Home

Droge zomers, risico op meters hogere zee: dit is het nieuwe Nederlandse klimaat

Een flink kantoorgebouw, van zo’n vijf, zes verdiepingen hoog. Dat is wat er, in het allerergste geval, de komende eeuwen aan zeespiegelstijging dreigt. Eind deze eeuw zou de zeespiegel al 2,5 meter hoger kunnen staan. Waarna het water doorstijgt naar zo’n 5 meter in 2150, en uiteindelijk zelfs 17,5 meter in het jaar 2300.

Ziedaar een van de meest pikante bevindingen van een nieuwe doorrekening, door het KNMI, van de klimaatverwachtingen voor de komende decennia. In het meest normale geval stijgt de zeespiegel voor de Nederlandse kust deze eeuw maar zoiets als 44 tot 76 centimeter, niet hoger dan een barkruk. Maar de grote onzekere factor is Antarctica.

Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech. Voor zijn coronaverslaggeving werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar.

Wetenschappers hebben eenvoudigweg niet goed zicht op hoe de ijsmassa op en aan de randen van dat continent zich houdt bij een opwarmende aarde. ‘Dit kan totaal uit de hand lopen’, zegt Sybren Drijfhout, oceaanexpert bij het KNMI. ‘En er ligt daar voor zo’n 60 meter aan zeespiegelstijging opgeslagen. Onze toekomst in Nederland hangt af van wat er op Antarctica gaat gebeuren.’

Het KNMI neemt het zekere voor het (heel) onzekere. Zo heeft het instituut een selectie gemaakt van de klimaatmodellen, waardoor de hoogste KNMI-prognose voor 2100 nog een flinke slag hoger uitkomt dan het allersomberste scenario van VN-klimaatpanel het IPCC. ‘Dat is enigszins verontrustend’, erkent Drijfhout. ‘Maar voor onze kinderen en kleinkinderen maakt dit alles uit.’

De prognose heeft het in zich om ons land komende decennia al fors te veranderen, zegt klimaatexpert Marjolijn Haasnoot van Deltares, na inzage in de nieuwe cijfers. ‘Het is een belangrijk signaal dat er een toekomst denkbaar is waarin de zeespiegel al in 2100 meerdere meters stijgt, met in de verte dat bizarre getal van 17 meter’, zegt ze. ‘Dat zijn echt wel heel hoge scenario’s.’

In plaats van gewoon maar te duimen dat het meevalt, lijkt het Haasnoot beter om al aan de slag te gaan. ‘Er is een politieke neiging om alleen naar urgente zaken van nu te kijken, zoals de transitie, de landbouw of de woningcrisis. Maar alles wat we nu doen, moet al een bouwsteen zijn voor de langere termijn. Je moet alle opgaves in samenhang bekijken.’

Dat kan er bijvoorbeeld toe leiden dat Nederland niet meer zo snel bouwt in laaggelegen kustgebieden of bij de rivieren. Of ervoor kiest om bijvoorbeeld de Maeslantkering, nu een stormsluis die soms dichtgaat, heel anders te bouwen of zelfs dicht te maken. ‘Dat zijn de beslissingen die de komende decennia al aan de orde zijn’, zegt Haasnoot. ‘Het lijkt allemaal ver weg, maar het is nu al tijd om keuzes te maken die bepalen wat er straks mogelijk is. Dat is soms lastig. Maar je wilt ook niet dat je straks halsoverkop totaal iets anders moet gaan doen, als zo’n extreem scenario als dit ineens uitkomt.’

Volgens de IPCC-schattingen draagt Antarctica tot het jaar 2100 maar zo’n 11 centimeter bij aan de zeespiegelstijging. Zelfs bij een versnelling van de uitstoot van broeikasgassen zal dat hoogstens 56 centimeter zijn. Maar in zijn technische rapport legt het KNMI uit waarom men er totaal niet gerust op is. Zo was het in het tijdperk het Eemien (115 tot 130 duizend jaar geleden) 1 graad warmer, ‘dus waarschijnlijk iets minder warm dan nu’. Niettemin stond het zeeniveau destijds tussen de 6 en 9 meter hoger, wat doet vermoeden dat er veel meer ijs was gesmolten dan verwacht.

‘Een vroege waarschuwing voor de toekomst’. Met die woorden kondigde KNMI-directeur Maarten van Aalst de nieuwe bundel klimaatscenario’s aan. Jarenlang hebben de supercomputers in De Bilt staan stampen: wat kunnen we in Nederland verwachten als de wereldtemperatuur verder stijgt?

Maar zoals de zeespiegelprognose al aangeeft: zo heel precies weet het KNMI het niet. Wat er komende decennia gebeurt, zit ergens in tussen vier ‘hoekpunten’, zo verwoordde KNMI-wetenschapper Rob van Dorland het op een bijeenkomst voor journalisten. En die liggen nogal uit elkaar. Zo moet de Oosterscheldekering eind deze eeuw misschien drie keer per jaar dicht, maar misschien ook tientallen keren. De schade aan gewassen door extreem weer kan met dik 30 procent toenemen, maar ook gelijkblijven.

Veel hangt, uiteraard, af van de uitstoot van broeikasgassen. Als het lukt de uitstoot de komende vijftig jaar terug te brengen tot nul, zou de opwarming beperkt blijven tot zo’n 1,7 graden (we zitten wereldwijd nu op 1,2 ten opzichte van de 19de eeuw).

Realistischer is echter dat de temperatuur oploopt tot rond de 2,5 graden, als de internationale gemeenschap zich aan zijn huidige beloftes houdt zonder die verder enorm aan te scherpen, blijkt uit internationale berekeningen. En dan is er in theorie nog de mogelijkheid dat de internationale gemeenschap zijn klimaatbeleid aan de wilgen hangt en weer op grote schaal kolen gaat stoken, of dat het klimaat veel gevoeliger blijkt voor broeikasgassen dan experts denken. In dat geval zouden we afgaan op een van de andere ‘hoekpunten’ van Van Dorland: 4,9 graden opwarming eind deze eeuw. Met uiteraard heftigere gevolgen.

De rode draad is al zichtbaar en wordt komende decennia alleen maar voelbaarder, zelfs als de wereld de uitstoot van broeikasgassen snel aan banden legt. In alle gevallen wordt Nederland steeds meer een land dat qua klimaat wel wat wegheeft van Zuid-Frankrijk of Noord-Italië, met droge, hete zomers en regenachtige, zachte winters.

’s Winters vervangen de regenpakken de schaatsen en de ijsmutsen. Het aantal vorstdagen in De Bilt daalt, van 53 nu naar 30 tot 40 rond 2150. Intussen neemt de neerslag met zo’n 5 tot 10 procent toe, in het meest waarschijnlijke middenscenario.

’s Zomers wordt het vooral warm, met meer zon, minder regen, maar ook meer plakkerige nachten, tropische dagen en meer noodweer. Want de regen zal vaker dan nu vallen in de vorm van extreme onweersbuien en opvallend grote hagelstenen, en vergezeld gaan van valwinden, rukwinden en wellicht tornado’s.

Zelfs bij streng klimaatbeleid hebben we eind deze eeuw zo’n veertig zomerse dagen, van boven de 25 graden, in plaats van de huidige 28, en negen tropische dagen waarbij het kwik boven de 30 komt (nu vijf). Bij extreem hoge uitstoot van broeikasgassen ‘kun je temperaturen van 50 graden in de stad eind deze eeuw niet meer uitsluiten’, aldus KNMI-wetenschapper Karin van der Wiel. Haast elke zomer komt de temperatuur dan wel eens boven de 40 graden.

Overigens wordt het niet alleen maar kommer en kwel. Zo blijft de opbrengst van zonnepanelen hoog, hebben fruittelers steeds minder te duchten van late vorst in het voorjaar en stijgt het aantal dagen met mooi strandweer van gemiddeld 71 nu tot in elk geval meer dan 80 rond het jaar 2050. Dat kan Nederland aantrekkelijker maken als vakantiebestemming en is goed voor de strandhoreca, merkt het RIVM-rapport op.

Ronduit tobberig zijn de nieuwe prognoses over de droogte. Want met die warmere, zonnigere zomers zal het neerslagtekort vaker en hoger oplopen, tot wel tientallen procenten meer dan wat nu gebruikelijk is. ‘In de toekomst zullen de zomers daardoor al snel net zo droog zijn als het recordjaar 2018’, zegt Van der Wiel.

En dat betekent: gedoe om de drinkwatervoorziening op peil te houden, problemen voor de scheepvaart, de landbouw en de natuur, en extra maatregelen om te voorkomen dat zeewater de bodem binnensijpelt en Nederland verzilt. In het hele land zal men er last van hebben, in het zuiden nog wat meer dan in het westen en noorden.

Nederland moet straks ook meer dan nu bedacht zijn op natuurbranden, schrijft brandexpert Cathelijne Stoof (Wageningen Universiteit) in een bijlage. Nu al zijn er in ons land jaarlijks 550 natuurbrandjes en -branden. En het lijkt erop dat het brandseizoen langer wordt en de branden zelf intenser. ‘Het bewustzijn van dit risico is in Nederland laag’, constateert Stoof. ‘Bovendien bestaat er voor de preventie en bestrijding van natuurbranden in ons land geen beleid.’

Toch is ook hier de precieze uitkomst nogal onzeker. Onduidelijk is namelijk waar straks de hoge- en lagedrukgebieden bij voorkeur komen te liggen, cruciaal voor de windrichting en de aanvoer van droge of juist vochtige lucht naar ons land. In de ‘natte’ situatie valt er ’s zomers in 2050 ongeveer 2 tot 5 procent minder regen, in de ‘droge’ situatie valt er 8 tot 13 procent minder.

Paradoxaal genoeg kan intussen juist ook de wateroverlast toenemen, doordat er meer hoosbuien zijn en de rivieren vooral ’s winters meer water afvoeren. Daardoor neemt ook de kans op overstromingen toe, waarschuwt het KNMI. In de natuur krijgen vooral graslanden, heidevelden en hoogveen het zwaar door alle veranderingen. En wie ’s zomers verkoeling zoekt in een meertje, zal vaker dan nu merken dat dat niet kan: pas op, blauwalg.

‘We zitten voor wat betreft het klimaat nu al in een heel andere tijd dan in 2014, het jaar waarin we onze vorige klimaatscenario’s presenteerden’, constateert Van Aalst. ‘Het klimaat is al sterk veranderd, met extremen die ons nu al hard kunnen raken. De tijd dat we klimaatgevolgen zagen als iets van de toekomst, is voorbij.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next