Derya Selvi is een van de eerste zwaar gedupeerde slachtoffers die het eens werden met de overheid over een schadebedrag. Nu begint het leven na de toeslagenaffaire. Alleen: hoe graag ze de periode van ellende ook wil afsluiten, het blijkt nog niet zo makkelijk er afscheid van te nemen.
Het was het moment waarnaar ze al zo lang toe had geleefd, zegt ze. Eindelijk zou ze – na ruim tien jaar diep in de schulden te hebben gezeten door toedoen van de kinderopvangtoeslagaffaire – een punt kunnen zetten. Een periode afsluiten waarin ze haar huis verloor, haar man kwijtraakte, en ze ondanks een volledige baan nog geen 1.000 euro per maand overhield voor haar en haar twee destijds kleine kinderen.
In juni gebeurde wat Derya Selvi (46) zelf bijna niet meer voor mogelijk hield: ze ondertekende met de overheid een zogenoemde vaststellingsovereenkomst. Ze waren het eens geworden over het schadebedrag waarop Selvi recht had. Daarmee behoort ze tot de eerste lichting zwaar gedupeerden voor wie de affaire werd afgerond.
Over de auteur
Charlotte Huisman is verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over jeugdzorg en de nasleep van de toeslagenaffaire
Maar het gekke is, vertelt Selvi aan de eettafel in haar opgeruimde woonkamer: de verwachte opluchting bleef in eerste instantie uit. ‘Ik vroeg me af: als zo veel gedupeerden nog wachten op hun compensatie, verdien ik het dan wel?’
Deze nazomermiddag, thuis in haar eengezinswoning met tuin in Almere, praat Selvi honderduit. Ze lijkt een totaal andere vrouw dan degene die twee jaar geleden te zien was in Alleen tegen de Staat. Door die documentaire van regisseur Stijn Bouma, waarin vijf gedupeerde moeders gedetailleerd hun indringende verhaal deden, werd Selvi een van de gezichten van de toeslagenaffaire. Ze viel op met haar doordachte reflecties op een schandaal dat nog steeds nadreunt: de Belastingdienst eiste alle verstrekte kinderopvangtoeslag terug van duizenden ten onrechte als fraudeur bestempelde ouders, wier leven daardoor in de vernieling raakte.
Met getergde blik verwoordde ze in de documentaire behoorlijk kernachtig wat velen van hen voelden: ‘Ze kunnen allemaal de tering krijgen, ik haat ze.’
Datzelfde expressieve gezicht straalt nu iets heel anders uit. Energie, daadkracht, vrolijkheid soms – al was haar bijtende humor ook in de moeilijkste tijden haar wapen. Maar zichtbaar is ook dat niet al het leed is uitgewist.
Ook Selvi en haar toenmalige echtgenoot werden in 2012 valselijk van fraude beticht. Het begon met een verzoek van de Belastingdienst om 28 duizend euro aan kinderbijslag terug te betalen, er volgden meer vorderingen. Die oplopende schuld sloeg diepe kraters in Selvi’s leven. Haar huwelijk liep stuk. Noodgedwongen verkocht ze hun huis, tijdens een matige fase van de woningmarkt in 2014 – en bleef achter met een restschuld van meer dan een ton. Na loonbeslag hield ze maandelijks 850 euro over om van te leven met haar twee kinderen. Terwijl ze voltijds werkte, als beëdigd ambtenaar bij de burgerlijke stand.
De hersteloperatie die de overheid heeft opgetuigd voor de inmiddels ruim 30 duizend erkende gedupeerden verloopt tergend traag. De meesten van hen hebben weliswaar 30 duizend euro ontvangen na een eerste lichte toets, en bij ongeveer de helft van hen is ook berekend hoeveel geld de Belastingdienst onterecht heeft teruggevorderd. Maar het laatste deel van de afhandeling, waarbij de overige schade moet worden vastgesteld van de zwaarst gedupeerden – zoals schade door het verlies van een huis of een baan, of het leed van een kind dat uit huis wordt geplaatst – is zo goed als vastgelopen.
Als een van de eersten uit die groep zwaar gedupeerden kwam Selvi in juni wél tot een schikking. Hoeveel geld ze precies heeft gekregen, mag ze niet vertellen van de overheid. Het is, stelt ze, nog geen kwart van de schade die ze alleen al materieel heeft geleden, met onder meer het verlies op de verkoop van haar huis. Maar ze wilde het afronden, zegt Selvi. Ze moest door.
Alleen: hoe graag ze de periode van ellende ook wil afsluiten, het blijkt nog niet zo makkelijk er afscheid van te nemen, zo ondervond ze de afgelopen maanden. Daarover wil Selvi praten. Er is een schuldgevoel dat aan haar knaagt, er is een nieuw leven én een nieuw zelfbeeld dat ze moet zien op te bouwen, los van het slachtofferschap. Er zijn nog altijd enorme praktische hobbels te nemen. En er is een overheid die – ze ziet het in haar nieuwe baan ook bij andere toeslagenouders ‘na de zak geld’ – gedupeerden opnieuw aan hun lot overlaat.
Dus opluchting? Mondjesmaat.
Daar komt bij dat de groep die haar de afgelopen jaren tot steun was, grotendeels is weggevallen. Nadat ze haar herstelbetaling had ontvangen, zegt Selvi, feliciteerden de meeste toeslagenouders met wie ze hecht was haar niet eens. Ook niet de ouders die geregeld bij haar thuis kwamen of met wie ze vaak urenlang aan de telefoon had gehangen. ‘Misschien dat andere gedupeerden denken dat ik beter af ben dan zij, omdat ik Derya ben, die op tv is geweest, en bij de koning op bezoek mocht.’ Het reisje van zes dagen naar Dubai waarop Selvi zichzelf en haar kinderen eind juni trakteerde, durfde ze niet te delen op sociale media. ‘Dan denken ze misschien: ze probeert ons de ogen uit te steken.’
‘Eigenlijk niet. Alleen met mijn vriendin Kristie Rongen (de gedupeerde die in een televisiedebat twee jaar geleden de confrontatie met premier Rutte aanging, red.), zij steunt me nog altijd. De zomermaanden waren heel moeilijk. Ik begreep gewoon niet dat de mensen van wie ik dacht dat het vriendinnen waren, me niet meer moesten. Ik was bijvoorbeeld niet uitgenodigd voor een afscheidsbijeenkomst voor SP-Kamerlid Renske Leijten die georganiseerd was door toeslagenouders met wie ik veel omging. Met sommigen had ik bijna dagelijks contact. Wat voelde ik me buitengesloten. Waarom zou je niet blij voor mij willen zijn, vroeg ik me af. We hebben samen zoveel meegemaakt. Ik begrijp wel dat als je in een uitzichtloze situatie zit je kunt denken: waarom zij wel, en ik niet? Toch vind ik het heel moeilijk om te accepteren.
‘Ik heb de organiserende ouders uiteindelijk gevraagd waarom ik niet was uitgenodigd. Een ouder, met wie ik heel close was, zei dat ze me per ongeluk waren vergeten. Tsja. Feit is dat geen van die ouders nog bij mij thuis komt, of bij mij uithuilt aan de telefoon.’
‘Dat komt doordat de overheid mij vorig jaar heeft gevraagd of ik mee wilde doen met hun proef met het sluiten van vaststellingsovereenkomsten met gedupeerden. Ze vonden mijn casus interessant, omdat ik mijn huis noodgedwongen heb moeten verkopen. Ze wilden onderzoeken hoe ze gedupeerden met een vergelijkbare zaak moesten behandelen. Voor zo’n vaststellingsovereenkomst maakt de gedupeerde met een letselschadeadvocaat een eigen berekening van de geleden schade, en probeert er daarna met de overheid uit te komen. Misschien denken andere gedupeerden nu ten onrechte dat ik een heel grote zak geld heb gekregen.’
Het afgelopen jaar bezocht Selvi een psycholoog. Ze vertelde over haar negatieve gevoelens, en besprak hoezeer ze worstelde met angsten: ‘Ik dacht oprecht dat ik dood zou gaan als ik het geld zou ontvangen, of een verschrikkelijke ziekte zou krijgen’, vertelt ze. ‘Dat het mijn lot is om niet gelukkig te zijn.’
Het bleek een variant te zijn van survivor’s guilt: het schuldgevoel dat mensen kunnen ervaren wanneer zij iets wel hebben overleefd en anderen niet. ‘Ik dacht dat dat alleen voorkwam bij mensen die als enigen een vliegtuigongeluk overleven’, zegt Selvi. ‘Maar het is dus ook op mij van toepassing.’
Misschien moet ze zichzelf eens wat meer gunnen, opperde haar psycholoog. Dat moet ze opnieuw leren. Net zoals ze moet onderzoeken hoe ze haar leven opnieuw kan vormgeven, lós van die toeslagenaffaire. ‘Jarenlang bepaalde dat mijn leven – en het bepaalde ook mijn identiteit. Nu moet ik een nieuw leven opbouwen, mezelf opnieuw uitvinden als de Derya die haar gedupeerd-zijn achter zich laat. Dat is moeilijk, en ook eng. Want wat wordt mijn nieuwe leven? Wie ben ik nu? Het is niet dat alles nu ineens perfect is. Ook omdat ik niet meer dezelfde onbevangen, bijna naïeve persoon ben die ik was vóór de affaire, die nergens bang voor was en die een rotsvast vertrouwen had in de overheid.’
Bang was ze vroeger nooit, de angsten ontstonden in de tijd dat ze worstelde met haar torenhoge schulden. ‘Toen begon ik te malen: als ik nu ziek word, wie zorgt er dan voor mijn kinderen?’ Inmiddels is bij haar een angststoornis gediagnosticeerd, ze lijdt aan hypochondrie. ‘Ik denk bij het eerste pijntje dat ik een erge ziekte heb.’ Ze vreest dat ze met die angsten zal moeten leren leven.
Toch gaat het sinds het eind van de zomer beter. Ze is tot haar opluchting nog steeds niet ziek geworden, haar leven krijgt tot haar eigen verbazing steeds meer vorm. En binnenkort, vertelt ze enthousiast, beginnen filmopnamen in haar buurt, voor een speelfilm over de toeslagenaffaire. Een verhaal dat, zegt ze, verteld moet blijven worden. Regisseur Stijn Bouma, die eerder Alleen tegen de Staat maakte, verfilmt een script dat onder meer gebaseerd is op Selvi’s geschiedenis. ‘Het gaat niet helemaal over mij’, beklemtoont Selvi. ‘Het blijft wel fictie.’
‘Welk bedrag je ook krijgt, het dekt nooit het verlies dat je hebt geleden. Het dekt nooit de onherstelbare schade die de voortdurende stress door armoede toebrengt aan je lichaam en je geest. Mijn gebit is geruïneerd door het voortdurende tandenknarsen. Maar je moet schikken, omdat je pas weer verder kunt met je leven wanneer je dat deel hebt afgesloten.’
Wat haar verbaasd heeft, is dat de overheid er kennelijk van uitgaat dat gedupeerden na de herstelbetaling hun leven vanzelf weer kunnen oppakken. ‘Ik heb nazorg gemist’, stelt ze. ‘Die is echt nodig als je mensen die jarenlang niets hebben gehad een zak geld geeft. Ik was overweldigd door het bedrag dat opeens op mijn rekening stond. Sommige toeslagenouders zullen met hun herstelgeld onverstandige dingen doen, ik heb er één een veel te dure auto zien kopen. Je kunt het hun niet kwalijk nemen. Eigenlijk is het onverantwoord om ouders dan niet te ondersteunen.’
Haar telefoon gaat. Het is een van de toeslagenouders die ze momenteel bijstaat, in haar nieuwe baan bij het Instituut voor Publieke Waarden (IPW). In opdracht van het ministerie van Financiën helpt deze organisatie ernstig gedupeerde gezinnen die vastlopen in hun herstel. Omdat ze vastlopen in bureaucratie, of omdat ze kampen met complexe problematiek. Wanneer de ouders verslaafd zijn of in psychische nood verkeren bijvoorbeeld, of wanneer de kinderen ontsporen, en daarbovenop ook praktische problemen zoals huisvesting spelen. Hulpverleners kunnen zulke gezinnen bij het IPW aanmelden.
‘Het IPW kijkt naar de situatie waarin een gezin nu verkeert, zonder vooroordeel. Wetenschappelijk is bewezen dat mensen die in grote financiële problemen zitten niet altijd de juiste keuzes maken. Overheidsinstanties blijven daarentegen vaak hameren op die foute keuzes. Maar veel toeslagenouders maakten ze als gevolg van de onmogelijke situatie waarin ze terecht waren gekomen. Omdat de overheid hen onterecht als fraudeur bestempelde, bijvoorbeeld vanwege hun naam of hun afkomst. Het IPW probeert in zulke situaties te bemiddelen of een doorbraak te forceren.’
‘Na de afsluiting van mijn schadetraject wilde ik eigenlijk even tijd voor mezelf nemen. Maar ik voelde ook een enorme dadendrang. Ik wilde de toeslagenaffaire het liefst eigenhandig oplossen, of daar in elk geval een bijdrage aan leveren.
‘Op dat moment kwam ik een gedupeerde tegen die met spoed een grotere woning nodig had, waarin haar kinderen de ruimte zouden hebben om hun huiswerk te maken. Ik heb toen een van de grondleggers van het IPW gebeld, die ik al langer kende. We hebben van alles geprobeerd, en uiteindelijk kreeg dit gezin een beter onderkomen. Niet dat het IPW zomaar huizen kan regelen, dit was een uitzonderlijke situatie. Maar ik dacht: veel meer mensen hebben zo’n doorbraak nodig, om hun leven weer op te kunnen pakken. Het gaat om zo veel meer dan geld alleen. Zo werd ik als het ware naar het IPW toe getrokken.’
‘Voor mij is het ook verwarrend. Waarom doe ik dit nu weer, vraag ik mezelf af. Ik denk dat mijn schuldgevoel ook meespeelt, als ik zie hoeveel anderen nog niet zijn waar ik ben. Ik heb nu voorgesteld om nazorg voor gedupeerden te regelen. Ik zie elke dag hoe belangrijk dat is. Ik vrees dat ook veel kinderen van deze ouders nog lang zorg nodig zullen hebben, ik zie dat het met sommigen van hen helemaal niet goed gaat. Daarbij vertel ik gedupeerden vanuit mijn eigen ervaring hoe belangrijk het is om uit je slachtofferschap te stappen. Pas dan kun je verder.’
Terwijl Selvi appelgebak serveert vertelt ze hoe blij ze is met de eengezinswoning waar ze nu bijna twee jaar met haar zoon en dochter woont. Ook dat ging niet zonder slag of stoot. Ze kwam erachter dat erkende toeslagengedupeerden ook met een urgentieverklaring alleen recht hadden op de minst gewilde woningen in de stad. ‘Toen heb ik echt geschreeuwd’, zegt Selvi. Ze lacht. ‘Dat heeft geholpen.’
Stralend: ‘En er is nu weer ruimte voor andere gevoelens, zoals vlinders in mijn buik. Maar meer ga ik daarover niet zeggen.’
‘Soms heb ik het nog heel moeilijk. Toen ik de verhoren van de parlementaire enquête volgde over het fraudebeleid, werd ik weer even teruggeworpen in de tijd en voelde ik weer die pijn van toen.
‘Wat me echt heel goed heeft gedaan, merk ik, is dat ik met het compensatiegeld eindelijk een bedrag op de spaarrekeningen van mijn kinderen heb kunnen zetten. Dat vertelde ik mijn 22-jarige dochter en 19-jarige zoon deze zomer. ‘Als er iets met mij gebeurt, kunnen jullie vooruit in het leven’, zei ik. Toen begonnen ze allebei te huilen. Ze zeiden: ‘Mama, als jij ons geen geld zou nalaten, zouden we ook van je houden. We wisten toch dat jij altijd heel hard werkte en dat jij er niets aan kon doen?’
‘Een van mijn grootste angsten was dat ik mijn kinderen met schulden zou achterlaten. Voor mij is dat spaargeld een enorme opluchting.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden