Prins Bernhard kan zich niet meer verantwoorden voor zijn NSDAP-lidmaatschap. Wie dat wél kan, is de Nederlandse regering. Het verleden van prins Bernhard verdient verder onderzoek.
In het licht van het wereldnieuws is het een kleine zaak, van lang geleden bovendien, maar toch is het te hopen dat de Tweede Kamer de jongste onthulling over prins Bernhard nu niet opeens vergeet. Er zijn immers nog wel wat losse eindjes.
Dat gaat niet eens om de vraag waarom Bernhard al die jaren over dat lidmaatschap bleef liegen. Ook een prins is een mens. En mensen die eenmaal zijn begonnen aan een leugen, komen daar doorgaans niet eenvoudig op terug. Weliswaar was zijn sympathie voor Hitlers NSDAP halverwege de jaren dertig in het naar goede relaties met Duitsland strevende Nederland nog geen zeer omstreden kwestie – koningin Wilhelmina liet het Horst Wessel-lied draaien bij Juliana’s en Bernhards huwelijk in 1937 – maar korte tijd later werd het dat uiteraard wel. Bernhard wist hoe vernietigend zijn ontmaskering voor hem zou zijn, zeker nadat hij zichzelf na de oorlog als verzetsheld op het schild had gehesen. Blijven ontkennen dus, ook als het bewijs op zolder ligt.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Maar Bernhard is alweer negentien jaar dood, hij kan zich niet meer verantwoorden. Wie dat wél kan, is de Nederlandse regering. De historici Gerard Aalders en Coen Hilbrink schreven al in 1995 dat Bernhard nog op de dag van zijn huwelijk betalend NSDAP-lid was. Zij onthulden destijds ook dat Nederland in juni 1948 een poging deed om Bernhard te schrappen van een lijst met in Nederland wonende voormalige NSDAP-leden, die de Amerikanen hadden opgesteld. In het staatsarchief in Washington vonden de twee historici de correspondentie.
Dat zal niet zijn gebeurd zonder medeweten van premier Louis Beel, maar wat liet die erover na? Zeker is dat zijn opvolgers zich desgevraagd ook altijd hebben gehouden bij de ontkenning van prins Bernhard zelf. Premier Wim Kok deed dat in 1995 zelfs nog. Op Kamervragen antwoordde hij dat hij er in de archieven van het ministerie van Buitenlandse Zaken niets over kon vinden. Daar moest de Kamer het mee doen.
Is dat allemaal nog belangrijk? Toch wel. De monarchie staat of valt met de steun van het volk. Dat heeft er dan ook recht op te weten wie het steunt. In dit geval is Nederland bijna zeventig jaar lang een prins verkocht met een deels verdonkeremaand verleden. De enige manier om dat nog een beetje recht te zetten is nu snel alle relevante archieven volledig te openen, voor ten minste één gelouterd historicus, om voor eens en altijd uit te laten zoeken wat opeenvolgende kabinetten hierover wisten.
Source: Volkskrant