Home

Prent je dit in: niet elke kakker in een blauw pak met wat bravoure is een goede leider

Het is lekker schamperen over de wedergeboren klimaatevangelist Wopke Hoekstra. Maar dat is ook onbevredigend. Schamperheid is toch vaak de machteloze poging van verliezers om zich moreel boven de winnaar uit te hijsen.

Natuurlijk heeft het iets absurds om de man die KLM een zak geld toeschoof zonder al te veel terug te vragen nu militante taal uit te horen slaan over accijns op kerosine. Uiteraard is het lachwekkend dat hij, aangevallen op de povere staat van dienst van het CDA, zegt dat hij slechts een bescheiden rol speelt in die partij, terwijl hij partijleider was. En zo gaat de lijst verder.

Maar schamperheid zit leren in de weg. We kunnen beter in volle omvang onder ogen zien hoe deze man, zonder onderweg veel noemenswaardigs te presteren – her en der eerder een kleine ravage aanrichtend – als een komeet door de politiek schoot. Voor deze Wopke is het te laat, maar we kunnen ons wel afvragen hoe te voorkomen dat steeds nieuwe wopkes omhoog blijven vallen.

Een begin kan zijn dat we diep ingesleten beelden ter discussie stellen van hoe een leider eruitziet. Vroeg in zijn politieke loopbaan, toen hij nog Eerste Kamerlid was, werd Hoekstra in NRC al ‘golden boy’ van het CDA gedoopt. Er werd uitgebreid naar zijn cv verwezen en dat zou nog vaak gebeuren, bijvoorbeeld toen hij later lijsttrekker werd. Het AD ronkte: ‘Hij is tijdens zijn studie rechten in Leiden voorzitter (praeses) van studentencorps Minerva, gaat na zijn bul werken bij Shell in Duitsland, behaalt een master in business administration (MBA) aan het prestigieuze INSEAD in Fontainebleau en wordt ver voor zijn 40ste al partner bij McKinsey-consultants. Geen wonder dat het CDA hem al op zijn 35ste binnenhaalt als Eerste Kamerlid. Dit is ministersmateriaal.’

Hoezo eigenlijk? Hoezo is dit een cv op grond waarvan je iemand een verantwoordelijke positie in de politiek toedicht?

Neem het corps. Oud-leden zijn nog altijd oververtegenwoordigd in de bestuurlijke elite. Die uit Leiden in het bijzonder. Het is niet zo plat dat ze elkaar allemaal rechtstreeks baantjes toeschuiven. Het is subtieler. Leden, zeker Minervanen, herkennen elkaar vaak, zonder dat het hoeft te worden uitgesproken. De drempel om elkaar te bellen, zelfs al kennen ze elkaar niet persoonlijk, is net wat lager.

Van mensen die in zo’n sfeer hun vormende jaren hebben gehad is het wellicht wat veel gevraagd om zich in te spannen voor een open, toegankelijke bestuurscultuur met oog voor iedereen. En zelfs als we de ergste uitwassen tijdens ontspoorde ontgroeningen buiten beschouwing laten, is een vereniging waarvan de initiatie eruit bestaat dat je je moet laten afzeiken, om dat later zelf bij anderen te herhalen, mógelijk niet de beste kweekschool voor dienend leiderschap. De lange traditie van corpora om zo veel mogelijk intern af te handelen en alleen onder zware druk naar buiten te treden, helpt misschien niet om een waarde als transparantie te internaliseren.

Is het corpslidmaatschap dan een diskwalificatie? Dat is het andere uiterste. Maar het zou niet raar zijn om bij ‘was praeses in Leiden’ de wenkbrauwen te fronsen en kritisch door te vragen in plaats van meteen ‘golden boy’ te roepen.

Iets dergelijks geldt voor ‘was al jong partner bij McKinsey’. Daar lijkt nog altijd een zweem van brille omheen te hangen. Alsof we vereerd moeten zijn dat zo iemand er in salaris op achteruitgaat om zich aan de publieke zaak te wijden. Gelukkig is inmiddels al wel de ironie opgemerkt dat McKinsey minstens 43 van de 100 grootste vervuilers ter wereld als cliënt heeft.

In de hoorzitting benadrukte Hoekstra dat hij bij McKinsey nooit voor een oliemaatschappij heeft gewerkt. Maar het gaat om de immoraliteit van zo’n bedrijf. Het combineert het werk voor de fossiele industrie moeiteloos met klimaatadvies voor overheden dat – heel gek – soms opmerkelijk synchroon loopt met de belangen van die bedrijven. Het adviseert over zorg, maar helpt de VS aan de opiaten. Het adviseert overheden altijd maar weer om af te slanken en uit te besteden, om vervolgens doodleuk de weggesneden diensten zelf aan te bieden.

Ook hier: iemand die iets hoogs is geweest bij een grote consultancyfirma is geen melaatse. Het gaat erom het automatisme uit alle gedweep te halen. Het zou fijn zijn als iedereen afleert om elke willekeurige kakker in een blauw pak met wat bravoure aan te zien voor de nieuwe minister-president.

Anders moeten we ook niet gek opkijken dat we zo vaak bedrogen uitkomen. Dat we een minister krijgen die een kritische partijgenoot in de Kamer probeert te ‘sensibiliseren’, omdat die een van de ernstige schandalen uit de geschiedenis probeert bloot te leggen. Iemand die vindt dat het afbouwen van de gaswinning moet worden afgekocht door minder Groningers een veilige woning te geven. Iemand die bluft dat hij bovenop de sancties tegen Rusland zit, terwijl hij er niet naar om heeft gekeken. Iemand die álles zegt wat Europarlementariërs maar willen horen om een baan te krijgen. En die dat ogenschijnlijk zorgeloos doet: krachtig handgebaar hier, charmant lachje daar, paar woorden in een vreemde taal erbij. Dat comfort genieten alleen mannen die weten dat wij hen, wat zij ook doen, als typische leiders blijven zien.

Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast Stuurloos. Hij heeft een bijzondere belangstelling voor openbaar bestuur. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Source: Volkskrant

Previous

Next