Max Verstappen heeft zijn derde opeenvolgende F1-titel veroverd en verbrak op weg meerdere records.
Foto: Red Bull Content Pool
Op het circuit van Losail in Qatar behaalde Max Verstappen zijn derde Formule 1-titel. Het seizoen 2023 viel aan hem te prooi, mede door zijn zeer constante resultaten en de betrouwbaarheid en prestaties van de RB19. Verstappen was 26 jaar en 7 dagen op het moment dat hij nota bene in de sprintrace in Qatar - een primeur - veiligstelde. Hij is daarmee niet de jongste drievoudig wereldkampioen, aangezien Sebastian Vettel 25 jaar, 4 maanden en 22 dagen oud was toen hij voor de derde keer de grote bokaal optilde. Verstappen is dit jaar bezig aan zijn negende volledige seizoen in de Formule 1 en staat in de Grand Prix van Qatar voor de 180ste keer aan de start van een F1-race.
In die voorgaande 179 Formule 1-starts kwam Verstappen tot 48 zeges en 30 pole-positions. Hij heeft 28 keer de snelste raceronde gereden en stond 92 keer op het ereschavot, wat neerkomt op 51,40 procent van de races. Uiteindelijk is hij er 9 keer in geslaagd om een zogenaamde hattrick (pole-position, snelste ronde en de zege) te scoren terwijl hij in 3 gevallen zelfs voor een bijzondere grand slam (pole-position, snelste ronde, alle ronden aan de leiding en de winst) ging. In 31 races, wat neerkomt op 17,32 procent, viel de Nederlander uit. Zijn laatste uitvalbeurt dateert van de Grand Prix van Australië van 2022. In totaal heeft hij 2418,5 punten gescoord en 2.567 ronden aan de leiding gelegen, wat neerkomt op 12.403 kilometers als raceleider. Zondag kan hij nog voor zijn 49ste F1-zege gaan, maar hij is de eerste coureur sinds Nelson Piquet die op zaterdag feestvierde.
Ayrton Senna kroonde zich in 1991 voor de derde keer tot F1-kampioen.
Foto: Motorsport Images
Bestempeld als een van de grootste Formule 1-coureurs aller tijden, door velen zelfs gezien als dé grootste ooit, behaalde Ayrton Senna in 1991 met 31 jaar, 6 maanden en 29 dagen zijn derde en laatste Formule 1-titel. De Braziliaanse legende had aan een uitvalbeurt van Nigel Mansell en de tweede plaats in Japan genoeg om met nog één race te gaan niet meer bedreigd te kunnen worden voor de titel. Hij had toen 32 zeges achter zijn naam staan en zou het sterke jaar afsluiten met de zege in het Australische Adelaide. Het was zijn 125ste Formule 1-start in de 161 Grands Prix die hij in totaal zou afwerken voor het fatale weekend op Imola in 1994. Hij behaalde op weg naar die derde titel maar liefst 59 pole-positions, 17 snelste raceronden, 65 podiumplaatsen, 7 hattricks en 4 grand slams.
In die tijd waren de Formule 1-auto's nog niet zo betrouwbaar als vandaag de dag, wat resulteerde in 43 uitvalbeurten voordat hij zijn derde titel pakte. Toen hij in Japan de wereldtitel opeiste, reed hij 33 ronden aan de leiding om er een totaal van 2506 van te maken. Dat vertaalt zich naar 11.628 kilometer aan de leiding van een F1-race in de acht seizoenen die hij nodig had om naar de derde titel te rijden.
Niki Lauda veroverde in 1984 zijn derde en laatste F1-titel na een lange droogte.
Foto: Rainer W. Schlegelmilch / Motorsport Images
Niki Lauda was 26 jaar toen hij zijn eerste F1-titel veroverde en 28 bij zijn tweede, maar op zijn derde moest hij nog lang wachten. De Oostenrijker was 35 jaar, 7 maanden en 29 dagen toen hij met slechts een halve punt Alain Prost versloeg in de titelstrijd. Hij had tot dan toe 24 races gewonnen van de 157 gestarte races en in 1985 zou zijn laatste volgen, op Zandvoort. De meeste races won hij namens Ferrari (15 keer). In de McLaren won hij 7 keer tot aan zijn derde titel, namens Brabham waren er 2 zeges. Opvallend genoeg startte Lauda in zijn laatste succesvolle campagne nul keer van pole-position, al slaagde hij er in totaal 24 keer in om de snelste te zijn op de zaterdag.
Op het Portugese circuit van Estoril noteerde hij voor de 23ste keer de snelste raceronde. Op dat circuit stond hij daarnaast voor de 53ste keer op een F1-podium. Hij stond daar op de tweede trede, naast Prost die de race won maar alsnog naast de titel greep. Lauda, die in 2019 overleed, kwam tot drie hattricks en één grand slam, die hij op Zolder behaalde. Ook in zijn geval waren F1-auto's nog zeker niet betrouwbaar: maar liefst 69 keer kwam hij tot zijn derde titel niet over de streep vanwege technische mankementen of crashes. Hij had op het moment van zijn derde titel 406,5 punten gescoord en reed 1.540 ronden - 6.823 kilometer - aan de leiding.
Lewis Hamilton viert zijn derde F1-titel met het team van Mercedes.
Foto: Steve Etherington / Motorsport Images
Met nog drie races te gaan was Lewis Hamilton voor de derde keer niet meer te verslaan in de titelstrijd. De Brit, inmiddels zevenvoudig wereldkampioen, was toen 30 jaar, 9 maanden en 18 dagen oud. Op het Circuit of the Americas vierde hij voor de derde keer een titelfeest en dat deed hij op de best mogelijke manier door de race te winnen, zijn 43ste F1-zege in 164 GP-starts en meteen de laatste van dat seizoen - hij werd vervolgens drie keer tweede. Op het circuit van Monza veroverde hij dat jaar zijn 49ste pole-position, waar hij later dat jaar niet meer van zou starten. Tot dan toe liet hij 26 keer de snelste raceronde noteren, spoot hij 84 keer champagne op het podium, had hij negen hattricks op zijn naam en twee grand slams - Maleisië 2014 en Italië 2015.
Dat de Formule 1 door de jaren heen betrouwbaarder is geworden, tonen de statistieken van Hamilton goed aan. In de Grand Prix van Singapore van 2015 viel hij voor de 23ste keer in zijn F1-carrière uit. De Mercedes-coureur reed een deel van zijn carrière met het oude puntensysteem (maximaal tien punten voor de winnaar) en het huidige systeem (25 punten voor de winnaar). Op het moment van zijn derde titel had hij in totaal 1813 punten behaald, inclusief de unieke 50 punten voor de Grand Prix van Abu Dhabi van 2014 - destijds ingevoerd om de titelstrijd spannender te maken. In de Grand Prix van de Verenigde Staten voegde Hamilton 28 ronden aan de leiding toe aan zijn lijst, waardoor hij 2.400 ronden, ofwel 12.223 kilometer, het tempo aanvoerde in F1-races. Al die tellers zijn uiteraard sindsdien flink gestegen, aangezien hij vervolgens nog eens vier titels veroverde.
Michael Schumacher kroont zich in 2000 voor de derde keer tot F1-kampioen.
Foto: Sutton Images
De andere zevenvoudig Formule 1-kampioen, Michael Schumacher moest een jaar langer wachten op zijn derde titel. De Duitser stapte in 1996 over naar Ferrari, maar zou daar pas in 2000 de eerste echte vruchten van plukken. Hij was 31 jaar, 9 maanden en 5 dagen op de dag dat hij zich drievoudig wereldkampioen mocht noemen en had toen 143 races gereden. Op weg naar de titel won de talentvolle Schumacher 8 van de 18 races, waarvan hij er in totaal 9 won - één na het behalen van die titel. Op het circuit van Suzuka was Schumacher de beste, waardoor hij die eerste titel met Ferrari behaalde. Dat was zijn 43ste F1-zege, net als Hamilton. Op hetzelfde Japanse circuit veroverde Schumacher tevens zijn 31ste pole-position.
Tot dan toe liet hij 41 keer de snelste raceronde op de klokken zetten, stond hij 82 keer op het podium en had hij zes hattricks en twee grand slams. In wat zijn tiende seizoen was viel hij veertig keer uit een race. De Formule 1-legende keerde in 2011 terug in de koningsklasse, dit keer bij Mercedes. Pas toen kon hij op meer punten rekenen door het nieuwe puntensysteem: op het moment van het behalen van zijn derde titel stond de teller op 758 punten. Toen hij over de streep kwam in Japan, had hij 2.594 ronden aan de leiding van een race gelegen. Dat komt neer op 11.690 kilometer. Hij zou vervolgens domineren met Ferrari om tot zeven titels te komen.
Alain Prost pakte in een controversiële GP van Japan zijn derde F1-titel.
Foto: Rainer W. Schlegelmilch / Motorsport Images
Alain Prost is een van de twee Formule 1-coureurs die vier titels achter zijn naam heeft staan. In 1989, zijn tiende seizoen in de koningsklasse van de autosport, was hij 34 jaar, 7 maanden en 28 dagen toen hij zijn derde van vier titels pakte. Dat ging echter niet zonder controverse, aangezien hij in de race op Japan in de laatste chicane contact had met Honda-teamgenoot Ayrton Senna, die van ver kwam. Prost kon uitstappen, Senna ging door en zou alsnog de race winnen. Zo leek de titel naar de Braziliaan te gaan, maar door een controversieel besluit van toenmalig FIA-president Jean-Marie Balestre werd Senna gediskwalificeerd omdat hij niet op de juiste manier weer op de baan was gekomen. Zo was Prost de kampioen van 1989, met tot dan toe 39 zeges achter zijn naam in 152 races, evenals 20 pole-positions. De clash met Senna betekende zijn 46ste uitvalbeurt in de Formule 1. Wel had hij daar voor de 32ste keer de snelste raceronde laten noteren.
Zijn derde plaats in Spanje vormde zijn 80ste podium. 'Le Professeur' had op het moment van zijn derde titel 8 keer een hattrick behaald, maar slaagde er nooit in om er een grand slam van te maken. Prost had in het weekend in Japan 592,5 punten achter zijn naam staan, de rest van in totaal 798,5 punten behaalde hij namens Ferrari en Renault. In Japan lag hij 43 ronden aan de leiding, waardoor de teller van ronden als raceleider toen op 2.098 ronden lag, omgerekend 9.714 kilometer. In 1993 veroverde hij zijn vierde en laatste titel.
Juan Manuel Fangio in Mercedes-Benz W196 waarmee hij in 1955 reed.
Foto: Motorsport Images
Met afstand de oudste F1-kampioen die minstens drie titels behaalde, is Juan Manuel Fangio. Hij was namelijk 44 jaar en 22 dagen toen hij zich voor de derde keer tot kampioen kroonde. De Argentijn domineerde het eerste decennium van de Formule 1 en werd namens teams als Alfa Romeo, Mercedes, Ferrari en Maserati kampioen. In 1955 sleepte hij zijn derde titel in de wacht namens Mercedes, al gebeurde dat wel in een flink ingekort seizoen van slechts zeven races. Vier races werden dat jaar afgelast vanwege de ramp bij de 24 uur van Le Mans. Fangio win vier van de zeven races en bezorgde Mercedes haar derde F1-titel, pas in 2014 zou er een vierde aan toegevoegd worden.
Dankzij de zeer beperkte lengte van de F1-kalenders destijds had Fangio op papier niet de indrukwekkendste statistieken, al wordt hij nog altijd als een van de grootheden van de sport gezien. Aan de tweede plaats in Groot-Brittannië had Fangio in 1955 genoeg om zijn derde titel te pakken. Dat was zijn 34ste Formule 1-start en zijn 23ste podiumplaats, 16 daarvan waren zeges. In 17 races begon hij van de pole-position en 16 keer tekende hij voor de snelste raceronde, waardoor hij hoge succespercentages behaalde. Hij was in 5 races goed voor een hattrick en behaalde in 1950 in Monaco zijn tot dan toe enige grand slam. In datzelfde prinsdom viel Fangio in 1955 voor de elfde keer in zijn carrière uit. Destijds stonden er nog 8 punten te wachten op de racewinnaar, waardoor hij bij het halen van titel nummer drie op 186,64 punten stond. Op weg naar de derde titel reed Fangio 869 ronden aan de leiding, wat neerkomt op 6.025 kilometer. Ook in 1956 en 1957 zou hij kampioen worden - op dit moment de enige vijfvoudig F1-kampioen.
Sebastian Vettel werd in 2012 de jongste drievoudig F1-kampioen ooit.
Foto: Charles Coates / Motorsport Images
Een van de records die Verstappen niet meer kan verbreken, is die van de jongste drievoudig F1-kampioen. Die eer gaat naar Sebastian Vettel, die net als hem met Red Bull domineerde om met 25 jaar, 4 maanden en 22 dagen de derde titel veilig te stellen. Vettel kreeg deze niet cadeau, aangezien Fernando Alonso in Brazilië nog goede kans maakte op de titel, maar een heuse inhaalrace van de Duitser gooide roet in het eten. Het was Vettels 101ste Grand Prix-start en hoewel hij er niet won, waren 5 zeges dat seizoen genoeg voor die derde titel.
Hij had toen 26 keer een race gewonnen en 36 keer de pole-position veroverd. In 15 van die 101 races was Vettel goed voor de snelste raceronde. In Austin stond hij voor de 46ste keer op het podium. De teller van hattricks stond op 5, de grand slam had hij tot dan toe twee keer behaald. Hij viel in 2012 slechts twee keer uit, waardoor die teller op 20 uitvalbeurten stond. Vettel kwam in die 101 starts tot 1.044 punten en was 1.753 ronden vooraan te vinden, over een afstand van 9.249 kilometer dus. In 2013 voegde hij een vierde titel toe, vervolgens zou een uitstap bij Ferrari niet tot de gewenste vijfde titel leiden.
Nelson Piquet had aan drie zeges genoeg voor zijn derde en laatste F1-titel.
Foto: Sutton Images
Twee keer werd Nelson Piquet kampioen met Brabham voordat hij met Williams in 1987 zijn derde titel zou veroveren. De Braziliaan had minder zeges dan Nigel Mansell, maar presteerde wel regelmatiger en profiteerde van het feit dat Mansell in Japan en Australië niet in actie kon komen na een crash in de training op Suzuka. Piquet was 35 jaar, 2 maanden en 15 dagen toen hij die derde F1-titel, toch op een wat bizarre wijze, opeiste. Omdat Mansell niet kon racen, had Piquet met zijn 12 punten voorsprong genoeg om al voor de GP van Japan zeker te zijn van de titel. Het weekend van de Japanse Grand Prix was zijn 140ste Grand Prix-start, maar aangezien hij al op zaterdag kampioen werd gaan we uit van de GP van Mexico, zijn 139ste start. In de Italiaanse GP van dat jaar behaalde hij zijn 20ste F1-zege, in Spanje 24ste pole-position – wat meteen zijn laatste zou zijn.
In Mexico had Piquet voor de 23ste keer de snelste raceronde genoteerd, ook meteen de laatste keer. Op het Autódromo Hermanos Rodríguez stond hij voor de 50ste keer in zijn F1-carrière op het podium en tot dan toe had hij 3 keer een hattrick en 3 keer een grand slam behaald. In België viel Piquet voor de 63ste keer uit vanwege een probleem met de elektronica. Zijn puntentotaal stond voor de GP van Japan op 384,5 en hij had toen 1.549 ronden aan de leiding gelegen – omgerekend 7.357 kilometer. Na dat seizoen maakte Piquet uitstapjes naar Lotus en Bennetton, allebei leverde het weinig successen op.
Jack Brabham veroverde zijn derde F1-titel voor het eerst in zijn eigen auto.
Foto: Rainer W. Schlegelmilch / Motorsport Images
Een unieke drievoudig F1-kampioen in deze lijst, is Jack Brabham. Zijn derde en laatste titel behaalde hij namelijk in een auto die zijn naam droeg en daarmee is hij vooralsnog de enige die daarin is geslaagd. Namens Brabham-Repco stelde Brabham met 40 jaar, 5 maanden en 2 dagen zijn derde titel veilig. De Australiër won 4 van de 9 races van dat seizoen en dat was genoeg om met 42 punten (een zege was toen 9 punten waard en enkel de 5 beste resultaten van dat seizoen telden mee) John Surtees achter zich te laten. Brabham stelde met de zege in Duitsland virtueel de derde titel veilig en op Monza kon het feest gevierd worden. Dat was zijn 78ste F1-start, tevens zijn 34ste uitvalbeurt vanwege een olielekkage.
De teller voor aantal zeges stond op het moment van zijn derde titelfeest op 11. Brabham was toen al 10 keer van pole-position gestart en ging 24 keer mee naar het podium. Hij kwam in zijn weg naar die titel tot 7 snelste raceronden, 3 hattricks en 2 grand slams en stond toen op 166 punten van de in totaal 241 die hij zou behalen. Brabham wist 575 ronden aan de leiding te liggen en legde zo een afstand van 3.550 kilometer als raceleider af. Na die derde titel zou Brabham nog drie keer winnen tot aan zijn afscheid in 1970.
Jackie Stewart in de Tyrrell 006 Ford, waarmee hij voor de derde keer F1-kampioen werd.
Foto: Sutton Images
De laatste in de lijst is zeker niet de minste: Sir Jackie Stewart. De Schotse coureur behaalde zijn derde en laatste F1-titel in zijn laatste seizoen in de koningsklasse van de autosport, maar deed dat niet geheel onder feestelijke omstandigheden. Op Monza stelde hij de titel veilig, maar twee races later op Watkins Glen – de laatste race van het seizoen en dus laatste race van Stewart in de F1 – verongelukte Tyrrell-teamgenoot François Cevert in de kwalificatie. Stewart had toen al besloten te stoppen met de F1, maar maakte dat pas na die race officieel bekend. Stewart was 34 jaar, 2 maanden en 29 dagen oud toen hij in Italië voor de derde keer feest kon vieren.
Stewart zou in de Verenigde Staten zijn 100ste GP-start maken, maar het team trok zich terug uit die race. Op Monza stond hij aan de start van zijn 98ste F1-race. De 'Flying Scot' had toen 27 GP-zeges achter zijn naam staan en was 43 keer op het podium te bewonderen. Stewarts begon 17 keer van pole-position en slaagde erin om in 15 keer de snelste raceronde te noteren. Hij kwam in zijn 9 seizoenen tot 4 hattricks, die tevens meteen resulteerden in 4 grand slams. In Spanje viel hij voor de 43ste keer in zijn carrière uit tijdens een F1-race. Na de GP van Italië had Stewart 358 punten achter zijn naam staan, waar hij in totaal 360 van maakte. Hij lag 1.918 ronden aan de leiding, wat neerkomt op 8.863 kilometer, waarna hij het wel mooi vond en de helm aan de wilgen hing.
Overzicht van de statistieken
30 jaar, 9 maanden en 18 dagen
31 jaar, 9 maanden en 5 dagen
34 jaar, 2 maanden en 29 dagen
34 jaar, 7 maanden en 28 dagen
35 jaar, 2 maanden en 15 dagen
40 jaar, 5 maanden en 2 dagen
44 jaar en 22 dagen
Source: Motorsport