Max Verstappen werd zaterdag voor de derde keer wereldkampioen in de Formule 1 door in Qatar tweede te worden in de sprintrace, een vreemd fenomeen waarin de safetycars meestal op kop rijden. Zondag won hij de Grand Prix van Qatar, waarmee hij aantoonde dat niemand hem kan bijhouden. Dat wisten we trouwens al, want Max verliest zelden een wedstrijd.
Robert Giebels analyseerde maandag in de Volkskrant hoe dat kan. Hij kwam uit op vier doorslaggevende elementen waarvan de teamcultuur bij Red Bull de eerste was. Bij Red Bull beschikken ze over een racefabriek met ongeveer duizend werknemers en die hebben allemaal maar één doel: de auto van Max zo snel mogelijk over de baan laten jakkeren. Dat is het doel van alle teams, maar bij Red Bull zijn ze er het beste in. Geen enkele auto is zo goed als de RB19 van Verstappen en het ziet ernaar uit dat de RB20 van volgend seizoen nóg sneller zal zijn. Hetgeen wat belooft voor de spanning: dat wordt weer week na week met z’n allen achter Max aan raggen.
Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
.
De technische tovenaar (element 2) bij Red Bull heet Adrian Newey. Dat genie heeft met de onderkant(!) van Max’ wagen dingen gedaan die de luchtweerstand tot 0 reduceren. Max moet zodoende meer remmen dan gas geven om in de baan te blijven. Bovendien hebben ze bij Red Bull zo geoefend op de bandenwissel of het bijtanken dat ze sneller zijn mét dan zonder pitsstop.
Komen we bij Max, de chauffeur van het wondermobiel. Doordat hij zo ongeveer al vanaf zijn derde in een kart zit, kent racen voor Max geen geheimen. Zijn hele familie bestaat uit mensen voor wie de kart of een ander racemonster (vader, moeder, tante, zusje) een lichaamsdeel is, dus het volgen van de ideale lijn zit Max in de genen en voelt hetzelfde als een boswandeling.
Dus mij viel het een beetje tegen dat uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat maar veertien procent van succes in de Formule 1 voor rekening komt van de piloot, de rest is te danken aan de auto, de motor, de monteurs en de onderkant dus. Dat is een gemiddelde, we mogen aannemen dat de inbreng van de concurrenten van Max nog lager ligt dan veertien procent. Hoe zulke brokkenpiloten ooit in de Formule 1 terecht zijn gekomen is een raadsel - vermoedelijk heeft het met geld te maken.
Max weigerde onlangs in aanmerking te komen voor de titel van Sportman van het Jaar, die hij overigens al driemaal heeft veroverd. Dat lijkt me een terecht standpunt, Max lijkt zelf ook te beseffen dat zijn bezigheid met sport weinig heeft te maken. Die titel moet naar Femke Bol of Mathieu van der Poel gaan, die voor honderd procent verantwoordelijk zijn voor hun succes en die in één race duidelijker laten zien waar het in de topsport om draait dan Max in drie seizoenen: niet om de machine, maar om de mens.
Max Verstappen heeft als troost dat hij in een seizoen meer miljoenen opstrijkt dan het hele atletiekveld bij elkaar. Het sportieve imago van de Formule 1 wordt gekocht met veel geld, maar met sport zoals sport bedoeld is heeft het allemaal tamelijk weinig te maken.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden