Home

‘Als een dode levend de deur opendoet, moet je enorm omschakelen’

‘Er is een brief binnengekomen van een jonge vrouw die schrijft dat ze zelfmoord heeft gepleegd, zei de meldkamer. ‘Ze wil dat de politie haar stoffelijk overschot vindt, en niet haar ouders.’

‘Wij moesten naar dat adres, hier in Venlo. We waren mentaal voorbereid op een lijkvinding, het forceren van een huisdeur en een slechtnieuwsgesprek met verdrietige ouders. Toch bel je eerst netjes aan.

‘Tot onze verrassing deed een jonge vrouw open. Ze was midden 20, ongeveer net zo oud als ik. We wisten van de meldkamer dat op het adres maar één persoon stond ingeschreven, dus ik vroeg: ‘Ben jij die-en-die?’, en noemde de naam van de briefschrijfster.

‘‘Ja’, antwoordde ze.

‘Als je een dode verwacht die levend de deur opendoet, moet je enorm terugschakelen. We mochten binnenkomen en waren verrast door haar enorm kunstzinnige muurschilderingen, met figuratieve en abstracte tekeningen, echt prachtig. Ze had haar hele appartement zelf beschilderd en we complimenteerden haar daarmee. Je zag meteen: dit is een heel talentvol meisje.

‘‘We komen hier natuurlijk met een reden’, zei ik op een gegeven moment. ‘Kan het zijn dat wij een brief van jou hebben ontvangen?’

‘‘Dat klopt’, bevestigde ze. ‘Ik heb die brief geschreven, maar het is niet gelukt.’

‘Ze zei dat ze de dag ervoor haar doodsaankondiging had geschreven en verstuurd, dat ze die avond een slaapmiddel had genomen, een plastic zak om haar hoofd had gebonden zodat ze geen lucht meer kreeg, en naar bed was gegaan. Zo hoopte ze zichzelf op een humane manier te verstikken. Maar een van haar twee katten had die zak opengekrabd, vermoedelijk omdat-ie honger had gekregen. Het meisje was heel teleurgesteld wakker geworden.

‘We kregen een gesprek waarvan ik veel heb geleerd. Ze vertelde dat ze depressief was, dat ze het leven niet meer zag zitten. Ik zei tegen haar: ‘Maar wij zijn nog zo jong, de wereld ligt aan onze voeten, wij kunnen alles worden wat we willen en jij bent zo talentvol. Wij kunnen in deze wereld alle kanten op!’

‘Ze hoorde me even aan en antwoordde: ‘Ik denk alleen maar: ik moet nog zo lang.’

‘Ik was daar stil van. Ik krijg er weer kippenvel van. Dat ene zinnetje – ‘ik moet nog zo lang’ – is me altijd bijgebleven. Ik sloeg de plank helemaal mis. Ik maakte tegen haar een goedbedoelde, stomme opmerking waar ze niets mee kon. Wie ben ik om tegen een depressief persoon zoiets als ‘kom op’ te zeggen? Ik weet niet eens wat zij allemaal al heeft geprobeerd om uit die uitzichtloze situatie te komen.

‘Ik kon me niet in haar verplaatsen. Ik had mijn energie moeten afschalen, moeten proberen verbinding met haar te maken. Zij was niet bezig met leven, maar met overleven. Alle energie had ze nodig om de dag door te komen. Heel confronterend. Over die actie is lang over nagedacht, hoezeer wij dit ook niet snappen. We willen alles verklaren, maar je kunt je er niet in verplaatsen als je zelf die pijn niet voelt. Dit incident heeft me nederiger gemaakt in mijn oordeel.

‘Ik stond daar machteloos en realiseerde me ineens dat het heel nauw komt welke woorden je kiest tegen iemand in een crisissituatie. Ik heb geluk dat de stofjes in mijn brein zodanig functioneren dat ik me gelukkig voel, en zij heeft de pech dat de stofjes in haar brein anders werken, waardoor ze zich heel rot voelt. Mensen plegen geen zelfmoord omdat het even tegenzit, maar omdat ze het leven echt niet aankunnen.

‘De vastberaden, vlakke, berustende en intelligente toon waarop ze met ons sprak, maakte duidelijk: zij is haar verdriet ver voorbij, hier is niets meer aan te redden. Als politie wil je graag iets betekenen, maar ik besefte op dat moment: dit is haar ultieme wens, zij wil echt dood.

‘Terwijl wij de crisisdienst inschakelden, vertelde ze dat ze het de volgende keer anders zou doen: met extra veel voer voor de katten en de deur dicht. Heel weldoordacht. Je moet in Nederland een lang traject doorlopen voordat je op een humane manier aan je einde mag komen. Dat is voor veel mensen helemaal niet op te brengen, vandaar dat wij veel suïcides op ons bordje krijgen.

‘Terug naar het bureau moesten we met elkaar even stoom afblazen. Dat varieerde van ongeloof en verbazing dat iemand zo diep kan zitten tot ‘Jezus wat heftig’.

‘Een paar weken daarna hoorde ik van collega’s dat ze bij een suïcide waren geweest. In hun overdracht schreven ze dat ze een jonge vrouw hadden gevonden in een woning met ongelofelijk mooie, kunstzinnige wandschilderingen.’

Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op 113.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next