Home

Schone rouw is makkelijker dan vuile

Ik had al wel geoefend met een goudvis en een paar konijnen, maar het overlijden van een naaste, een familielid, mijn eigen opa, daar was ik als tiener niet op voorbereid. Ik was heel verdrietig. En ik zag ineens dat mijn moeder ook kind was, een kind dat haar vader had verloren. Voor mijn gevoel was het gezin waarin ik was geboren, met ouders, een broer en een zus en met de grotere familie daaromheen, de natuurlijke orde – en in dat grotere systeem had ik mijn plekje.

Over de auteur
Rinske van de Goor is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ineens drong het besef tot me door van de generaties voor en na mij, die zich vaak langzaam en ongemerkt voortbewegen in de tijd, tot ze opeens versnellen bij geboorte en overlijden, dan wordt die keten opeens duidelijk voelbaar.

Ik besefte dat mijn familie geen statische stamboom is waarin ik voor altijd een vast plekje had, maar dat mijn levende familieleden en ik de paar zichtbare schakels zijn in een oneindige keten van voorbije en komende generaties. Ook als ikzelf allang gestorven ben, zou de keten doorgroeien en mijn levende familieleden en ik verworden tot slechts vergeten schakeltjes daarin.

Het definitieve van de dood is verpletterend, maar het besef van verbondenheid met de eeuwigheid even ontzagwekkend. Buiten al deze filosofische gedachten, was ik vooral verdrietig dat ik mijn opa nooit meer zou zien. Ik had spijt. Dat ik hem niet nog één keer had bezocht. Ik voelde me schuldig, want de laatste keer dat ik bij hem had gelogeerd, had ik beloofd snel weer een keer te komen, maar dat was niet gebeurd.

Het duurde lang voor mijn spijt en schuldgevoel wegebden. Het hielp dat ik ontdekte dat spijt erbij hoort, dat er altijd een laatste keer is, dat je altijd nog één keer had willen zeggen: ik hou van je, dankjewel. Nog één keer samen een boterham had willen eten. Maar hoe vaak je ook samen een boterham eet, er is altijd een laatste boterham. Overlijden is gewoon gruwelijk definitief. Het gemis van iemand van wie je houdt, gaat nu eenmaal gepaard met gevoelens van spijt en schuld, hoe onterecht ook.

Desondanks is het makkelijker rouwen om iemand van wie je hield dan om iemand met wie je een slechte relatie had. Schone rouw is makkelijker dan vuile rouw.

Zo werd een patiënte van mij totaal overvallen door verdriet toen haar vader overleed. Toen ze jong was, sloeg hij haar moeder. Haar ouders gingen uit elkaar toen ze 7 was en hij hertrouwde snel daarna. In zijn nieuwe gezin had hij nooit plek voor haar gemaakt en ook in zijn verdere leven was er geen ruimte voor haar. Toen ze zelf kinderen kreeg merkte ze wat ze als ouder voor haar kinderen voelde, en verbrak daarop het contact.

Maar nu haar vader was overleden, voelde ze zich schuldig. Had ze het toch nog een keer moeten proberen, contact met hem zoeken? Ze vond daarbij dat ze geen recht had om verdrietig te zijn, zij had toch geen contact gewild? Haar vader was helemaal geen onderdeel van haar leven geweest, wat miste ze dan? Tegelijk was ze woedend dat hij nooit zijn best had gedaan voor haar, en haar telkens opnieuw had laten stikken – en nu weer, door dood te gaan. Ze was ook boos op zichzelf, dat hij haar alsnog zo wist te raken. Ze dacht dat ze over hem heen was, daar had ze tenslotte therapie voor gevolgd.

Wat een zee van verdriet: verdriet om de enige vader die ze had, verdriet om de vader die ze had willen hebben maar nooit had gehad en nooit meer zou krijgen. Verdriet omdat het nou nooit meer goed kon komen, dat hij haar alsnog zou zien, als dochter, dat hij haar erkenning zou geven: jij bent mijn dochter, ik hou van je, ik ben trots op je, het spijt me wat ik je heb aangedaan. Verdriet om alles wat ze had gemist en ook nooit meer zou krijgen.

Hoe erg het ook is als iemand die je liefhebt sterft, als je kunt terugkijken op een goede relatie, kun je gewoon verdriet hebben en blij zijn om wat je samen had. Al had je meer gewild, langer samen, al is er altijd ook een gevoel van tekortgeschoten te zijn, wat er was, was goed. Dat is schone rouw.

Nee, dan vuile rouw. Vol woede. Spijt. Verdriet. Schuldgevoel. Gebrek aan erkenning. Kou. De ander, die je dacht te kunnen missen als kiespijn, is nu permanent verdwenen. En jij blijft achter met de littekens.

Source: Volkskrant

Previous

Next