De tijden dat stinkende, walmende, lozende of anderszins verdachte fabrieken werden getolereerd zijn voorbij. De afgelopen paar jaar, en zeker de laatste maanden, hebben omwonenden en overheden een barrage aan rechtszaken aangespannen tegen bedrijven als Tata in IJmuiden, Chemours in Dordrecht en 3M in Antwerpen, dat pfas in de Westerschelde heeft geloosd. Strekking van veel rechtszaken: die lui wisten al heel lang dat wat zij deden schadelijk is.
Ze moeten er mee stoppen, betalen voor de schade, of, zoals sommige klagers eisen, zelfs de cel in.
Wat lang voor lief werd genomen, voor normaal werd aangezien, of lijdzaam werd geaccepteerd, is nu een doelwit in de strijd van de burger die het niet meer pikt. Waarom moet ik leven met een buurman die er zo een bende van maakt? Of beter: met een buurman die er zo’n bende van hééft gemaakt? Want het gedrag in het verleden voedt het wantrouwen waarmee er nu tegen de bedrijven wordt aangekeken. Eens een smeerlap, altijd een smeerlap.
Over de auteur
Michael Persson is economieverslaggever en commentator van de Volkskrant, met een focus op fraudeurs, profiteurs en andere weggetjesweters. Als Amerika-correspondent won hij journalistiekprijs de Tegel.
‘Er is inderdaad wel iets veranderd de afgelopen jaren’, zegt een woordvoerder van Tata. ‘Nog geen vijf jaar geleden bestond ons bedrijf honderd jaar, we vierden een groot feest met koninklijk bezoek, werden toegejuicht in de regio. Dat is iets wat we ons nu niet meer kunnen voorstellen. We proberen te veranderen, maar dat gaat sommigen niet snel genoeg. We zijn net als de rest van de maatschappij in een enorme polarisatie terecht gekomen.’
‘Er is een verschuiving gaande van maatschappelijke verwachtingen’, zegt een woordvoerder van Chemours. ‘In de afgelopen decennia is iedereen, individuen en bedrijven, meer milieu- en klimaatbewust geworden. We begrijpen dat er zorgen zijn, maar het is zeer lastig om in een genuanceerde dialoog te komen.’
‘We hebben het tij mee’, zegt Bénédicte Ficq, een advocaat die twee strafzaken is begonnen, tegen Tata en tegen Chemours. ‘Mensen zijn meer bezig met het milieu, het klimaat, de toekomst van hun kinderen. Ze zeggen niet meer: dat hoort er gewoon bij.’
De rechtszaken die zijn aangespannen zijn verschillend van aard. Omwonenden van Tata hebben zich verzameld onder de naam Frisse Wind, en 1.400 van hen hebben in augustus een massaclaim ingediend tegen het staalbedrijf. Ook loopt er een strafzaak die Ficq namens duizend omwonenden heeft aangespannen. Dordrecht en drie andere gemeenten zijn twee jaar geleden een civiele zaak begonnen tegen de teflonfabriek van Chemours, die zij aansprakelijk stellen voor milieuvervuiling door zogeheten pfas dat in de bodem is gaan zitten; de rechter stelde hen twee weken geleden grotendeels in het gelijk. Advocaat Eric Meijer bereidt namens duizend inwoners een massaclaim voor die hij in november wil indienen. Ficq heeft namens drieduizend inwoners deze zomer aangifte gedaan tegen de directie van het bedrijf.
Even verderop, in Zeeland, is het de Nederlandse staat zelf die schadevergoeding eist van het Amerikaanse 3M, dat met zijn fabriek in Antwerpen pfas in de Westerschelde heeft geloosd.
Waar komen deze rechtszaken vandaan? En waar leiden ze toe?
Het gaat om verantwoordelijkheden, kennis, macht, geld, en schuivende normen over milieu en gezondheid. En het zijn de rechters die daar straks over moeten beslissen.
Rechtszaken tegen bedrijven vanwege milieuzorgen zijn niet nieuw, zegt hoogleraar privaatrecht Elbert de Jong van de Universiteit Utrecht. Nieuw is dat de mogelijkheid is verruimd om massaclaims voor schadevergoeding in te dienen. In 2020 is de zogeheten Wamca in werking getreden (Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie), waardoor bewoners makkelijker samen naar de rechter kunnen stappen. Dit is waar Frisse Wind en advocaat Meijer zich op beroepen.
Nederland had al ruime mogelijkheden voor preventieve collectieve juridische actie in het algemeen belang, tegen bedrijven of overheden die schade aanrichten. Daarvan maakten Urgenda en Milieudefensie gebruik in hun klimaatzaken tegen de staat en Shell. ‘Je ziet dat die mogelijkheden echt ontdekt zijn’, zegt De Jong. ‘Urgenda was een katalysator. Andere belangengroepen voelen zich door dat succes in de rug gesteund.’
Behalve de ruimere wettelijke mogelijkheden en aanzuigende werking van behaalde juridische successen zijn er ook meer feiten voorhanden om de rechtszaken mee te voeren, zegt hoogleraar milieurecht Kars de Graaf van de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Je spant pas een zaak aan als je inschat dat je een redelijke kans hebt die te winnen. Je hebt bewijsvoering nodig, een causaal verband tussen bedrijf en schade. Die kennis neemt toe.’
‘Die kennispositie hebben de omwonenden van Tata en Chemours nog niet zo lang. Dit in tegenstelling tot de bedrijven. Chemours zelf wist al lang dat zijn pfas schadelijk was. Die discrepantie is een interessante discussie. De rechter heeft nu expliciet tegen Chemours en zijn voorganger DuPont gezegd: jullie hadden de gemeenten moeten informeren.’
Omdat het bedrijf dat heeft nagelaten, heeft het volgens de rechter tussen 1984 en 1998 ‘onrechtmatig gehandeld’. Dit ondanks de vergunning die het had. Want al in april 1984 gingen in het bedrijf memo’s rond over gezondheidsproblemen rond een pfas-fabriek in het Amerikaanse Parkersburg, in de staat West-Virginia. Het bedrijf besloot de uitstoot niet te reduceren omdat dat ‘economisch niet aantrekkelijk’ was.
Sinds 2012 is Chemours helemaal gestopt met pfoa, de specifieke pfas. De uitstoot van opvolger GenX is nu nog maar een fractie van de uitstoot vroeger.
Die technologische vooruitgang is echter niet genoeg om het wantrouwen weg te nemen. Vertelt het bedrijf nu wel alles? ‘Wat wij merken, is dat feiten over onze huidige bedrijfsvoering, waaronder de reductie van onze emissies met meer dan 99 procent, het risico lopen overschaduwd te worden door zorgen die verband houden met bedrijfsvoering in het verleden’, zegt een woordvoerder. ‘De technologische en wetenschappelijke vooruitgang werken ook een andere kant op. Er kan steeds nauwkeuriger worden gemeten, van microgrammen naar nanogrammen naar picogrammen.’ Nul wordt het daardoor nooit – zo blijft er voor veel mensen altijd reden tot zorg.
Overigens heeft Du Ponts verzwijgen van de gevaren in Dordrecht minder schade aangericht dan in Parkersburg, omdat de emissies hier lager waren. Pfoa staat vanwege zijn slechte afbreekbaarheid, makkelijke verspreiding en toxische eigenschappen weliswaar te boek als ‘zeer zorgwekkende stof’, maar de GGD heeft in de omgeving van de Chemours-fabriek bij twee onderzoeken over de afgelopen decennia niet meer gevallen van nier-, teelbal- en leverkanker gevonden (de belangrijkste gegadigden voor gezondheidseffecten).
Wel ontraadde het RIVM deze zomer het zwemmen in een recreatieplas in de buurt van de fabriek, Merwelanden (twaalf andere plassen werden veilig bevonden). Volwassenen die 365 dagen per jaar in de plas zouden zwemmen, zouden dan 25 tot 37 procent van hun Tolereerbare Dagelijkse Inname (TDI) aan pfas binnenkrijgen, had het instituut berekend. Hoewel de meeste Nederlanders via voeding en drinkwater sowieso al meer binnenkrijgen dan die TDI, vond het RIVM de extra blootstelling ‘in principe onwenselijk’. Voor het eten uit enkele moestuinen geldt hetzelfde.
Ook rond Tata zijn sinds kort harde berekeningen van gezondheidseffecten bekend. Het RIVM berekende dat in de meest getroffen gemeente, Wijk aan Zee, de levensverwachting met 2,5 maand wordt verkort door de uitstoot van fijnstof en stikstofdioxide (voor een gemiddelde Nederlander is de verkorting door luchtvervuiling 13 maanden; als je langs een drukke straat woont gaan er nog wat maanden van af).
Dat is zo exact berekend met metingen en modellen: x microgram fijnstof levert een verkorting van y maanden. Ook andere effecten zijn op die manier absoluut te maken. Een kind dat in Heemskerk opgroeit, iets verder van de fabriek, krijgt volgens het RIVM door lood van de fabriek een IQ dat precies 0,02 punten lager komt te liggen dan anders het geval was geweest.
De zorgen van burgers kunnen groter zijn dan de cijfers van het RIVM, zegt De Graaf. ‘Er zijn allerlei normen in de samenleving die niet per se de normen zijn waarmee de overheid werkt.’ Dat betekent in de praktijk dat het bestuursrecht, waaronder bijvoorbeeld vergunningen voor de uitstoot vallen, wordt ‘ingehaald door het civiel recht’, zegt hij. ‘Het bestuursrecht is bedoeld om genoeg bescherming te bieden. Maar wanneer burgers toch vinden dat ze onrechtmatige schade ondervinden, kunnen ze naar de civiele rechter stappen. Dat is wat er nu gebeurt. Het draait daarbij om het begrip maatschappelijke zorgvuldigheid. Heeft het bedrijf genoeg gedaan? Het is aan de rechter om te beoordelen of dat zo is.’
Ficq gaat een stap verder. Zij vindt zowel het bestuursrecht als het civiele recht onvoldoende om fabrieken in het gareel te krijgen. ‘Dat schiet echt niet op’, zegt ze. De vergunningen (die onder het bestuursrecht vallen) worden feitelijk gedicteerd door de bedrijven, vindt zij. ‘Daar kan de decentrale overheid, die de vergunningen moet verlenen, niet tegenop. Die hebben een kennisachterstand, en worden soms ook echt geïmponeerd door de bedrijven. Daardoor zijn die vergunningen niet streng genoeg. Het bestuursrecht zet niet genoeg zoden aan de dijk.’
Via de civiele rechtspraak ‘kan er heel veel’, zegt ze, ‘maar als die leidt tot een schadevergoeding, dan verdisconteren de bedrijven die gewoon in hun productprijzen’.
Nee, de enige manier om de ‘onverschilligheid jegens onschuldige burgers’ te bestrijden is in haar ogen het strafrecht. ‘Het is strafbaar om ziekmakende stoffen in de grond, in de lucht of in het water te lozen. Daar staan heel pittige gevangenisstraffen op, tot 15 jaar. En het zijn niet bedrijven die naar de gevangenis gaan, maar mensen van vlees en bloed. Ik ben ervan overtuigd dat die dreiging ceo’s minder onverschillig maakt.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden