Home

Rutte wijst vooral naar het verleden: overheidsfinanciën was het ‘grote onderwerp, niet fraudebestrijding’.

Het is woensdag al de tweede keer dat Mark Rutte voor de enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening moet verschijnen. Vijf weken geleden moest hij zich verantwoorden voor de periode van 2002 tot 2004 waarin hij staatssecretaris van Sociale Zaken was. De commissie zag daarin de opmaat naar ontspoorde fraudeopsporing. Onder Ruttes bewind als staatssecretaris werden voor het eerst bijstandsgerechtigden op basis van bepaalde (persoons-)kenmerken gecontroleerd op overtredingen.

Woensdag maakt de commissie een sprong in de tijd en moet Rutte verklaren over het harde fraudebeleid dat sinds 2010 door zijn kabinetten is gevoerd. Onder zijn premierschap kwamen er hoge boetes voor uitkeringsfraude, ontspoorde de fraudejacht, kwam er een onwettig datamodel voor opsporing en werden burgers in financiële problemen gestort.

Over de auteur
Hessel von Piekartz is politiek verslaggever voor de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid, pensioenen en sociale zekerheid. Hij werd in 2022 genomineerd voor de journalistieke prijs De Tegel.

Lees hier alles over de Tweede Kamerverkiezingen 2023.

Toen Rutte zich drie jaar geleden tegenover de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag moest verantwoorden, benadrukte hij dat hij zich nauwelijks inhoudelijk met het dossier bezighield. Om dat te voorkomen willen ondervragers Salima Belhaj (D66) en Farid Azarkan (Denk) deze keer vooral ingaan op de onderwerpen die wél langs Rutte zijn gegaan.

Zo legt Azarkan aan Rutte voor dat zijn eigen ministerie van Algemene Zaken bij het ministerie van Sociale Zaken aandrong op het behalen van 180 miljoen euro aan bezuinigingen met fraudeaanpak. Uit eerdere verhoren bleek dat de onderbouwing van dat bedrag gebrekkig was en dat ambtenaren druk voelden om het te halen. Vooral de 25 miljoen euro die bij de kinderopvangtoeslag opgehaald moest worden, bleek problematisch

Rutte is het er niet mee eens dat hij daarmee politieke druk uitoefende. Integendeel, het is volstrekt normaal om bij bezuinigingen ‘terug te duwen’. Bovendien vindt de demissionair premier dat ‘alle ellende’ rond de kinderopvangtoeslag niet komt door een bezuinigingsdoel, maar door een wet uit 2005 die volledige terugvordering van toeslagen bij kleine fouten voorschreef.

Daarmee zet de demissionair premier de toon voor een moeizaam verhoor dat soms meer weg heeft van een debat. Hij wijst vaker naar het verleden voor de oorzaken van ontspoord beleid, zoals naar de wet Boeten uit 1996. Bovendien benadrukt Rutte meermaals dat hij zich als premier maar weinig bezighield met fraudebeleid.

Zo werd de fraudewet van kabinet Rutte I eigenlijk maar een keer in de ministerraad besproken. Die wet introduceerde hoge boetes voor uitkeringsgerechtigden die niet de juiste informatie doorgaven; ook bij een kleine fout werden ze al als fraudeur bestempeld. Sowieso stond de aanpak ten tijde van de eerste kabinetten Rutte volgens hem niet hoog op de agenda. Het in orde krijgen van de overheidsfinanciën was het ‘grote onderwerp, niet fraudebestrijding’.

Toch blijft bij de commissie de vraag terugkomen waarom Rutte zich zo weinig bezighield met die fraudeaanpak. Er lagen immers harde oordelen van onder meer de Raad van State over het voorgenomen beleid. En al snel na de invoering van de fraudewet in 2013 waren er signalen dat die te hardvochtig uitpakte. Pas toen de hoogste bestuursrechter in 2014 een hard oordeel velde, werd ingegrepen.

Maar daarin ziet Rutte juist het teken dat het systeem wel degelijk werkte. De ‘feedbackloop’ heeft er toe geleid dat de fraudewet is aangepast, zegt hij. Azarkan wijst erop dat in de periode dat de wet wel gold, tienduizenden mensen ‘keihard’ zijn aangepakt en benadeeld. ‘Dan kunnen we toch niet zeggen: dat was een feedbackloop’.

Rutte is het daarmee eens, er zijn inderdaad ‘lessen te trekken’ uit de wet. Het liefst had hij ‘sneller’ gezien dat er wat aan was gedaan. Maar, zegt hij, het verschil met het schandaal rond de kinderopvangtoeslag ‘is ongelofelijk’. Waar bij de fraudewet in ‘anderhalf jaar de feedbackloop werkte’, bleef het drama bij de kinderopvangtoeslag ‘dertien jaar dooretteren’.

Als voorzitter Belhaj op eind aan Rutte vraagt of hij nog een rode lijn kan bespeuren in wat er is besproken, haalt hij opnieuw het toeslagenschandaal aan. ‘Ik vind het een schande dat we er niet in zijn geslaagd om vóór 2019 vast te stellen wat voor drama zich daar aan het voltrekken was’, zegt hij.

Maar dat gaat niet op voor al het fraudebeleid van zijn kabinetten; hij voegt er direct aan toe dat hij de kwestie rondom de fraudewet nog steeds ‘verdedigbaar’ vindt. Bovendien blijft ‘overeind dat fraude moet worden aangepakt’.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next