Home

Het vogelaarvirus is en goeddeels onschuldige aandoening, maar waakzaamheid is geboden

De jaarlijkse vogeltrek leidt tot een hedendaags natuurverschijnsel: de soortenjager. Maar waar kíjken zij naar?

Doet uw partner, buur of collega de laatste tijd een beetje nerveus en opgewonden? Goeie kans dat het een vogelaar is. Want het heerst weer: het vogelaarvirus, dat steevast opleeft bij de najaarstrek. Een goeddeels onschuldige aandoening, maar waakzaamheid is geboden.

Vorig weekend was het Eurobirdwatch, de drie dolle dagen voor de vogelaar, met de hoop op een zeldzaam buitenkansje. Met haast wetenschappelijke precisie houden enkele vogelorganisaties voor heel Europa de resultaten bij van de 788 telposten. Ruim 15 duizend vogelaars uit 34 landen telden vorig weekend zo’n 3,7 miljoen vogels. In Nederland voerden 229.147 spreeuwen, 70.551 graspiepers en 42.371 vinken de top-10 aan. Dat die aantallen per jaar fors fluctueren, zegt iets over weer en wind op de teldagen, niet over trends. Voor wie het wonder van de vogeltrek eens heeft ervaren, blijven de aantallen indrukwekkend.

In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.

Tellers bij Cadzand-Bad zagen op 24 september 1.569 lepelaars voorbij vliegen, een Europees record. Mooi. Geen weemoediger aanblik dan in de verte het wit van een lange sliert lepelaars door de ijle septemberlucht de zomer te zien uitdoven als de laatste dwarrelende vonken van een groots vuurwerk.

Zelf zag ik die dag bij een waterplas geen lepelaars, wel een visarend – op reis van Scandinavië naar Afrika uitrustend in een boom. Dat 20 meter lager twee ijsvogels voorbijschoten, maakte mijn feestje compleet, al zijn ijsvogels (gelukkig) geen trekvogels.

Vorige week werd het jaarlijkse natuurfenomeen wereldnieuws: The New York Times berichtte over zestien Noord-Amerikaanse vogelsoorten die door de storm Lee de verkeerde kant op waren geblazen en in Groot-Brittannië en Ierland (net niet in Nederland) belandden. Welkom, baltimoretroepiaal, brilparulazanger en Canadese zanger.

Dat doet de vleugels trillen van een bijzondere ondersoort van de species Vogelaar: de twitcher of soortenjager. Massaal vliegt die soort af op elke zeldzaamheid. Vaak drommen ze met uitgestoken lenzen bijeen rond een eenzame geelbrauwgors in Drenthe of een roodkeelnachtegaal in een achtertuintje in Noord-Holland. Samengeklonterde soortenjagers zijn een hedendaags natuurverschijnsel dat vaak (maar niet altijd) de media haalt.

Ik bezie het fenomeen met gepaste afstand. Want waar kijken zij naar? Als het al geen ontsnapte volière-exemplaren betreft, gaat het om zielepietjes die door een storm of met een boot de verkeerde afslag namen. De meeste zijn gedoemd tot de hongerdood of de klauwen van een roofvogel.

De twitcher leeft naar z’n eigen spelregels. Die staan op de site van de Dutch Birding Association. Ze speelden een rol toen jaren geleden een zeldzame grijswangdwerglijster in het vogelasiel van Den Haag was beland. Het vermoeide beestje, een nieuwe soort voor de Benelux, werd later vrijgelaten in de duinen. Dan is voor twitchers de vraag of en wanneer zij de vogel mogen bijschrijven op hun ‘officiële’ jaarlijst. De spelregels zijn lachwekkend. Vogels zijn op de dag van hun vangst niet telbaar, maar daar zijn (ingewikkelde) uitzonderingen op, uitmondend in de conclusie: ‘In beide uitzonderingsgevallen is de vogel telbaar vanaf 5 minuten na vrijlating.’

Er zijn dus soortenjagers die erbij zijn wanneer een verwarde vogel wordt vrijgelaten, en exact 5 minuten later trots hun jaarlijstje aanvullen met een zeldzame dwaalgast die waarschijnlijk z’n eigen ondergang tegemoet vliegt.

Sommige vogelaars zijn blij met een bijna dode mus.

Source: Volkskrant

Previous

Next