Home

KNMI-directeur: 'We zitten midden in klimaatverandering'

"Met deze klimaatscenario's kan iedereen de gevolgen van klimaatverandering en extreem weer in kaart brengen, om Nederland ook in de toekomst veilig en bewoonbaar te houden", zegt Maarten van Aalst, sinds februari de nieuwe directeur van het KNMI, in gesprek met NU.nl.

Waar worden de klimaatscenario's voor gebruikt?

Er zijn een paar officiële functies, zegt Van Aalst. Zo vormen de KNMI-scenario's een leidraad voor het Deltaprogramma en de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS).

Daarnaast kunnen provincies, gemeenten, waterschappen, bedrijven en burgers volgens Van Aalst de scenario's gebruiken om zich voor te bereiden op een veranderend klimaat.

Hoe past dat in de taak van het KNMI?

Die taak is officieel vastgelegd. "Het KNMI moet de samenleving adviseren en waarschuwen over risico's van weer, klimaat, seismologie en andere geofysische verschijnselen, en onderzoek doen naar die risico's", zo somt Van Aalst op.

"Het bekendst zijn natuurlijk waarschuwingen bij extreem weer. Die waarschuwingen komen steeds langer van tevoren en in meer detail. Maar we houden bijvoorbeeld ook mogelijke aardbevingen in de gaten, van Groningen tot vulkanen in de Cariben."

Het is werk dat nooit voorbij is, en in een veranderend klimaat ook complexer wordt. "We zijn als samenleving een paar keer aardig verrast. Iedereen realiseert zich dat risico's stijgen en dat het belangrijk is om goed voorbereid te zijn."

Wat is er eigenlijk nieuw in deze klimaatscenario's (ten opzichte van de vorige, uit 2014)?

"We werken met nieuwe metingen en nieuwe modellen", vertelt Van Aalst. "Die bevestigen ten eerste dat we dertien jaar geleden de hoofdlijnen al redelijk goed in de smiezen hadden."

Dat blijkt uit een paar van de belangrijkste cijfers, zoals de verwachte stijging van de gemiddelde temperatuur, die overeenkomen. Ook was al wel duidelijk dat de Nederlandse winter steeds zachter en natter zou worden, en de zomer mogelijk juist droger.

Maar dat laatste inzicht is flink aangescherpt, zegt Van Aalst. "Nieuw is vooral de heftigheid van de droogtes in het droge scenario, in combinatie met toegenomen risico op heftige buien."

Dat vergroot volgens Van Aalst ook een spanning in het Nederlandse waterbeheer: "We zullen merken dat oplossingen voor het ene probleem soms het andere erger kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan snelle afvoer van regenwater."

Worden dit soort rapporten ook anders ontvangen?

De samenleving is sinds de eerste klimaatscenario's in 2006 ook sterk veranderd, zegt Van Aalst. "Veel meer mensen realiseren zich dat klimaatverandering al gaande is. We zitten er middenin."

"Bijna iedereen kent wel iemand die deze zomer op vakantie in de extremen terechtkwam die we verwachten in een opwarmend klimaat. En ook Nederland heeft de afgelopen jaren het nodige te verstouwen gehad, van de overstromingen in Limburg tot de hete droge zomers."

Daarmee is ook het vertrouwen in de wetenschap gegroeid, zegt Van Aalst. "Ik merk dat aan de reacties op onze rapporten. Het gaat niet meer om een toekomstbeeld waar je wel of niet in kunt geloven, maar over een doorzettende trend waar we nu al in zitten."

"Dat verhoogt het gevoel van urgentie, maar bij sommigen juist ook van onmacht, of scepsis of er nog wat aan valt te doen. Ik hoop dat de scenario's juist kunnen laten zien dat onze keuzes nog uitmaken." Dat speelt volgens Van Aalst op alle niveaus: van mondiale uitstootverlagingen, tot vergroening van steden en ander waterbeheer.

Wie is de nieuwe KNMI-directeur?

Van Aalst studeerde astrofysica in Utrecht en deed vervolgens promotieonderzoek naar de aardse atmosfeer bij het Duitse Max Planck Instituut. Hij werkte vervolgens als klimaatexpert voor de Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, was docent aan het University College Londen, directeur van het Klimaatcentrum van het Rode Kruis en is ook nu nog hoogleraar Klimaat en Rampen aan de Technische Universiteit Twente.

Daarmee heeft Van Aalst een opmerkelijk brede en diverse klimaatcarrière achter de rug. Dat wil zeggen: het eerste deel. Van Aalst is nog maar 49.

De klimaatscenario's zijn voor Van Aalst het tweede grote klimaatrapport van dit jaar. Als IPCC-hoofdauteur werkte hij nog mee aan de in maart verschenen omvangrijke samenvatting van het laatste IPCC-rapport.

Hoe zullen deze klimaatrapporten in de geschiedenisboeken belanden?

De nieuwe scenario's laten ons kijken naar een Nederland dat ver weg ligt: 2050, 2100. En we weten dat de grootste problemen met zeespiegelstijging waarschijnlijk nog op veel grotere tijdschalen spelen. Deze grote pakketten met toekomstverwachtingen zullen ooit geschiedschrijving worden. Hoe hoopt Van Aalst dat er ooit teruggekeken kan worden?

"Ik hoop dat mensen ooit terugkijken en zien dat wij de informatie uit deze scenario's en uit klimaatwetenschap in bredere zin serieus hebben genomen. Ik hoop dat we ons dan tijdig zullen hebben aangepast om de klimaatgevolgen op te vangen die niet meer kunnen worden voorkomen."

"En ik hoop dat we samen met de rest van de wereld de uitstoot van broeikasgassen zodanig hebben teruggebracht dat we niet in de meest dramatische scenario's terecht zijn gekomen."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next