Jarenlang heeft Ferdinand Domela Nieuwenhuis moeten aanhoren dat hij zijn gezin iets vreselijks aandeed. De socialistisch-anarchistische politicus was vegetariër en bij hem thuis kwam geen vlees op tafel. Daarmee oogstte hij kritiek, schreef hij in 1900 in De Vrije Socialist: doktoren vonden het een onverantwoorde proefneming: ‘eigenlijk een misdaad’. Vlees was essentieel voor de gezondheid, oordeelden zij.
Toch stond Domela Nieuwenhuis niet alleen. Met zijn dieet was hij onderdeel van een trend, want in de tweede helft van de 19de eeuw zwoer een bescheiden maar opvallende groep wereldverbeteraars het vlees af. Vanaf 1894 hadden ze hun eigen club, de Vegetariërsbond, en vanaf 1897 ook een tijdschrift, de Vegetarische bode.
In deze serie duikt de wetenschapsredactie van de Volkskrant in de archieven op zoek naar verhalen waar we anno nu iets van kunnen leren.
Voor domineeszoon Domela Nieuwenhuis (1846-1919) had de keuze te maken met een crisis in het christendom, zo laat historicus Dirk-Jan Verdonk zien in zijn proefschrift Het dierloze gerecht – Een vegetarische geschiedenis van Nederland. Tekst- en natuuronderzoekers hadden al een paar eeuwen geknaagd aan het vertrouwen dat de Bijbel het onfeilbare woord van God was, en voor kenners werd in de 19de eeuw onmiskenbaar duidelijk dat het Oude Testament gemaakt was door meerdere, menselijke auteurs. Bovendien toonden geologen aan dat de aarde heel veel ouder was dan de paar duizend jaar die de Bijbel suggereerde en lieten onderzoekers als Charles Darwin zien dat planten en dieren geleidelijk waren ontstaan, en niet in één klap geschapen.
Voor Domela Nieuwenhuis en geestverwanten maakte dit soort inzichten een einde aan hun geloof en aan de overtuiging dat de mens als kroon op de schepping boven andere beesten stond. Dat riep de vraag op of zij, als dier tussen de dieren, het recht hadden om andere te eten. Domela besloot van niet.
Nu waren lang niet alle vegetariërs goddeloos. Ingenieur Felix Ortt (1866-1959) bijvoorbeeld twijfelde ook aan christelijke autoriteiten. Maar hij nam een andere afslag en werd een prominent aanhanger van het ‘christenanarchisme’, een spirituele stroming die God gelijkstelde aan de hoogste vorm van liefde. Zijn leven, en dat van andere christenanarchisten, moest daarom in het teken staan van liefde en zorg voor de hele schepping. Dieren eten paste daar niet bij.
Vanuit heel andere wereldbeschouwingen voelde zowel Domela Nieuwenhuis als Ortt zich dus verantwoordelijk voor andere wezens en riepen ze op om de positie van kwetsbaren te verbeteren. Dat gold ook voor vrouwen die in de tweede helft van de 19de eeuw de eerste feministische golf op gang brachten. Aan hen, en met name aan Marie Jungius (1864-1908), dankte Nederland zijn eerste vegetarische restaurant. Dat opende in 1898, tijdens de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in Den Haag, en was een succes. Daarom kwam er na de tentoonstelling een blijvend restaurant, Pomona, dat de wind in de zeilen had. En al snel volgden er vleesloze eethuizen in andere steden, van Haarlem tot Apeldoorn.
In tegenstelling tot de artsen die Domela Nieuwenhuis veroordeelden, geloofden veel vegetariërs dat het voedsel daar gezonder was dan in restaurants die op vlees waren georiënteerd. Ze zochten daarvoor bewijs in de evolutieleer. Die liet zien – zo beweerden zij – dat de mens van nature geen vlees at. Want zijn gebit was volgens hen geschikter voor een plantaardig dan voor een dierlijk dieet. En natuurlijk was goed, redeneerden deze vegetariërs verder, en onnatuurlijk was slecht. Dus kon de mens vlees beter laten staan.
Domela Nieuwenhuis kon op dit punt wat vaag zijn en suggereerde soms dat een klein beetje vlees op zich geen kwaad kon. Maar volgens hem had een vegetarisch bestaan een belangrijk bijkomstig gezondheidsvoordeel. Een maaltijd met vlees zou drankzucht aanwakkeren, en vegetariërs zouden minder verlangen naar alcohol. Dat was goed nieuws voor hun lichaam, vond de geheelonthouder Domela Nieuwenhuis.
En dan was er nog het argument van het landgebruik. Op dat punt is een vleeshoudend dieet inefficiënt, en dat wisten 19de-eeuwse specialisten ook al. Met een vast aantal vierkante meters konden boeren meer vegetariërs voeden dan vleeseters. Vanaf de Eerste Wereldoorlog woog dat inzicht zwaar, want toen dreigden ook in neutraal Nederland tekorten en ging het vlees op rantsoen. Na de oorlog leefde daarom het besef dat de overheid burgers moest voorbereiden op een nieuwe, soortgelijke ramp, die steeds waarschijnlijker werd toen in Duitsland de democratie aftakelde.
Daarom kwam er in 1937 een Rijksbureau voor de Voorbereiding van de Voedselvoorziening in Oorlogstijd dat Nederland minder kwetsbaar moest maken voor een nieuwe wereldoorlog. Als die begon, bepaalde het Rijksbureau, dan moest een groot deel van het vee plaatsmaken voor akkerbouw, zodat er voldoende voedsel beschikbaar zou blijven, ook als voedselimporten uit het buitenland zouden komen stil te liggen.
Zo geschiedde, en daardoor had Nederland in de eerste oorlogsjaren gezond te eten, totdat de Duitse bezetter zo veel schade had aangericht dat de Hongerwinter onvermijdelijk werd.
Het Rijksbureau had dus belangrijk werk verricht, maar voor het aanzien van plantaardig voedsel was dit slecht nieuws. Door de oorlog associeerden Nederlanders vegetarisme met schaarste en soberheid. En dat de aanstichter van alle verschrikkingen, Adolf Hitler, beweerde vegetarisch te eten, deed de zaak ook geen goed. Na de oorlog zat het vegetarisme daardoor in een dip. Maar echt verdwijnen zou het niet meer, net zomin als veel van de argumenten over dierenliefde, gezondheidsvoordelen en efficiëntie die vroege aanhangers als Domela Nieuwenhuis al gebruikten.
Over de auteur
Geertje Dekkers is journalist gespecialiseerd in geschiedenis en schrijft o.a. voor de Volkskrant en het Historisch Nieuwsblad. Ze is auteur van twee boeken, waaronder Veel, klein en curieus – Over de wereld van Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723).
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden