‘De burgemeester die de oude binnenstad redde’. Zo staat Henk Over de Linden bekend in zijn woonplaats Weesp. En precies deze woorden stonden op zijn 100ste verjaardag in kapitalen in de lokale krant, die vijf pagina’s had ingeruimd voor een eerbetoon aan de nog immer geliefde, gepensioneerde burgervader. De 100-jarige heeft het voorgevoel binnenkort afscheid te moeten nemen van het leven. Daar is in zijn energieke vertelkunst niets van te merken.
‘Toen ik in 1975 aantrad als burgemeester, lag er een plan klaar voor de aanleg van een autosnelweg, de A1, dwars door het centrum van Weesp, pal langs het net gerenoveerde 18de-eeuwse stadhuis. Een groot deel van het centrum zou gesloopt moeten worden. Er was een groep jongelui die zich daartegen verzette. Ik steunde hen, we konden het goed met elkaar vinden. In die tijd was het normaal de sloophamer te gebruiken in historische binnensteden. In Weesp waren veel huizen in het centrum er slecht aan toe. Maar wij kozen als stadsbestuur voor renovatie, en met de bewoners wisten we te voorkomen dat die snelweg er kwam. En kijk eens hoe mooi de binnenstad nu is.’
‘Nee. In mijn tijd had een burgemeester veel meer te zeggen. Ik had interessante portefeuilles als ruimtelijke ordening en financiën. Wethouders hebben allerlei taken van de burgemeester ingepikt, waardoor die nu niet zo veel meer omhanden heeft. Het lijkt mij nu een saaie baan. In Graft-De Rijp, waar ik voor Weesp burgemeester was, werd ik ingehaald in een koets met paarden, ik droeg een jacquet. De bevolking ging de straat op om te komen kijken. Dat kun je je nu niet meer voorstellen.
‘Dat sommige burgemeesters en wethouders nu worden bedreigd, is treurig. Wat dat betreft is het een nare tijd. Veel mensen hebben geen kennis van zaken. Op Prinsjesdag keek ik naar de televisie. Een vrouw die de koning uitfloot werd gevraagd waarom ze dat deed. ‘Hij doet niks aan de armoede’, was haar antwoord.’ (Geërgerd:) ‘Dat is de taak van de koning helemaal niet. Mensen die maar wat schreeuwen hebben totaal geen kennis van de inrichting en de werking van ons landsbestuur, van democratie. Ze trekken zich er ook geen bal van aan.’
‘Onlangs was ik in het ziekenhuis voor onderzoek. ‘Fraaie leeftijd heeft u’, zei een verpleegkundige. ‘En wat is úw leeftijd?’, informeerde ik. ‘29’, zei ze. ‘Dát is pas een fraaie leeftijd!’, reageerde ik. 100 zijn is helemaal niet fraai. Ik kan niet meer fietsen, lopen gaat moeizaam. De hele dag zit ik hier achter glas. Aan de overkant van het water waar ik op uitkijk, zie ik mensen op een terrasje zitten, maar ik kan daar niet meer komen. Dus zo leuk is het niet. Het enige wat ik nog kan, is autorijden, maar mijn vriendin maakt zich grote zorgen als ik over de A1 en de A10 naar haar in Amsterdam rijd. Die route kent voor mij geen geheimen.
‘Sinds een paar maanden voel ik mij niet zo goed meer, ik ben moe en heb weinig eetlust. Ik heb last van oudemensenkwalen. Ik was graag op mijn 95ste na een tukje niet meer wakker geworden. Maar tegenwoordig heb je bloedverdunners en andere pillen die je op de been houden. Liever heb ik een pil waarmee ik kan gaan slapen om niet meer wakker te worden.
‘Ik leef op als er zich politiek gezien iets voordoet, of als er een mooie voetbalwedstrijd is op tv. Op momenten dat ik wel klaar ben met het leven, denk ik ook: ‘Maar ik wil nog wel zien hoe AZ het er in de volgende wedstrijd van afbrengt.’
‘Het is onbegrijpelijk wat er gebeurt. Het gaat allemaal zo makkelijk: een nieuwe partij oprichten, partijleiders die opstappen, Kamerleden die voortijdig weggaan. Ik vind het geen vooruitgang. Neem Omtzigt, een clevere man en een goed Kamerlid, maar een eenling, niet in staat een partij te leiden, hij kon al niet met het CDA opschieten. Hij gaat ook uit van een verkeerd mensbeeld, véél te positief.’
‘Niet zo goed. De mens is op zichzelf gericht en zal dat blijven. Dat Nieuw Sociaal Contract van Omtzigt roept om samenwerking, maar dat gaat niet gebeuren, want mensen werken alleen samen als ze hun zin kunnen krijgen. De PvdA houdt er ook een verkeerd mensbeeld op na. Ze willen met solidariteit voor de kleine man de wereld verbeteren, maar die kleine man gaat toch zijn eigen gang. De PvdA is al niet in staat gebleken in eigen kring haar idealen te verwezenlijken. Onderling gaan ze in die partij heel slecht met elkaar om. Als burgemeester van Weesp zag ik een PvdA-wethouder na een vergadering huilend in haar werkkamer zitten. Ze werd tegengewerkt en gepest door een partijgenoot uit de gemeenteraad, een man die zelf wethouder had willen worden.
‘De laatste jaren ben ik een stuk conservatiever geworden. Daar moet je zo oud voor worden als ik. Alles moet zoveel mogelijk blijven zoals het is. Niet dat ik tegen verandering ben, maar je moet die eerst goed onderzoeken, en niet te snel willen gaan.
‘Ik ben lang lid van de PvdA geweest, vanaf de oprichting in 1948. Maar in 1995 heb ik mijn lidmaatschap opgezegd. Ik zag in dat het socialisme de oplossing niet is voor maatschappelijke problemen en ben naar de liberale kant opgeschoven. Als burgemeester van Weesp kreeg ik voor het eerst contact met het bedrijfsleven. Ik zag inwoners in hun eentje een bedrijfje oprichten, een jaar later hadden ze twee mensen in dienst, en weer later twintig. Daar komt de werkgelegenheid vandaan, dus die sector moet je steunen, zag ik in. Toen de PvdA met de gesubsidieerde Melkertbanen aankwam, ben ik afgehaakt. Sindsdien stem ik VVD.’
‘Geen idee hoe het gaat uitpakken. Misschien gaat Frans Timmermans hoge ogen gooien, hij is een zeer bekwame man die wat te vertellen heeft en is een door de wol geverfde politicus. Van Omtzigt en Caroline van der Plas verwacht ik niet veel.’
‘In een rood nest, mijn vader was lid van de SDAP, de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij. Hij werkte bij het waterleidingbedrijf en was actief binnen de afdeling Hoorn van de partij, er werd vaak bij ons thuis vergaderd. Dan zat ik in de huiskamer te leren voor school, maar intussen luisterde ik naar wat er besproken werd. Ik hoorde dat er maar één ding goed was: de SDAP van Koos Vorrink.
‘Op 14 mei 1940 (de dag dat Rotterdam werd gebombardeerd, red.) heeft mijn vader een zelfmoordpoging gedaan. Hij zag de capitulatie van Nederland aankomen, was goed op de hoogte, en wist van de vervolging van socialisten in nazi-Duitsland. Ik kwam die dag thuis uit school en rook een ziekenhuisgeur. Mijn moeder vertelde dat de dokter net was geweest, dat mijn vader een spuitje had gekregen en in bed lag. ‘Je vader heeft geprobeerd er een eind aan te maken’, zei ze.’ Hij heeft zich gedurende de oorlog gedeisd gehouden. In de tuin verbrandde hij allerlei papieren, kennelijk om sporen te wissen die naar zijn politieke activiteiten leidden.’
‘Ik ben vreselijk verliefd geweest, maar heb haar niet gekregen. Ik was 18, 19 jaar toen ik tijdens een vakantie op de Veluwe een meisje ontmoette die diepe indruk op mij maakte. Maar! Ze stond op het punt zich te verloven. Ze verbrak de verloving en zocht mij daarna op, maar ik durfde haar niet te zeggen wat ik voor haar voelde. Ik was te bescheiden in die dingen. Ik neem het mezelf kwalijk dat ik niet heb doorgezet.
‘Misschien is het maar goed ook dat het zo gelopen is, want ik kreeg een goede vrouw aan Lies. Ze gaf pianoles en blokfluitles, op de muziekschool en aan huis. Ook als burgemeestersvrouw deed ze het goed. De enige tegenslag in ons huwelijk was dat er geen kinderen kwamen. We hebben er niet onder geleden, hebben veel grote reizen kunnen maken. We waren bij de eerste Nederlanders die met de Transsiberië Express naar Vladivostok gingen. Ik heb een beetje een Rusland-complex, heb veel Russische literatuur en boeken over Rusland gelezen.’
‘Leven en lot van Vasili Grossman, práchtig. Het gaat over burgers in de Russische Tweede Wereldoorlog. Momenteel lees ik voor de twee keer Dichters, denkers en rebellen, van Peter Krug, ook een geweldig boek, over de cultuurgeschiedenis van Rusland. Er staat ook een hoofdstuk in over Russische revolutionaire vrouwen, zoals Vera Zasoelitsj, de eerste terroriste, je weet niet wat je leest.’
‘Vanwege die beroerde zaak met Poetin. Ik lees om te begrijpen. Russen geloven in de Russische ziel. Ze hebben heel andere gedachten dan wij westerlingen. Ze denken dat ze beter zijn en vinden het Westen maar een decadente boel.’
De deurbel gaat. Een kennis komt langs om hem te helpen zijn koffers te pakken. ‘Het gaat niet meer alleen, ik ga naar mijn vriendin. Ik heb het gevoel dat ik niet lang meer heb. De verkiezingen van 22 november haal ik niet.’
geboren: 31 augustus 1923 in Enkhuizen
woont: zelfstandig, in Weesp
beroep: burgemeester
familie: een zus (93), neven en nichten
weduwnaar: sinds 1999
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden