Home

Met hulp van de kerk konden zij asiel aanvragen in Europa zonder hun leven te hoeven wagen in een gammel bootje

In Italië brengt een interkerkelijk project asielzoekers per vliegtuig naar Europa, een route die maar voor weinigen weggelegd is. De organisatoren hopen op navolging in andere landen. ‘We zien dit als een poort.’

De Syrische Khaled (36) laat op zijn telefoon een foto zien: zoon Nasr van 10 ligt op bed, kijkend naar zijn babyzusje Maria, nog geen twee maanden oud. Haar vader heeft de geboorte gemist en de baby nog niet gezien. Toen hij in juli de kans kreeg om per vliegtuig vanuit het Libanese vluchtelingenkamp naar Italië te vertrekken, mocht zijn hoogzwangere vrouw niet reizen.

Toch wilde hij de zeldzame mogelijkheid om naar Europa te komen zonder zijn leven op zee te riskeren niet laten schieten. Ze komen later deze maand naar Italië, zegt Khaled, zonder spoor van twijfel op zijn getekende gezicht. Hij is erger gewend dan deze tijdelijke scheiding.

Na een vlucht uit hun woonplaats Homs werd hij bij een checkpoint opgepakt door het leger, omdat hij een aanvullende dienstplicht zou proberen te ontlopen. ‘Ik kreeg een zak over mijn hoofd en werd 48 dagen geslagen, opgehangen, gemarteld met elektrische schokken.’ Vervolgens bracht hij van begin 2013 tot eind 2021 bijna negen jaar door in verschillende Syrische gevangenissen.

Zijn vrouw, destijds zwanger van hun eerste kind, wist Libanon wel te bereiken. De geboorte van zijn eerste kind miste hij dus ook. ‘In het eerste jaar wist niemand waar ik was. Pas na dertien maanden kon ik voor het eerst naar huis bellen.’

Over de auteur
Rosa van Gool is correspondent Italië, Griekenland en de Balkan voor de Volkskrant. Zij woont in Rome.

Eind 2021 kwam hij vrij, en vond hij zijn gezin in een vluchtelingenkamp in Akkar, Libanon. Hij woonde er anderhalf jaar, maar een leven opbouwen is er als Syriër zonder papieren praktisch onmogelijk. ‘Er is veel haat tegen ons. We werden uitgescholden, slecht betaald, vernederd. Een dag voelde daar als een jaar.’ Sinds juli woont Khaled in Rome. Hij is een van de ruim 5.000 kansrijke asielzoekers die de afgelopen acht jaar naar Italië kwamen via humanitaire corridors, een privaat initiatief van enkele samenwerkende kerkelijke organisaties.

‘Het idee ontstond na de ramp bij Lampedusa in 2013’, vertelt medewerker Cecilia Pani (64) in een kamer van een voormalig ziekenhuis, middenin de toeristische Romeinse wijk Trastevere, waar Sant’Egidio kantoor houdt. De katholieke liefdadigheidsorganisatie werd eind jaren zestig opgericht door een groepje studenten in Rome. Ook Pani is al van jongs af aan als vrijwilliger betrokken.

Bij Lampedusa verdronken op 3 oktober 2013 zeker 368 mensen, afkomstig uit Eritrea en Ethiopië. Een paar maanden daarvoor had paus Franciscus nog een bezoek gebracht aan het mini-eilandje dicht bij de Tunesische kust, dat mede daardoor volop in de katholieke schijnwerpers stond.

Na de grote ramp groeide in het netwerk van Sant’Egidio het gevoel dat het anders moest, herinnert Pani zich. Samen met de Waldenzische evangelische kerk, een protestantse stroming die vooral in Noord-Italië actief is, ontstond het initiatief om mensen veilig naar Europa te halen, zonder dat ze de gevaarlijke overtocht op de Middellandse Zee hoeven te wagen.

De Europese Unie doet er alles aan om te voorkomen dat vluchtelingen en arbeidsmigranten illegaal binnenkomen. In enkele jaren is liefst 2.000 kilometer hekwerk opgetrokken langs de grenzen van de EU. Waar geen hek staat wordt het ‘fort’ verdedigd met illegale pushbacks. Maar waar zijn de deuren waar vluchtelingen en arbeidsmigranten legaal Europa in kunnen komen? En kunnen die niet wat verder worden opengezet om illegale migratie te voorkomen? De Volkskrant ging op zoek naar voorbeelden. Lees hier de eerdere verhalen uit deze reeks.

Dat doet het interkerkelijke project via een beroep op de Europese visumcode, die lidstaten de ruimte biedt om op humanitaire gronden visa te verstrekken. Italië is daar gewoonlijk niet scheutig mee, maar via de humanitaire corridors lukt het de kerkelijke organisaties inmiddels wél om er jaarlijks honderden los te krijgen. Dat komt vooral doordat ze alle kosten betalen die aan het proces verbonden zijn. Ook het eerste jaar na aankomst nemen de kerkorganisaties financieel en organisatorisch voor hun rekening, gesteund door donaties.

Zo woont ook Khaled nu in een gebouw van Sant’Egidio in Noord-Rome, en krijgt hij zijn eerste taallessen bij de school van Sant’Egidio in Trastevere. In de lesbanken en in de kamers naast hem op de gang zitten anderen die via de humanitaire corridors naar Italië kwamen. Ondertussen start hun asielprocedure, met ondersteuning vanuit het project.

‘Ze zijn bevoorrecht’, zegt Pani met een mengeling van trots en spijt in haar stem. ‘Via ons krijgen ze binnen een maand een afspraak bij de politie voor de eerste tijdelijke verblijfsvergunning, terwijl andere asielzoekers daar nu soms een jaar op moeten wachten.’

Pani reist regelmatig naar Ethiopië, om daar mensen uit te kiezen die voor het project in aanmerking komen. ‘Het is belangrijk dat we er zelf heen gaan, omdat wij precies weten welke middelen er beschikbaar zijn en welke mensen wij een toekomst kunnen geven in Italië’, legt ze uit. Neem bijvoorbeeld een klein dorpje in de buurt van Benevento, in de Zuid-Italiaanse regio Campanië, waar de school op sluiten stond. ‘De pastoor kwam in juli naar ons toe en vroeg: stuur alsjeblieft twee gezinnen met kinderen, zodat we de school open kunnen houden.’ Ze heeft inmiddels één gezin gevonden in Ethiopië, naar het tweede is ze nog op zoek.

En ja, erkent Pani, dat is oneerlijk tegenover al die andere mensen in vluchtelingenkampen, die nooit de kans krijgen om asiel in Europa aan te vragen, of er eerst hun leven voor op het spel moeten zetten. ‘Maar wij zien het als een poort, een opening in het hek, waarvan we hopen dat die groter wordt.’

Daarom proberen de initiatiefnemers hun project al jaren naar andere lidstaten te exporteren, tot nu toe met matig succes. Behalve Italië namen alleen Frankrijk en België mensen op via de humanitaire corridors, maar dat zijn er veel minder dan in Italië (576 en 166, tussen 2015 en 2023).

Ook in Italië vallen de 5.248 asielzoekers die tot maart van dit jaar via humanitaire corridors aankwamen in het niet bij de hoeveelheid mensen die sinds 2015 irregulier over zee naar Italië kwam: dat waren er zo’n 800 duizend. Anderzijds verwelkomde Italië de afgelopen acht jaar wel twee keer zoveel mensen via de corridors als via het officiële hervestigingsprogramma van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (2.643). ‘Hervestiging duurt eindeloos’, verzucht Pani. ‘Eerst is er het probleem van de keuze, alles moet steeds heen en weer tussen de VN en de regeringen, en er zijn zes veiligheidscontroles. Wij doen dat allemaal zelf, en hebben maar drie veiligheidscontroles.’

Zelfs bij de felste antimigratiepolitici leiden de corridors nauwelijks tot kritiek, merkt Pani. Ook toen de rechtse Matteo Salvini minister van Binnenlandse Zaken was (2018-2019), bleven de corridors ongestoord open. Waarschijnlijk omdat ze zich zo evident richten op de kwetsbaarste groep oorlogsvluchtelingen, die ook rechts de toegang tot Europa doorgaans niet wil ontzeggen.

Het komt hen soms op kritiek te staan, zucht Pani. ‘Critici vinden dat wij het rechtse verhaal versterken, over het uitsluitend toelaten van ‘echte vluchtelingen’.’ Maar, benadrukt Pani, dat is niet de bedoeling. ‘Wij zijn vooral pragmatisch. Het belangrijkste is dat deze mensen op een veilige manier kunnen komen.’ De corridors zijn tegelijkertijd een vorm van realpolitik en een strategisch voorbeeld, waarvan de Romeinse blijft hopen dat het steeds meer navolging krijgt.

Binnen zes maanden zal de pas aangekomen Khaled uit Syrië straks een positieve asielbeslissing hebben, zegt Pani, zoals dat voor alle nieuwkomers via de humanitaire corridors geldt. Het is een snelweg vergeleken met het bureaucratische hobbelpad dat veel bootvluchtelingen na Lampedusa af moeten leggen – ook omdat zij lang niet altijd voldoen aan de criteria voor asiel, terwijl de humanitaire corridors daar juist vooraf op selecteren.

Wel hebben ze sinds kort – naast kwetsbaarheid, kans op asiel en een goede ‘match’ met de beschikbare hulp – nog een criterium toegevoegd aan hun lijstje, zegt Pani: een band met Italië. Want tot nu toe verruilt ongeveer de helft van de mensen Italië in een later stadium alsnog voor een ander EU-land.

Khaled is dat niet van plan. Hij heeft sowieso nog weinig gepland, behalve de taal leren. Daarna wil hij misschien de bouw in, net als voor de oorlog in Syrië. Maar voorlopig kijkt hij niet verder vooruit dan een paar weken, tot de komst van zijn gezin. ‘We zijn bijna negen jaar van elkaar gescheiden geweest. Alles wat ik wil is samen zijn.’

De achternaam van Khaled is bij de redactie bekend en om veiligheidsredenen weggelaten.

Nasira: ‘Italië betekent voor mij veiligheid. Ik kom uit Herat, Afghanistan. Toen de Taliban de macht overnamen (in 2021), zijn we gevlucht naar Pakistan. Daar hebben we twee jaar in tenten gewoond, zonder elektriciteit of stromend water. Mijn man is nog daar, ik weet niet wanneer hij kan komen. Ik wil dat mijn twee dochters hier naar school gaan. En ik wil zelf ook weer terug naar school.’

Samia: ‘In Afghanistan was ik journalist. Ik kom ook uit Herat, maar woonde in Kabul, waar ik op de redactie van een tv-programma werkte. Dat was altijd mijn droom, sinds ik als klein kind het nieuws zag, maar ik heb er maar kort kunnen werken. Want nadat ik afgestudeerd was ben ik eerst getrouwd en kreeg ik mijn twee zoontjes. En niet lang nadat ik begonnen was namen de Taliban de macht over. Ik hoop dat ik hier de taal kan leren en weer aan het werk kan.’

‘In 2013 ben ik gevlucht uit Aleppo, Syrië. Daarna heb ik tien jaar in een vluchtelingenkamp in Libanon gewoond. Ik kreeg er een studiebeurs, waarmee ik Engelse literatuur en politieke wetenschappen heb gestudeerd. Maar begin dit jaar kreeg ik een papier van de Libanese overheid, waarop stond dat ik het land binnen vijftien dagen moest verlaten.

‘Ik had twee opties: illegaal daar blijven – een heel moeilijk leven – of mijn leven wagen met de oversteek naar Europa via zee. Maar in het kamp was een Italiaanse organisatie, Operazione Colomba (verbonden aan de katholieke kerk, red.), die ervoor heeft gezorgd dat ik op 24 februari met het vliegtuig hierheen kon komen.

‘Het is hier veel beter dan in Libanon, en natuurlijk al helemaal dan in Syrië. Ons leven daar is volledig omgegooid, we kunnen niet meer terug. Mijn familie woont verspreid over Europa, mijn vrouw is nog in Libanon. Ik weet niet wanneer ze hierheen kan komen. Maar Italië heeft me weer hoop gegeven. Mijn leven is omgekeerd, van een diep dal naar de top van een berg. Hier kan iedereen die zijn vleugels uitspreidt omhoogvliegen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next