Het prestigieuze instituut dat bepaalt wie de Nobelprijs voor Literatuur krijgt, raakte in 2018 ernstig beschadigd door een #MeToo-schandaal. Onterecht, vindt de voorzitter nog steeds. Toch is er sindsdien iets veranderd.
Op een grijze lenteavond in 2018 ziet de Zweedse schrijver en dichter Anders Olsson met afgrijzen hoe de massa oprukt naar de poorten van de Zweedse Academie, het instituut dat jaarlijks de Nobelprijs voor Literatuur uitreikt. Olsson is sinds 2008 Academielid en tegenwoordig voorzitter van de commissie die bepaalt naar wie de prijs gaat. Duizenden betogers staren op het oudste plein van Stockholm naar het geel-roze paleis van de literatuur en eisen dat het gesloten instituut na een hevige #MeToo-rel gaat veranderen.
Olsson en andere leden van de Academie moeten tot hun gruwel op een geheime locatie bijeenkomen. ‘We waren het doelwit van een volksgericht. Ze waren op zoek naar een machtige vijand die als zondebok moest dienen. Nog steeds heeft niemand kunnen uitleggen wat er die avond op het plein gebeurde, wat op zichzelf interessant is vanuit een historisch en sociologisch perspectief, want deze hele crisis was vooral van buitenaf gecreëerd.’
Nee, wie denkt dat de 74-jarige Olsson vijf jaar na het schandaal rond de Zweedse Academie deemoedig zal praten over het herstel van zijn instituut, heeft het mis. Al na een paar minuten stuurt de emeritus hoogleraar literatuurwetenschappen het gesprek naar de crisis die ertoe leidde dat de Nobelprijs in 2018 niet werd uitgereikt. ‘Absoluut irrationeel’, zegt Olsson over dat besluit.
Het gesprek heeft plaats in een met moderne kunst volgehangen kamer in het gebouw van de Academie, gevestigd in het voormalige Beursgebouw in het hart van de oude stad. De Zweedse Academie is een eliteclub van achttien van de beste schrijvers en taalwetenschappers van het land. Zij waken over de Zweedse taal, beheren het officiële woordenboek en geven subsidies aan schrijvers, onderzoekers en culturele activiteiten.
Dat is al zo sinds 1786, toen de Zweedse koning Gustav III het private genootschap oprichtte. De achttien leden worden benoemd voor het leven en krijgen bij aanvang een wijnbeker waar hun illustere voorgangers ook uit dronken. Het instituut heeft een vermogen van 150 miljoen euro en keert zijn leden een riante vergoeding uit. De stoelhouders krijgen bovendien een sleutel van appartementen in Stockholm, Parijs en Berlijn. Elke donderdagavond eten ze samen in een restaurant dat ook eigendom is van het instituut. De Achttien, noemen ze zichzelf. Hun motto: ‘Talent en Smaak’.
Over de auteur
Jeroen Visser is correspondent Scandinavië en Finland voor de Volkskrant. Hij woont in Stockholm. Hiervoor was hij correspondent Zuidoost-Azië. Hij is auteur van het boek Noord-Korea zegt nooit sorry.
Nu kennen meer Europese landen zo’n elitair instituut voor de letteren, maar de Zweedse Academie is meer dan dat. Vóór alles is dit de plek waar elk jaar door een subcommissie van vijf leden wordt bepaald wie de literaire Prijs der Prijzen krijgt. Het was Alfred Nobel zelf die in zijn testament de Academie aanwees als keuzeheer. Volgende week is het weer zover, als de secretaris van de commissie de beroemde witte deur zal openen en in de met bladgoud versierde grote zaal de nieuwe winnaar bekend zal maken – eerst in het Zweeds, dan in het Engels. Anders Olsson zal vervolgens de keuze toelichten.
Olsson werd in 2019 tot voorzitter benoemd, toen de prijs twee keer werd uitgereikt – alsnog voor 2018 en voor 2019. Externe experts hadden meegekeken bij de selectie van de winnaars. Het was een strafmaatregel die de Nobelstichting, die de verschillende Nobelprijzen coördineert, tijdens de crisis had opgelegd aan de Academie. ‘Het was moeilijk te verteren, maar de druk was intens’, aldus Olsson. ‘We hadden dat voorjaar te maken met drie machtige vijanden: de Nobelstichting, de media en onze beschermheer de koning, die ook kritisch was over onze werkwijze.’
De crisis barst los in november 2017, als de Zweedse krant Dagens Nyheter met een explosieve publicatie komt: achttien vrouwen vertellen hoe ze door de Frans-Zweedse kunstenaar Jean-Claude Arnault, eigenaar van het populaire cultuurpodium Forum, zijn aangerand of verkracht. Het gaat vooral om jonge schrijvers en kunstenaars, die Arnault met zijn connecties kan maken of breken. ‘Hij pakte mijn hoofd ruw vast en duwde zijn pik zo diep in mijn keel dat ik geen lucht meer kreeg. Hij liet me niet meer los. Ik zat vast, als in een bankschroef’, vertelt een van vrouwen.
De misdaden raken ook de Zweedse Academie, want Arnault is een goede bekende van veel leden en bovendien getrouwd met een van hen, de dichter Katarina Frostenson. Daarnaast krijgt zijn cultuurpodium subsidie van de Academie en beheert hij tegen een vergoeding het academie-appartement in Parijs.
De Academie reageert aanvankelijk kordaat en eensgezind: ze breekt met Arnault en zet Frostenson, die haar man verdedigt, in de wacht. Sara Danius, die als permanent secretaris leiding geeft aan de Academie, belooft meer transparantie en kondigt een onderzoek aan. Daaruit blijkt dat Frostenson mede-eigenaar is van Forum en dus profiteerde van de subsidie die de Academie verstrekte, wat belangenverstrengeling is.
De onderzoekers vermoeden tevens financiële onregelmatigheden binnen Forum en adviseren de leden aangifte te doen tegen het cultuurhuis. Daarnaast blijkt dat Arnault minstens zeven keer van tevoren wist wie de Nobelprijs zou winnen en dat aan anderen vertelde om indruk te maken, zoals in 2015 toen zanger Bob Dylan de prijs kreeg. De onderzoekers denken dat de informatie afkomstig was van Frostenson.
De conclusies splijten de Academie in twee kampen. Danius en enkele anderen pleiten ervoor Frostenson te royeren, iets wat sinds 1794 niet meer is voorgekomen. Een grotere groep, waartoe ook Olsson behoort, is het daar niet mee eens; de groep vindt de belangenverstrengeling van Frostenson niet zó erg dat dit een royement verdient. Door middel van een stemming – volgens traditie met witte en zwarte balletjes in een schaal – wordt het voorstel verworpen. Ook een voorstel om het onderzoeksrapport aan de financiële recherche te geven, haalt het niet.
De volgende dag stappen drie leden op. ‘Integriteit is de levensader van de Academie. Wanneer leidende stemmen vriendschap en andere niet ter zake doende overwegingen boven die integriteit stellen, kan ik niet langer deelnemen’, schrijft literair historicus Kjell Espmark, lid sinds 1981. Omdat het lidmaatschap voor het leven is en opzeggen volgens de statuten niet kan, blijven de drie als lid geregistreerd.
Literatuurhistoricus en hardliner Horace Engdahl, een vriend van Arnault en Frostenson, zet de aanval in. In een opiniestuk in de krant Expressen noemt hij de afzwaaiende leden ‘slechte verliezers’ die erop uit zijn Frostenson te ‘vernederen’. Sara Danius vindt hij de ‘slechtste voorzitter sinds de oprichting van de Academie in 1786’.
Tijdens de daaropvolgende vergadering wordt de in Zweden erg populaire Danius door een meerderheid gedwongen haar secretarisfunctie neer te leggen. Haar voorstellen voor een klokkenluidersfunctie en een seksueelmisbruikprotocol zouden de ‘nagel aan de doodskist van de Academie’ betekenen. Als Danius daarna ook haar stoel opgeeft, breekt een storm van protest los. De Nobelstichting neemt een radicaal besluit door de Academie te dwingen de literatuurprijs dat jaar niet uit te reiken. ‘De crisis heeft een negatief effect gehad op de Nobelprijs’, schrijft voorzitter Lars Heikensten, die hervormingen eist voordat het genootschap verder mag met het Nobelwerk.
Nu, vijf jaar later, vindt Olsson dit nog altijd onbegrijpelijk. ‘Ik zie wel wat ze bedoelden, maar ik dacht dat uitstel het vertrouwen veel meer zou beschadigen en dat is ook gebeurd. Want het betekende dat we toegaven dat de aantijgingen klopten en dat het schandaal een basis had in de realiteit’, aldus Olsson, die elk woord zorgvuldig articuleert. Hij spreekt van een ‘schuld-door-associatiecrisis’. ‘Het was Arnault die zich schuldig had gemaakt aan aanranding en verkrachting. Wij wisten daar niks van en zover wij wisten was er ook niks in de Academie gebeurd. Maar het publiek, het grote publiek, dacht dat we problemen hadden binnen de organisatie.’
Volgens Olsson kwam dat door secretaris en woordvoerder Sara Danius, die na een crisisvergadering van de Academie over de publicatie van Dagens Nyheter de verzamelde pers te woord stond. Op straat voor de Academie zei ze dat ‘tijdens ons overleg is gebleken dat leden, dochters van leden, echtgenotes van leden en personeel van het kantoor van de Academie’ ook slachtoffer waren geweest van ongewenste intimiteiten of ongepast gedrag door Arnault.
Precies dat was tijdens de vergadering aan het licht gekomen. Schrijver Klas Östergren vertelde dat zijn vrouw tijdens het jaarlijkse kerstuitje van de Academie door Arnault was betast (later schreef hij in een boek: ‘à la Trump bij haar poesje gegrepen’). Schrijver Peter Englund zei dat zijn vrouw een onaangename ervaring had gehad met Arnault en sindsdien niet meer meeging naar etentjes van de Academie.
Dichter en toneelschrijver Kristina Lugn deelde mee dat Arnault haar dochter in 1995, lang voor ze Academielid werd, had betast in een restaurant in Stockholm. Later bleek dat haar dochter een van de achttien vrouwen was die hadden meegewerkt aan het artikel in Dagens Nyheter. Östergren en Englund zeiden dat ze het niet eerder hadden verteld, mede omdat ze bang waren voor een conflict met Frostenson, met wie ze binnen de Academie immers levenslang verbonden waren.
Olsson heeft ook nu nog geen goed woord over voor de getuigenissen van zijn academiegenoten. ‘Ik vond het vreemd. Waarom hebben ze een jaar of meer gewacht voor ze deze informatie deelden? Dat met Östergrens vrouw, bijvoorbeeld, was twee jaar daarvoor gebeurd. En wat Englund vertelde, was ook een lange tijd geleden. Maar toen het krantenartikel uitkwam, was het ineens allemaal zo erg? Ze hadden het eerder moeten zeggen, zodat we iets hadden kunnen doen om het op te lossen. Maar in plaats daarvan verlieten ze de Academie. Dat vond ik nogal laf. Ze hadden het of eerder moeten zeggen, of hun mond moeten houden.’
Dit verwijt raakt de kern van eerdere #MeToo-schandalen, die vaak pas na jaren naar buiten kwamen. Dat kwam doordat slachtoffers of andere getuigen het moeilijk vonden erover te praten. Ze waren bang hun positie te verliezen of ze wilden niet in een welles-nietesdiscussie belanden met de vaak machtige daders. Ziet Olsson die nuance niet? ‘Ja, oké. Maar ik had graag eerder een open gesprek gehad, zodat we het intern hadden kunnen bespreken en we het niet, zoals nu, via de media moesten vernemen. Nu was er geen mogelijkheid om de organisatie te helen.’
Hoewel feitelijk juist, vindt Olsson dat Danius niet tegen de pers had mogen zeggen dat Academieleden weet hadden van ongepast gedrag van Arnault, omdat het volgens hem de indruk wekte dat de Fransman ook binnen de Academie strafbare seksuele delicten had gepleegd. ‘De verklaring gaf de suggestie dat er een enorm seksueel schandaal was binnen de Academie en dat is precies zoals de wereld en de media het gingen interpreteren. Later bleek uit ons eigen onderzoek dat Arnault weliswaar lomp en ongepast gedrag had vertoond, maar dat hij geen strafbaar feit had gepleegd. Danius heeft nooit toegegeven dat het niet klopte wat ze toen zei. Dat was een groot probleem en leidde tot de breuk.’
Een lijmpoging was misschien nog mogelijk geweest, maar Engdahls opiniestuk in Expressen bleek beslissend. Voordat hij het instuurde, las Engdahl het aan de telefoon voor aan Olsson, die zijn zegen gaf. Daar heeft hij spijt van. ‘Veel van wat erin stond klopte, maar het had niet op die manier geformuleerd moeten worden. Het was zot omdat niemand van ons besefte wat er op dat moment in de samenleving leefde en hoe mensen zouden reageren. Het was fout dat ik niet voor dat stuk ging liggen, maar aan de andere kant: we bevonden ons in een verschrikkelijke toestand waarbij we geen vertrouwen meer hadden in onze eigen leider, Danius.’
Net als sommige andere leden van het genootschap ziet Olsson de gebeurtenissen van 2018 achteraf als een gerichte aanval op de Academie. Secretaris Danius, die volgens Olsson achter de schermen een ‘autoritaire leider’ was, werd door de media als een grote ster neergezet: de grote feministische leider die de ramen opzet. ‘Ik zag dat ze steeds meer verknoopt raakte met de media, vooral met Dagens Nyheter. Die krant heeft nooit gereflecteerd op haar rol in dit verhaal. Ze waren gek op Forum en gaven de voorstellingen daar decennialang goede recensies. Zij moeten iets geweten hebben van Arnaults wangedrag, maar ze hielden het geheim. Björn Wiman en zijn team vielen gewoon de Academie aan en geloofden alles wat Danius zei.’
Wiman is de chef cultuur van Dagens Nyheter en begeleidde in 2017 de befaamde publicatie van journalist Matilda Gustavson over het misbruik van Arnault. Hij is niet onder de indruk van de kritiek van Olsson. ‘Als je deze logica volgt, wist iedereen in Stockholm ervan. Er is een verschil tussen geruchten die de ronde deden en journalistiek werk. Wat Gustavson heeft gedaan is de geruchten omzetten in keiharde journalistiek waarin we alles regel voor regel hebben gecheckt. Alle feiten staan tot op de dag van vandaag overeind’, zegt Wiman tijdens een gesprek op de redactie van zijn krant.
Volgens Wiman heeft de Academie de chaos louter aan zichzelf te danken. ‘Ze weigerden ook maar één consequentie te verbinden aan hun eigen onderzoek, het mocht zelfs niet openbaar worden. Danius had gelijk, ze hadden de uitkomsten serieus moeten nemen. In plaats daarvan werd het onder de mat geveegd.’
Olsson heeft zijn versie van het verhaal opgeschreven. Vijftig pagina’s zijn het, die hij in het archief van de Academie zal stoppen, waar ze lange tijd zullen blijven. Ooit zal de waarheid boven tafel komen, meent hij. ‘Maar wat echt verrassend is’, vervolgt hij, ‘is hoe snel de Academie weer terug is gekomen. Als we echt een probleem hadden gehad met aanrandingen of verkrachtingen binnen de organisatie, dan had het veel langer geduurd om er weer bovenop te komen.’
Met toestemming van de koning, met wie Olsson naar eigen zeggen nauw contact heeft, wijzigde de Academie al snel na de ruzie haar statuten, om het mogelijk te maken dat leden de groep konden verlaten. Het gaf het genootschap ook de mogelijkheid leden die minstens twee jaar inactief waren geweest, uit te laten treden. Dat laatste was handig omdat drie van de achttien leden al sinds de Rushdie-affaire van 1989 niet meer meededen.
In dat jaar vaardigde de geestelijk leider van Iran het doodsvonnis uit over de schrijver Salman Rushdie vanwege diens boek De duivelsverzen. De Academie stond onder druk om Iran te veroordelen, maar een meerderheid van de leden was tegen omdat ze onafhankelijk wilde blijven. Drie van hen, onder wie schrijver Kerstin Ekman, vonden dat onvergeeflijk. In 2016 kwam de Academie alsnog met een veroordeling, al leidde dat niet tot een terugkeer van de dissidenten.
De ingreep in de statuten creëerde ook ruimte voor vers bloed. Dat was hard nodig, want op het dieptepunt waren nog slechts negen van De Achttien over. Slechts een enkeling die werd gevraagd weigerde, zegt Olsson, wat hem sterkt in het idee dat het aura van de Academie in stand is gebleven.
Frostensons positie bleek toch onhoudbaar. Met haar sloot de Academie na maanden bakkeleien een vertrekregeling: de dichter krijgt tot haar dood een maandelijkse vergoeding en de beschikking over een appartement in Stockholm. Ook Danius, die in 2019 overleed aan kanker, kreeg een financiële compensatie, vertelt Olsson, ‘die nog veel hoger was’.
Twee dissidenten, Kjell Espmark en Peter Englund, keerden terug. Espmark, die inmiddels is overleden, sprak er nooit meer over. Dat houdt Olsson nog weleens bezig. ‘Hij was een van onze oudste leden, hij had als dichter en literatuurwetenschapper een buitengewone positie in Zweden. Hij was mijn leraar, weet je. Hij begeleidde mijn proefschrift. Waarom verliet hij destijds de Academie? Ik kan het nog steeds niet begrijpen.’
Arnault werd in 2019 veroordeeld tot tweeënhalf jaar gevangenisstraf voor twee verkrachtingszaken. Engdahl zei daarna openlijk dat hij het vonnis niet respecteerde omdat hij de aanklacht en het bewijs niet overtuigend vond. Vond Olsson dit niet problematisch? ‘Natuurlijk, maar dat is zijn mening. Ik heb een andere. In de Academie speelt dit verder geen rol omdat we met zijn allen hebben afgesproken het verleden te laten rusten.’
Hervormingen kwamen er uiteindelijk alsnog, onder druk van de Nobelstichting. Zo gaf het instituut voor het eerst openheid over zijn financiën. Ook kwamen er nieuwe voorschriften die belangenverstrengeling tegen moeten gaan. Verder mogen de leden nog maximaal zes jaar in de Nobelcommissie plaatsnemen.
De Nobelstichting wilde eigenlijk ook een leeftijdsgrens van 70 jaar instellen, zoals bij de andere Nobelcommissies, maar die kwam er niet door, zegt Olsson. ‘Ze realiseerden zich dat je voor deze prijs ook een langdurige leeservaring nodig hebt. Onze laureaten krijgen de prijs omdat ze hun leven lang hebben geschreven, niet omdat ze één grote ontdekking hebben gedaan, zoals in de natuurwetenschappen. Dus is het belangrijk dat we mensen hebben zoals de 90-jarige Per Wästberg, die kunnen bogen op een continuïteit van lezen.’
Is de Zweedse Academie veranderd? Ja, zegt journalist Wiman van Dagens Nyheter. ‘Doordat iedereen de Academie nu kan verlaten is ze haar mythische aura kwijtgeraakt. Daarnaast organiseerde ze dit voorjaar een conferentie waarin de vrijheid van meningsuiting centraal stond. Met dat soort dingen straalt ze iets wezenlijk anders uit dan vroeger. Maar dat is zeker niet de verantwoordelijkheid van de oude garde.’
Olsson benadrukt dat de Academie gemoderniseerd is en vers bloed heeft gekregen. Als in december tijdens een speciale ceremonie de laatste twee nieuwe leden met trompetgeschal aanschuiven, is er voor het eerst sinds 1989 geen stoel meer leeg. Ook het vertrouwen in de Academie is hersteld, meent hij. ‘Natuurlijk zijn er nog steeds mensen bij wie de Academie slechte gevoelens oproept. Dat moeten we accepteren, maar het raakt ons niet. Wij doen gewoon ons werk, net zoals we dat tijdens de crisis in 2018 deden.’
De Nobelcommissie van de Zweedse Academie vraagt jaarlijks duizenden vakgenoten om een kandidaat te nomineren. Het gaat om leden van literaire instituten, hoogleraren literatuur- en taalwetenschappen en oud-winnaars. De Academici mogen zelf ook namen aandragen. De ongeveer 350 nominaties worden in de lente beoordeeld. De commissieleden kunnen daarbij advies van experts inwinnen of vertalingen bestellen. Voor de zomervakantie wordt een shortlist opgemaakt en tijdens de zomer duiken de leden in de verschillende oeuvres. Begin oktober stemt de Academie. Een meerderheid van de stemmen volstaat.
De Nobelcommissie kijkt naar auteurs die al lang en veel hebben geschreven. Literaire verdienste en universaliteit zijn veelgehoorde criteria. ‘Je moet natuurlijk een uitmuntende schrijver zijn, maar om een Nobellaureaat te worden heb je nog iets extra’s nodig’, zegt de Zweedse schrijver en commissielid Ellen Mattson op een filmpje van de Academie. ‘De Romantici noemen het een goddelijke aanraking. Het is een stem die in het werk doorklinkt en die je nergens anders hoort. Als ik het tegenkom, dan weet ik het meteen.’
Anders Olsson: ‘De Academie kreeg in 1938 veel kritiek op de keuze voor Pearl Buck als laureaat, omdat velen vonden dat ze niet echt een uitmuntende schrijver was. Buck was een compromiskandidaat die op een laat moment in de herfst werd gekozen. Om haastwerk te voorkomen hanteren we sindsdien het principe dat we alleen schrijvers overwegen die al minstens een jaar op de shortlist hebben gestaan. We noemen het de Pearl Buck-wet. We willen een diepe overtuiging voelen over de auteur die we kiezen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden