De 77-jarige Goldin ontdekte dat loondiscriminatie in de twintigste eeuw toenam door de opkomst van het vaste maandsalaris in de dienstensector. Eerder werkten vrouwen nog in industrieën waar ze per stuk werden betaald.
In de loop van de twintigste eeuw verdween die beloning voor productiviteit. In plaats daarvan werd het maandsalaris gebaseerd op de tijd dat iemand in dienst was. Mannen hadden vaker lange en ononderbroken carrières, zag Goldin.
Dit geldt nog steeds: in hoge-inkomenslanden gaat het inmiddels om een verschil tussen de 10 en 20 procent salaris.
Loondiscriminatie is het verschil in salaris tussen mannen en vrouwen. Er wordt gekeken naar het verschil dat niet verklaard kan worden door factoren zoals productiviteit, opleidingsniveau en leeftijd.
Goldin en haar coauteurs, Marianne Bertrand en Lawrence Katz, beschreven in een publicatie in 2010 dat mannen en vrouwen aan het begin van hun carrière bijna evenveel verdienen. Maar zodra het eerste kind komt, gaat het inkomen van de moeder omlaag. Daarna stijgt haar loon niet meer zo snel als dat van de vader.
Het 'moedereffect' verklaart volgens Goldin bijna de gehele loonkloof. Dat ligt deels bij de moderne arbeidsmarkt die om veel flexibiliteit en inzet vraagt van werknemers.
Vrouwen doen vaak meer in de opvoeding en het huishouden. Dat maakt een carrière uitdagender. Moeders gaan dan ook vaker parttime werken, wat ten koste gaat van het inkomen.
Goldin constateerde ook dat getrouwde vrouwen vóór de twintigste eeuw veel meer werkten dan eerder werd aangenomen. Hun aandeel in de katoenindustrie of in boerenbedrijven was niet zo geregistreerd dat andere historici dit scherp zagen. Rond 1890 waren er drie keer zo veel getrouwde vrouwen aan het werk als dat er geregistreerd stonden, ontdekte Goldin.
In Nederland werd in 1924 bij wet vastgelegd dat vrouwen hun baan moesten opzeggen zodra ze trouwden. In 1956 werd deze wet opgeheven en mochten vrouwen bijvoorbeeld ook een rekening openen zonder toestemming van hun man.
Goldin laat zien dat dit soort beperkingen doorwerkten op de generatie vrouwen die in de jaren vijftig opgroeide. Ook zij verwachtten geen bloeiende carrière voor zichzelf, kijkend naar hun moeders. Dat kan de loonkloof verklaren die van 1930 tot 1980 nagenoeg gelijk bleef.
Volgens de Koninklijke Zweedse Academie voor Wetenschappen heeft Goldin als eerste inzichtelijk gemaakt hoe de rol van vrouwen op de arbeidsmarkt zich over de eeuwen heen heeft ontwikkeld. Ze verrichtte onderzoek in verschillende landen waardoor haar conclusies volgens het comité ook internationaal toepasbaar zijn.
Goldin krijgt voor de Nobelprijs voor de Economie een geldbedrag van 11 miljoen Zweedse kronen (bijna 950.000 euro).
Source: Nu.nl economisch