Home

Hét medicijn tegen online kwakzalverij is nog niet gevonden

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Medische desinformatie Op sociale media is er geen ontkomen aan: aanbieders van pillen, diëten en therapieën waarvan de werking niet is bewezen. Maar welk kruid is tegen kwakzalverij gewassen?

„Anke eet al vier jaar niet meer én drinkt haar eigen urine: ‘De zon is mijn voedingsbron’.”

„Acupuncturiste en massagetherapeute Eline: ‘Door middel van vuurcupping hef ik stagnaties en pijn op’.”

Zomaar twee koppen van artikelen op Linda.nl, de website van het gelijknamige magazine. Voor de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) vormden artikelen als deze de reden om het tijdschrift deze zaterdag de jaarlijkse Meester Kackadorisprijs uit te reiken.

Uit het juryrapport: „Linda de Mol is (…) voor miljoenen vrouwen een geloofwaardig icoon. Haar verantwoordelijkheid om haar publiek te behoeden voor kostbare en zinloze fopbehandelingen verwaarloost ze echter schromelijk.”

De vereniging, al actief sinds 1881, staat steeds minder alleen in haar strijd. Zo beleefde wetenschapsjournalist Adriaan ter Braack het afgelopen jaar zijn definitieve doorbraak. Op Instagram verzamelde hij als ‘Sjamadriaan’ ruim 46.000 volgers door influencers en bn’ers die dergelijke medische claims doen, publiekelijk aan te spreken.

Beiden gaan er geregeld met gestrekt been in. De VtdK doet dat bijvoorbeeld met een prijs die bedoeld is om schaamte op te wekken bij de ontvanger. En ‘Sjamadriaan’ met een stroom aan memes, diskwalificaties en verwensingen. Over The Biohack Project, bijvoorbeeld, een programma van KRO-NCRV waarin een groep bekende Nederlanders aan de hand van opdrachten de prestaties van lijf en geest leert optimaliseren. Ter Braack’s boutade aan het adres van de makers zorgde er mede voor dat het programma nu een disclaimer meegeeft. „Het is een gapende wond waar continu desinformatie uit gutst”, fulmineerde Ter Braack daarover in tv-programma Mediastorm. De VVD stelde Kamervragen over het programma. „Medische desinformatie wordt zo genormaliseerd op landelijke televisie.

Maar wat is nu precies het kwalijke van onbewezen medische claims? Geldt hier niet het principe ‘baat het niet, dan schaadt het niet’? Op een terras in Amsterdam-West windt Ter Braack zich zichtbaar op over deze suggestie. „Als ik zie dat de vaccinatiegraad in Amsterdam het afgelopen jaar gedaald is, denk ik: zou dat iets met influencers te maken die daar actie tegen voeren? En als ik zie dat huidkanker toeneemt, terwijl in-fluencers massaal waarschuwen tegen zonnebrandcrème, dat maakt me gewoon woedend.”

Er wordt, zo laat hij ook in zijn blogs zien, bovendien goed geld verdiend aan onbewezen behandelingen. Maar wat hem het meest steekt? „De valse hoop die je zo aan mensen geeft.” Toen zijn vaders ziekte in de terminale fase beland was, zocht ook hij zijn heil in onbewezen therapieën. „Terwijl iemand op zo’n moment veel meer baat heeft bij acceptatie.”

Als redacteur van populair-wetenschappelijk tijdschrift Quest kwam het tot een botsing tussen Ter Braack en zijn hoofdredacteur, die zich naar zijn overtuiging te veel inliet met pseudowetenschap. De botsing leidde een breuk in.

Sindsdien is Ter Braack, inmiddels freelance journalist, een man met een missie. Op sociale media prijst hij zichzelf aan als een „holistische sloopkogel” die de wetenschap te vuur en te zwaard verdedigt tegen „onzin”. Juist op de plek waar medische informatie welig tiert laat hij een tegengeluid horen.

„Je hoeft geen kutwijf te zijn”, schreef hij deze week bijvoorbeeld bij een videobericht over een influencer die beweerde dat je door te ‘manifesteren’ niet langer kinderloos en ongezond hoefde te zijn. Het bericht leverde ruim 5.000 likes op.

Schiet hij zijn doel niet voorbij met zulke scheldkanonnades? „Ja, ‘kutwijf’, dat had ik misschien niet moeten zeggen. Maar ik ben absoluut geen verbinder. Ik ben geen fijn persoon in deze rol. En ik wil mensen op sociale media ook als volwassenen behandelen. Je kunt ook ándere keuzes maken dan mensen een schuldgevoel te geven over hun eigen gezondheid of kinderloosheid.”

Humor en inhoud gaan in al zijn uitingen gelijk op, zegt hij. Toch geeft hij aan wel eens te worstelen met de vraag wat nu de meest effectieve strategie is. „Ik krijg veel berichtjes van mensen die me bedanken. Ze zeggen dat ze door mijn posts kritischer zijn geworden. Maar je weet natuurlijk niet of mijn aanpak anderen juist sterkt in hun overtuigingen.” Wanneer iemand je kwakzalver of charlatan noemt, kan dat bij volgers je geloofwaardigheid juist vergroten, ziet hij. „Zo van: zie je wel, deze boodschap mag niet naar buiten worden gebracht.”

Bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij zijn twee stromingen, zegt reumatoloog en epidemioloog Alfons den Broeder. Hij is deze zaterdag één van de sprekers op het symposium waar de Meester Kackadorisprijs wordt uitgereikt. „We hebben één groep, de hardliners, die vinden dat je kwakzalverij zo duidelijk mogelijk moet veroordelen. Zelf hoor ik bij de groep die er wat milder instaat. Ik geloof dat ieder mens vooral vrij is, ook om in onzin te geloven. We zouden misschien meer de Vereniging vóór evidence based medicine kunnen zijn. Want ja, dat ridiculiseren werkt misschien wel averechts. Misschien werkt een type als Freek Vonk (tv-bio-loog, red.) die mensen enthousiasmeert en informeert wel beter.”

Welke communicatiestrategie werkt, welke duidelijk niet en welke mogelijk averechts? Daar is geen consensus over, blijkt uit een rondgang langs communicatie- en gedragswetenschappers. Ionica Smeets, hoogleraar Wetenschapscommunicatie in Leiden, laat wetenschappers in presentaties vaak zien dat je een sceptisch publiek wel kunt informeren met wetenschap, maar niet kunt overtuigen. „Het gaat om geloofssystemen, die diep geworteld zijn in mensen.” Het grappige is, vertelt ze lachend, „dat veel wetenschappers als ik hen dat voorhoud dat niet kunnen geloven.”

Bastiaan Rutjens doet met een groep collega’s aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek naar wetenschapspsychologie. „Begin deze eeuw had iedereen het over information deficits. Toen was de consensus dat wetenschappers een gebrek aan informatie moesten zien te verhelpen en dat mensen dan wel overtuigd zouden raken van de feiten. Dat gelooft inmiddels vrijwel niemand meer.”

Volgens hem bepaalt uiteindelijk de doelgroep welke methode je het best kunt gebruiken. „Je buurvrouw zul je niet overtuigen met naming en shaming of met debunken, maar in het publieke debat over kwakzalverij kun je er wel wat stelliger ingaan.”

De Nijmeegse communicatiewetenschapper Aart van Stekelenburg wil het beeld nuanceren dat feiten weerloos staan tegenover overtuigingen. Al is zo’n communicatiestrategie wel een zaak van de lange adem. „Ons onderzoek laat zien dat als je gedurende een lange periode aan een publiek laat zien wat de wetenschappelijke consensus is, bijvoorbeeld over klimaat of vaccinaties, dat de ontvangers van informatie op een gegeven moment wel degelijk opschuiven in de richting van die consensus.”

„Vriendelijkheid helpt, en je moet proberen niet uit de hoogte te doen”, zegt ook VtdK-lid en arts Den Broeder, die in zijn praktijk geregeld mensen treft die „ergens op internet” hebben gelezen over een diagnose of behandeling. „Duidelijkheid helpt ook.” Hij laat kritische patiënten vaak metastudies zien die een ander licht op de zaak werpen. „Soms helpt dat, soms niet.”

Medische wetenschap, zegt hij ook, is vaak een manier om een patiënt bezig te houden terwijl de natuur zijn werk doet. „Dat geldt zowel voor reguliere als alternatieve methoden.”

Over de effectiviteit van reguliere zorg is bovendien óók ontzettend veel onzeker. Aan de belangrijkste voorwaarden voor gezondheid – riolering, schone voeding, kindervaccinaties – is in Nederland allang voldaan, zegt hij. „Medische wetenschap levert slechts anderhalf jaar extra levensjaren op.”

Maar mensen accepteren dat tegenwoordig niet meer, stelt hij. „Je wordt geboren, je hebt lief, je gaat dood. Dat is het. Maar intussen verwachten we er veel meer van.” Dat veroorzaakt volgens hem de vraag naar kwakzalverij. Al moet je ook dat relativeren, zo stelt hij. „In de zestiende eeuw werd er gewoon rook in je anus geblazen door de dokter als je ademtekort had. Kwakzalverij was toen nog wel een graadje erger.”

‘Sjamadriaan’ ter Braack verdient intussen ongeveer 700 euro per maand met het betaalde deel van zijn weblog en komt verder rond van schrijfopdrachten. „Ik zou met mijn aantal volgers veel meer kunnen verdienen als ik bijvoorbeeld sponsors zou accepteren. Maar ik blijf liever onafhankelijk. En tsja, hameren op dingen die iedereen al weet, zoals gezond eten, minder drinken en stoppen met roken, dat is geen verdienmodel, hè.”

Ook aan het eind van de 16de eeuw bestond er al debat over de kwaliteit en toereikendheid van sommige medische interventies. Rederijkers hielden in die tijd geregeld voordrachten en toneelstukken met een actuele spits. Daarin werd de spot gedreven met types die bij tijdgenoten de nodige herkenning zullen hebben opgeroepen.

In Een tafelspel van Meester Kackadoris, ende een doof-wijf met ayeren wordt een arts gehekeld die met een kraam vol kruiden en zalven een groep boeren bezoekt om hen te bedriegen. Hij schept zelfs op over zijn bedrog.

Sinds 21 jaar reikt de Vereniging tegen de Kwakzalverij jaarlijks de Meester Kackadoris prijs uit. Overigens nooit aan een kwakzalver zelf, of aan – een term van arts en VtdK-lid Alfons den Broeder – een ‘bekwakzalfde’, maar aan een persoon of instantie die beter zou kunnen of moeten weten.

Naast prijswinnaar Linda waren dit jaar onder andere de website Kanker.nl (vanwege ‘kritiekloze lof’ voor een behandeling met acupunctuur) en omroep KRONCRV (vanwege het toekennen van een prijs aan een B12-instituut) genomineerd.

Eerdere winnaars waren ondermeer Halbe Zijlstra en Jacobine Geel.

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next