Praten is het enige beschikbare medicijn tegen zijn verdriet, gelooft de 68-jarige meneer Aaron, die vanwege zijn veiligheid zijn voornaam niet in de krant wil. Daarom zit hij maandagochtend met een kopje koffie op het terras van de Joodse supermarkt David’s Corner in Amsterdam Buitenveldert. Want hier treft hij Joodse Amsterdammers die, net als hij, in gedachten in Israël zijn. Sinds Hamas daar afgelopen zaterdag een spoor van bloed en geweld achterlaat, heeft hij hun gezelschap nodig, vertelt hij. ‘Want wie neemt nu baby’s en kinderen mee? Of bejaarden?’, vraagt hij zich af. ‘Alleen door erover te praten, krijgt mijn hart nog rust.’
Israël voelt dezer dagen nog dichter bij dan anders in Buitenveldert, een wijk met twee synagogen, diverse Joodse scholen, een Joods verzorgingstehuis en een keur aan Joodse winkels. Iedere klant die bij de kleine kruidenierszaak in de Kastelenstraat zijn koosjere producten koopt, heeft familie of vrienden in het land dat sinds zaterdag in oorlog verkeert. Via de telefoons in hun broekzakken dringt het geweld van de onverwachte aanval voortdurend hun levens binnen.
Iva Venneman is algemeen verslaggever van de Volkskrant.
Buiten knoopt de Israëlisch-Nederlandse Ruth Danon (61) de riem van haar hondje Fluffy aan een lantaarnpaal, voordat ze haar boodschappen gaat doen. Het nieuws over de oorlog bereikte haar zaterdag vertraagd. ‘Ik was aan het bidden en ik zag anderen in de synagoge huilen, maar ik dacht: het zal vast wel weer meevallen.’ Pas ’s avonds bij het zien van het achtuurjournaal realiseerde ze zich hoe groot de aanval was. ‘Het is onmenselijk wat ze hebben gedaan.’
Danon kreeg maandagochtend via haar synagoge de vraag of ze gestrande Israëlische toeristen in huis wil nemen. ‘Dat ga ik natuurlijk doen, net als we hiervoor met Oekraïners deden.’ Het helpt haar namelijk om iets ‘actiefs’ te doen, in plaats van over politiek te praten.
Ondanks haar strijdbaarheid overheerst de angst bij Danon. Ze is vrijwilliger in haar synagoge, maar twijfelt of ze dat wil blijven doen. Ze vreest voor een uitbarsting van antisemitisch geweld, ook in haar eigen buurt. ‘Ik voel aan de energie op straat dat iedereen hier gestrest en gespannen is’, zegt ze. ‘En ik weet van mijn buurtbewoners niet wie verdrietig is voor mij en wie eigenlijk blij is dat ons dit overkomt.’
‘Het is vreselijk’, zegt de Israëlische vrouw die net in het Hebreeuws twee mueslibollen heeft afgerekend in de supermarkt, en uit veiligheidsoverwegingen evenmin met haar naam in de krant durft. Het huis van haar dochter in Tel Aviv is een dag eerder getroffen door een raketinslag, vertelt ze. Haar zoon is net opgeroepen voor het leger. ‘We kunnen alleen sterk blijven en hopen dat het allemaal goed komt’, zegt ze voordat ze zich de winkel uit haast. ‘Maar het is vreselijk spannend.’
In het kosjere restaurant Meat Me Kosher, even verderop, zijn twee medewerkers die op het rooster stonden vandaag niet op komen dagen. Beide personeelsleden waren vanwege de joodse feestdagen op familiebezoek in Israël, maar door de plotselinge oorlog zijn hun vluchten geannuleerd. Dus rent de 18-jarige bediende in zijn eentje rond tussen de bezette tafeltjes in het restaurant.
De 46-jarige Israëliër Roi kon maandagochtend nog wel een vlucht naar Amsterdam krijgen. Hij moet voor een werkbezoek in Nederland zijn en zit nu aan een tafeltje waarop wat hummus, olijven en pitabrood staan. Roi woont 30 kilometer van de grens met de Gazastrook en hij hoorde zaterdagochtend de raketten in alle vroegte overvliegen, zegt hij. Maar pas na het zien van Palestijnse propagandafilmpjes op TikTok, zo’n twee uur later, realiseerde hij zich hoe ernstig de situatie was.
‘Kijk wat ze hebben gedaan’, zegt hij, terwijl hij langs bloederige beelden van slachtoffers scrolt. Hij is ervan overtuigd dat het aantal doden en gewonden in werkelijkheid hoger ligt dan tot nu toe bekend is en noemt de situatie in zijn thuisland ‘een grote puinhoop’. Gevraagd naar zijn terugvlucht, slaakt hij een diepe zucht. ‘Het is de bedoeling dat ik woensdag terugvlieg. Ik moet beschikbaar zijn voor als de situatie verslechtert. Ik had hier eigenlijk helemaal niet willen zijn.’
In de Joodse supermarkt zit de Israëlische Miri Marnin (60) ondertussen volledig gefocust aan het tafeltje bij het raam. Haar telefoon leunt tegen een kop thee, zodat ze de laatste beelden van de Israëlische tv kan zien. Af en toe schuift ze haar leesbril op haar neus, zodat ze tussendoor binnenkomende berichten kan beantwoorden.
Marnin was zaterdagochtend op bezoek bij haar dochter Stav Atali (36), die in de supermarkt werkt, toen de aanval plaatsvond. Zelf maakt ze deel uit van het ‘emergency-team’ van haar Noord-Israëlische kibboets. De afgelopen 48 uur zat ze daarom ‘vastgelijmd’ aan haar telefoon om via WhatsApp en Zoom de evacuatie van haar dorp te regelen, vertelt ze.
Marnin vliegt maandagavond terug naar Israël, zegt ze. Haar vlucht is vooralsnog niet gecanceld. Atali begrijpt waarom haar moeder zo snel mogelijk terug wil. ‘Het is verdrietig, maar wij zijn opgegroeid in deze realiteit. Ik zat zelf in het leger in 2006, tijdens de Israëlisch-Libanese oorlog. Dus ik weet waarom mijn moeder terug moet en ik vertrouw erop dat ze daar veilig is. Het is alleen maar frustrerend om hier te zijn en niets te kunnen doen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden