Mijn vader vindt dat we de houten balken op de zolderverdieping in een kleur moeten schilderen. Nu zijn ze wit en vallen ze weg tegen de rest van de zolder. Dat is precies niet de bedoeling, zegt mijn vader, omdat je dan de hele tijd je hoofd stoot tegen die balken. Met ‘je’ bedoelt hij zichzelf. Mijn vader is de liefste man ter wereld, maar waarschijnlijk ook de man met de slechtste motoriek ter wereld. Er is geen stoelpoot in ons huis waar hij niet achter is blijven hangen en geen hoekje waar hij zijn hoofd niet tegen heeft gestoten. Dit gaat al zijn hele leven zo. Je zou zeggen dat het went, maar het bijzondere is dus dat hij na ruim zeventig jaar nog elke keer als hij zich gestoten heeft in woede ontsteekt. Maar ik ben niet mijn vader. Dus de zolderbalken blijven gewoon wit.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Laatst hielp hij bij het in elkaar zetten van een dressoir. Er zit een klep in, die je met een ingewikkeld systeem moet vastzetten. Toen hij de klep aan de kast probeerde te bevestigen, viel de klep om en het hoekje ervan landde precies op zijn voorhoofd. Het was een klein, maar diep wondje en het bloed gutste eruit. Zoiets zou mij nou nooit overkomen.
Dus toen ik een paar dagen geleden thuiskwam en zag dat mijn vader met een opgevouwen theedoek een soort stootkussen had gemaakt op het scherpe hoekje van de afzuigkap, haalde ik die theedoek er weer af. Hoofdschuddend.
Later die dag stopte ik op zolder de vuile was in de wasmachine. Toen ik daarmee klaar was en opstond, stootte ik met volle opwaartse kracht mijn hoofd tegen een balk. ‘Ik háát dit kuthuis’, riep ik. Blijkbaar zo hard dat mijn dochters het helemaal beneden konden horen. ‘Was je een beetje chagrijnig?’, vroeg de jongste toen ik de woonkamer binnen kwam. Ze zijn niet alleen klein, maar ook peilloos lief. De volgende ochtend zetten ze speciaal – omdat ik dus mijn hoofd had gestoten – de ontbijttafel klaar en maakten ze koffie voor me.
Dat ik mijn hoofd had gestoten was ik alweer vergeten toen ik later de tafel afruimde en de keuken schoonmaakte. Het fornuis verdiende ook nog wat aandacht en terwijl ik vooroverboog om het doekje tussen de gaspitten door te halen, stootte mijn voorhoofd met een korte, harde tik tegen het hoekje van de afzuigkap. Het was een klein, maar diep wondje en het bloed gutste eruit. Nadat het gestopt was met bloeden, maakte ik er een foto van en stuurde die naar mijn vrouw. ‘Precies wat je vader had’, stuurde ze terug. Ja, precies wat mijn vader had.
Source: Volkskrant