In de zomer van 2021 drong de urgentie maar niet door tot het kabinet en de ambtelijke top van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie dat de veiligheidssituatie in Afghanistan zodanig uit de hand liep dat Nederlanders en Afghaanse medewerkers in Kabul als de wiedeweerga hulp nodig hadden en geëvacueerd moesten worden, concludeert onderzoekscommissie-Ruys na het doorspitten van ruim 40 duizend documenten en het voeren van gesprekken met meer dan tweehonderd betrokkenen.
Maar na al dat speurwerk en al die gesprekken weet diezelfde commissie nog steeds niet wie op 16 augustus uiteindelijk tóch heeft besloten militairen te sturen. Of wie nu eigenlijk verantwoordelijk was voor het besluit om op het vliegveld van Kabul te blijven of te vertrekken. Het zegt veel over de totaal ondoorzichtige en ontransparante wijze waarop dit soort besluiten wordt genomen in crisistijd: er wordt lang en hard vergaderd, maar niemand neemt een beslissing.
Zeker is wel dat de snelheid waarmee de Taliban Kabul innamen, niet was voorzien. Dat was een ‘collectieve inschattingsfout’ die ook andere landen maakten, oordeelt Ruys. Maar wat de Nederlandse situatie uniek maakte, is de besluiteloosheid en het gebrek aan actie – ondanks talloze waarschuwingsberichten vanuit de ambassade in Kabul. Dat staat in schril contrast met de handelswijze van andere westerse partnerlanden.
De hamvraag is waarom die hulp vanuit Nederland zo traag en chaotisch op gang kwam. De commissie stelt in navolging van een eerdere reconstructie van de Volkskrant vast dat het ambassadeteam voorafgaand aan de val van Kabul herhaaldelijk vergeefs heeft gevraagd om militaire steun om de evacuatie op de starten. Na talloze eerdere waarschuwingen, stelde plaatsvervangend ambassadeur Roels op donderdag 12 augustus aan zijn bazen in Den Haag voor een ‘NEO voor te bereiden’ (jargon voor een militaire evacuatie) en de defensieattaché deed hetzelfde op vrijdag 13 en zaterdag 14 augustus, concludeert Ruys.
Het team ter plaatse had dus al langer in de gaten dat de situatie in Kabul uit de hand liep. Niet verwonderlijk: zij spraken dagelijks met Afghanen en westerse diplomaten. Sommige Afghaanse medewerkers werden suïcidaal omdat ze zo bang waren voor wat hen te wachten stond als de westerse troepen zich terug zouden trekken.
Maar naar het ‘professionele oordeel van het ambassadeteam werd onvoldoende geluisterd’, concludeert Ruys. In plaats daarvan bedienden bewindslieden en topambtenaren in Den Haag zich van de ‘niet-getoetste aanname’ – die ze beter uitkwam – dat het zo’n vaart niet zou lopen en dat het ambassadeteam veilig zou zijn op het vliegveld, omdat daar Amerikaanse militairen waren. Dit kwam ‘niet overeen met de realiteit in Kabul’, aldus Ruys.
Een belangrijke reden voor de ruis op de lijn tussen Den Haag en Kabul was dat er in politiek Den Haag de neiging bestaat tot ‘politiek wensdenken’. Er was achter de tekentafels in Den Haag en elders sprake van een ‘echokamer’ waarin alle belangrijke besluitvormers ‘elkaar dezelfde optimistische verhalen’ bleven vertellen. Eerdere rapporten over crisisoperaties bevestigen dat dit meer regel dan uitzondering is.
Ruys verwoordt het iets diplomatieker: ‘De inrichting van crisisorganisatie was niet toereikend voor het managen van een crisis van deze omvang’. En: de bewindslieden zaten elk op hun eigen eiland en ‘niemand voelde zich eindverantwoordelijk voor het gehele dossier’. Gingen er ook dingen goed? Ja: dat er uiteindelijk in die eerste tien dagen na de val van Kabul toch nog 1.860 mensen werden geëvacueerd, noemt de commissie een ‘bijzondere prestatie’, die vooral te danken is aan de ‘enorme inspanningen’ van de teams ter plaatse en van de crisisteams in Den Haag.
Maar de aanloop verliep desastreus en dat had in het begin grote gevolgen. Ondanks de volstrekt onhoudbare situatie op het vliegveld, waar het ambassadeteam op Amerikaans aandringen naartoe was verplaatst, bleef de druk vanuit Den Haag groot om een diplomatieke aanwezigheid in Kabul te houden, terwijl er geen Nederlandse beveiliging was ingevlogen en de Amerikanen hun bescherming dreigden in te trekken. Bij die Haagse wens om een diplomatieke aanwezigheid te houden, speelde volgens de commissie een aankomend Kamerdebat over Afghanistan mee. ‘Voor bewindslieden was het geen aantrekkelijk vooruitzicht om in de Kamer te moeten melden dat Nederland geen diplomatieke presentie meer had in Afghanistan.’
Uiteindelijk hakte Roels in Kabul de knoop door om tijdelijk te vertrekken. De commissie oordeelt dat het ambassadeteam ‘erkenning verdient van de bewindspersonen van Buitenlandse Zaken en Defensie’ voor dat besluit. Hun vertrek is ‘ten onrechte in een kwaad daglicht komen te staan’.
De hoofdconclusies van de commissie zijn een echo van eerdere rapporten waarin werd vastgesteld dat wensdenken en de beeldvorming het in Den Haag vaak winnen van de werkelijke situatie ter plaatse. Het is zorgwekkend dat de Haagse crisisbesluitvorming blijkbaar zo vaag en diffuus is dat zelfs de commissie-Ruys de besluitvorming, of het gebrek daaraan, niet sluitend kan ontrafelen. Dat maakt het des te urgenter dat het kabinet, dat de hoofdconclusies ‘erkent en omarmt’, nu snel ‘verdere actie’ wil ondernemen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden