de politie van een auto, vermoedelijk vol terroristen’, zegt Cohen.

Angstige kinderen spelen ook een hoofdrol in het relaas van Melanie Ban Armon, een 34-jarige marketingmanager. Met haar man en twee dochters van 1 en 5 logeerden ze zaterdag bij haar schoonouders in Ofakim, een stad nabij Gaza, vanwege het joodse feest Simchat Thora. Andere familieleden waren er ook.

Ook de familie sloot zich op in de woning, de beveiligde kamer was voor het gezin Ben Armon. Ook zij hoorden de oorlog buiten. ‘We hoorden schieten, we hoorden de Israëlische bommen en vliegtuigen.’ En ze hadden internet, uit de media wisten ze wat zich afspeelde rond Gaza.

Na twee etmalen besloten ze de oproepen van de politie (‘Verlaat uw woning niet!’) te negeren. Naar hun eigen huis in Kohav Mikhael konden ze niet, ook dat ligt in de oorlogszone. Dus kwamen ze in Tel Aviv terecht, opgevangen door Aleksandra Nemov en haar medevrijwilligers.

Die hebben op een pleintje tegenover het witte gebouw een provisorische kinderhoek ingericht. Daar wordt vooral veel getekend. Picachu blijkt onder Israëlische kleuters nog een grote populariteit te genieten.

Verder gebruiken psychotherapeuten die als vrijwilliger zijn komen opdraven de plek om contact te leggen met de kinderen. ‘Therapie’ is een veel te groot woord, zegt de 46-jarige Limor Sasson. Dat komt later wel, als het al nodig is. Psychologische eerste hulp is een betere term. ‘We geven ze het gevoel dat ze niet alleen zijn. Glimlachen en luisteren, dat is het belangrijkste.’

Er zijn in Israël veel meer van dergelijke hulplocaties, à l’improviste ingericht. Wat opvalt is dat de overheid geheel afwezig is. Alles gebeurt door vrijwilligers, ook het bevoorraden van het leger met allerhande spullen voor de soldaten.

Het grootste inzamel- en distributiepunt in Tel Aviv is Hangar 11, een concerthal pal aan zee. Hier is de dynamiek een geheel andere dan die rond het hoekpand in het centrum. Overal in de hal liggen stapels dozen en zakken met hulpgoederen. Honderden jongeren banjeren er rond, iedereen is druk. Bij de ingang staat een tafel waar mensen hun tas of doos laten controleren. Al naar gelang de inhoud worden ze naar een hoek van de hal verwezen.

In het midden is een control room, waar vrijwilligers met laptops de behoeften uit het land registreren. De gezinnen beginnen verzadigd te raken. De meeste spullen gaan nu naar het leger, dat reservisten oproept (van wie Israël er heel veel heeft).

In het witte gebouw gaat het er gemoedelijker aan toe. Hoogtepunt van de dag is het optreden op het dakterras van singer-songwriter Hanan Ben Ari. Hij is populair in Israël, het publiek van zo’n veertig ouders en kinderen zingt veel refreinen mee. Zoals dat van het lied Aluf Haolam (Wereldkampioen). ‘Ik ben gevallen en weer opgestaan’, zingt Ben Ari.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next