Home

Waarom reageerde Nederland in 2021 niet op de oprukkende Taliban? Vrijdag krijgt de Kamer eindelijk antwoorden

Na twee jaar speurwerk probeert een onderzoekscommissie vrijdag het antwoord te geven op de vraag waarom er zoveel misging bij de evacuatie uit Afghanistan in 2021. Maar liefst twee ministers, Sigrid Kaag en Ank Bijleveld, voelden zich na de dramatische aftocht genoodzaakt op te stappen.

Al in het voorjaar van 2021, toen de Amerikaanse president Joe Biden de terugtrekking van westerse troepen uit Afghanistan aankondigde, begon een groepje Afghanen dat jarenlang intensief had samengewerkt met Nederlanders zich grote zorgen te maken. Het ging onder anderen om tolken, bewakers en ambassademedewerkers. Dat hun situatie riskant zou worden, was voor hen evident. Zij zouden door de Taliban worden gezien als collaborateurs. Tolken die jarenlang voor defensie hadden gewerkt luidden de noodklok.

Op 11 mei 2021 wendde de Afghaanse staf van de ambassade in Kabul zich direct tot de hoogste ambtelijke baas op het ministerie, Paul Huijts. Ze zeiden te ‘vrezen voor hun leven’ en smeekten hem om samen met hun inwonende familieleden geëvacueerd te worden. Maar hoewel de signalen over het oprukken van de Taliban steeds concreter werden, gebeurde er niets tot de val van Kabul. De Tweede Kamer zette vanaf het voorjaar de evacuatie van defensietolken op de politieke agenda, maar bij het kabinet bleef de urgentie ontbreken om snel te handelen.

Tot ontsteltenis van de Tweede Kamer leken de verantwoordelijke ministers Kaag (Buitenlandse Zaken) en Bijleveld (Defensie) er zelfs in het weekend dat Kabul viel nog niet met hun hoofd bij. Zo vond Kaag op zondag 15 augustus tijd voor een etentje met oppositieleden Klaver en Ploumen over de kabinetsformatie, terwijl haar eigen ambassadepersoneel in een uiterst benarde situatie in Kabul zat. Bijleveld ging naar de bioscoop.

‘Niemand zag de val van Kabul zo snel aankomen’, zo luidt het verweer van ministers Kaag en Bijleveld telkens als hen wordt verweten dat de evacuatie traag op gang kwam. De werkelijkheid is anders, blijkt onder meer uit een reconstructie van de Volkskrant: onder de circa vijf Nederlandse diplomaten in Kabul heerste al sinds het voorjaar van 2021 grote frustratie dat het ministerie van Defensie ‘niet aanslaat op berichtgeving ten aanzien van de verslechterde veiligheidssituatie’, zo staat in het vrijgegeven berichtenverkeer tussen de ambassade in Kabul en Den Haag. Andere landen ondernamen eerder actie, onder anderen de Britten en de Fransen, die al in mei lieten weten te zijn begonnen met het evacueren per vliegtuig van landgenoten en Afghanen die voor hen werkten.

Zover was Den Haag toen nog lang niet. Bijleveld liet op 8 juli 2021 aan de Kamer weten dat ze een eerdere motie om tolken urgent te evacueren verkeerd had begrepen. Tegen een bezoeker aan het ministerie zei ze in de zomer dat ‘de soep niet zo heet gegeten zal worden’. Zelfs toen de Taliban de stad Kabul bijna innamen en plaatsvervangend ambassadeur Roels het kraakheldere advies van een hoge Navo-functionaris doormailde (‘Get out!’), nam het ministerie van Defensie niet de leiding over de evacuatie.

Ook het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag reageerde traag, ondanks de onophoudelijke stroom waarschuwingen vanuit de post in Kabul. Het eigen evacuatieplan van het departement, dat door Kaag zelf was goedgekeurd, werd niet naar behoren uitgevoerd. In plaats daarvan was de top van het ministerie bezig met een Sophie’s Choice-achtig verzoek aan de ambassade om uit een lijst van zestig familieleden van de Afghaanse staf (die niet passen in de Nederlandse definitie van ‘kerngezin’) drie mensen te kiezen die mee zouden mogen op een evacuatievlucht. Pas nadat Roels had medegedeeld dat hij desnoods zelf reispapieren zou gaan uitschrijven, kwam het akkoord dat ze toch mee mochten. Maar toen was de situatie al zo explosief in Kabul dat de ingehuurde commerciële vliegtuigen vanuit Den Haag niet meer konden landen op het vliegveld.

Militair kwam Nederland uiteindelijk laat in actie. De VS kondigden op 12 augustus aan drieduizend extra militairen te sturen voor de evacuatie, de Britten stuurden die dag zeshonderd militairen, twee dagen later gevolgd door de Duitsers. Ook de Italianen waren al zover. Nederlandse militairen kregen pas na de val van Kabul, op 16 augustus, het bevel een eigen toestel met militairen te sturen.

Ondanks de trage start kwam door Buitenlandse Zaken en Defensie, met grote inzet van betrokkenen, uiteindelijk wel een operatie op gang. Onder moeilijke omstandigheden werden in een paar weken tijd meer dan 4.500 Afghanen geëvacueerd.

Een Afghaanse oud-bewaker die wél naar Nederland werd overgebracht meldde onlangs aan NRC dat al vijftien oud-bewakers zijn vermoord door de Taliban. Soortgelijke berichten duiken vaker op. Ze zijn voor de Volkskrant niet te verifiëren.

Zeker is wel dat er in totaal nog ‘honderdvijftig rechtszaken lopen van Afghanen die voor Nederlandse militaire- en politiemissies hebben gewerkt, maar in hun ogen ten onrechte niet zijn geëvacueerd’, zegt advocaat Frans-Willem Verbaas. Daarnaast zijn er naar schatting nog tientallen Afghanen achtergebleven die bijvoorbeeld voor Nederlandse ngo’s werkten. En tientallen oud-bewakers van de ambassade, met hun gezinnen, die genoegen hebben moeten nemen met een tegemoetkoming van vier maandsalarissen. Sommigen hebben goede papieren, maar tot nu heeft geen enkele rechter in hun voordeel geoordeeld. Juridisch lijkt het kabinet vooralsnog dus gedekt, maar de politieke druk vanuit de Kamer om meer coulance te tonen blijft onverminderd aanwezig.

Source: Volkskrant

Previous

Next