Sinds Frederieke Leeflang aan het roer van de publieke omroep staat, is er behoorlijk wat aangeveegd in Hilversum. Ze wil dat Ongehoord Nederland van de buis gaat en ze voorkwam de terugkeer van Matthijs van Nieuwkerk. ‘Iedereen mag terugkomen. Maar er zijn voorwaarden.’
Nee, sinds haar aantreden begin 2022 als bestuursvoorzitter van de NPO heeft Frederieke Leeflang (54) zich ‘geen moment verveeld’, vertelt ze op een vrijdagmorgen eind september in haar kantoor op het Hilversumse Mediapark.
Vlak nadat ze was begonnen in Hilversum, sprak de Volkskrant haar voor het eerst. Leeflang, die carrière maakte als jurist en bestuurder op de Zuidas, zei wel toe te zijn aan ‘wat complexiteit’.
Complex werd het zeker. Leeflang had te stellen met de omroep Ongehoord Nederland (ON), vanwege het verspreiden van desinformatie. Na het opleggen van boetes aan de omroep werd ze bedreigd. Ondertussen werd in de media een beerput opengetrokken over grensoverschrijdend gedrag op redacties van gezichtsbepalende programma’s als De Wereld Draait Door en NOS Studio Sport. Naar aanleiding van deze onthullingen werd de commissie-Van Rijn in het leven geroepen, die onderzoek doet naar de werkomgeving bij DWDD in het bijzonder en bij het publieke bestel in het algemeen.
‘Dat dát zo lang heeft geduurd’, verzucht Leeflang over het onthulde wangedrag, ‘en dat daar zóveel mensen schade van hebben ondervonden.’
‘Ik heb heel veel mensen hier gehad. Dat doet pijn, daar schrik je van. Natuurlijk kan ik zeggen: het gebeurt in heel veel sectoren. Maar ik ben hier verantwoordelijk. Dus ja, daar moet je iets mee.’
Maar het zijn niet alleen maar hoofdpijndossiers die Leeflang op haar bordje kreeg. Trots is ze op de gezamenlijke werkstrategie die ze met de omroepen opstelde, waarin onder meer staat dat de app NPO Start gebruiksvriendelijker wordt en dat omroepen meer ruimte krijgen om zich online te profileren. Ze beschouwt deze aanzet tot een digitale transitie als haar voorlopige hoogtepunt.
‘Het klinkt misschien als een open deur’, zegt Leeflang over haar succesvolle poging om in solistisch Hilversum de neuzen dezelfde kant op te krijgen. ‘Maar de samenwerking was echt een breakthrough.’
De vergadersessies op het Mediapark worden in de toekomst mogelijk korter. Dat is het gevolg van het eind september verschenen rapport van het Adviescollege Publieke Omroep. Deze commissie, onder leiding van oud-CDA-politicus Pieter van Geel, deed een aantal ingrijpende aanbevelingen. Om het bestel beheersbaar te houden, zou het aantal omroepen omlaag moeten: van dertien naar acht. En een nieuw op te richten orgaan, een Autoriteit Publieke Media (APM), zou moeten bepalen welke omroepen toetreden tot het bestel of eruit moeten. Nu gaat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap daarover.
Een APM – die het mandaat zou krijgen om de uitzendlicentie van omroepen in te trekken zodra ze het publieke bestel ondermijnen – zou Leeflang veel hoofdbrekens hebben gescheeld. Het afgelopen anderhalf jaar probeerde zij van alles om ON in het gareel te krijgen: vanwege het verspreiden van desinformatie deelde ze onder meer drie boetes uit. De NPO Ombudsman schreef strenge rapporten over de omroep.
Afgelopen april verzocht Leeflang staatssecretaris Gunay Uslu (D66, Cultuur en Media) om ON uit het publieke bestel te zetten – een unieke stap. In Den Haag zijn echter verhalen te horen dat Uslu de hete politieke aardappel naar een volgende staatssecretaris wil doorschuiven.
‘Laat ik het zo zeggen: als je op die stoel zit (lange stilte), denk ik dat je zelf een besluit moet nemen.’
Hoewel de politiek het laatste woord heeft over het lot van ON binnen het publieke bestel, is Leeflang ook weer niet helemaal vleugellam. In het uiterste geval kan ze de uitzendtijd van ON’s belangrijkste programma Ongehoord Nieuws stopzetten, vertelt ze. Voordat ze tot die drastische stap overgaat, wil Leeflang nog een keer nagaan of ON de aanbevelingen uit het rapport van de Ombudsman, waarin onder andere staat dat de journalistiek betrouwbaar moet zijn, heeft opgevolgd. In de tweede helft van oktober verwacht de NPO daarover te berichten.
‘Je kunt in ieder geval niet zeggen: hier heeft u een blanco cheque en gaat u uw gang maar. Als je je niet aan de journalistieke code houdt, niet de Ombudsman of de NPO als instituut erkent, dan volgen er consequenties.’
‘Hoe dat is’, corrigeert Leeflang. ‘Ik word nog steeds beveiligd. Als voorzitter van de Raad van Bestuur probeer ik zo objectief mogelijk te zijn. Als je dan ziet hoe Ongehoord Nederland op de vrouw speelt, in tweets en in uitzendingen. Tja... Dat ik hier nog zit, komt doordat de publieke omroep me heeft gegrepen.’
Leeflang wordt door omroepdirecteuren geprezen om haar open houding. De sfeer in Hilversum zou zijn verbeterd. Onder haar leiding bemoeit de NPO zich minder met de inhoud van programma’s, zeggen omroepbazen. In het verleden suggereerde de NPO-top nog weleens zelf een presentator voor een programma, terwijl dat tot het takenpakket van omroepen behoort.
Leeflang heeft zich één keer wel met de poppetjes bemoeid. Dat betrof een mogelijke terugkeer van Matthijs van Nieuwkerk, de gevallen presentator van DWDD. Leeflang heeft daar hoogstpersoonlijk een streep door gezet.
‘Voor de zomer is mij gevraagd of Matthijs van Nieuwkerk kon terugkomen in een programma van de publieke omroep’, zegt Leeflang. ‘Vanaf dag één heb ik gezegd dat het uitgangspunt is dat iedereen mag terugkomen. Maar er zijn drie voorwaarden. Eén: het onderzoek van de commissie-Van Rijn moet worden afgewacht, we moeten de aanbevelingen kunnen borgen. Twee: de terugkeer mag niet leiden tot onveiligheid op de werkvloer. En drie: er moet een zeker reflectief vermogen zijn. Op basis van deze voorwaarden heb ik gezegd dat Matthijs van Nieuwkerk nog niet kan terugkomen. Ik vind niet dat ik me dan met de inhoud bemoei.’
‘Hij is zich ervan bewust dat hij zich niet zo had moeten gedragen, en dat hij dat in de toekomst ook niet meer moet doen.’
‘Daarnaast zal hij ook goed moeten nadenken over hoe hij om moet gaan met de mensen die last hebben gehad van zijn gedrag. Dat kan in de vorm van persoonlijke excuses. En de publieke omroep moet nazorg bieden.’
‘Dat is belangrijk. Als mensen tussen wal en schip zijn geraakt, zijn vermorzeld, trauma’s hebben, hun baan hebben verloren en hun droom in duigen hebben zien vallen, dan moeten wij daar wat mee doen. Mensen kunnen verschillende dingen nodig hebben: een excuus, begeleiding naar nieuw werk.’
De commissie-Van Rijn komt volgens de huidige planning in het vierde kwartaal van dit jaar met haar onderzoeksrapport. Vanaf het begin was er in Hilversumse kringen kritiek op de opzet en aanpak ervan.
Zo richt de commissie zich niet alleen op DWDD, maar op de werkcultuur bij de gehele publieke omroep. De onderzoeksvraag zou daardoor niet specifiek genoeg zijn en de conclusies zouden mogelijk verzanden in vage aanbevelingen.
‘Het is een onderzoek naar systemische oorzaken van sociaal onveilig gedrag’, zegt Leeflang, ‘dus het zal niet zeggen dat Piet of Truus op dat moment dat en dat deed. Maar ik hoop wel dat vermeld wordt dat bepaalde personen verantwoordelijk zijn voor cultuur en gedrag. Die zijn ook gehoord en geconfronteerd met de bevindingen. Het is aan de werkgever – vaak een omroep – om daar eventueel consequenties aan te verbinden.’ Een woordvoerder van de commissie zegt dat er in het onderzoek geen namen genoemd worden. Wel zal omschreven worden welk gedrag bij programma’s of omroepen heeft plaatsgevonden.
Er werd ook getwijfeld aan de onafhankelijkheid van de commissie. De NPO stelde de voorzitter aan en is opdrachtgever van de commissie, maar tegelijkertijd is de NPO onderdeel van het onderzoek. De toenmalige directeur video bij de NPO, Frans Klein, zou als mediadirecteur van BNNVara ondanks waarschuwingen over het grensoverschrijdende gedrag bij DWDD niet hebben ingegrepen.
Leeflang: ‘Om te voorkomen dat er discussie kan ontstaan over de onafhankelijkheid van het onderzoek heeft Frans Klein zijn functie in november neergelegd. Daarnaast moet er moet nu eenmaal een opdrachtgever zijn. Het Commissariaat voor de Media (dat toeziet op naleving van de Mediawet, red.) wilde het eerst zelf onderzoeken, maar dat vonden wij niet juist. Dat heeft met bevoegdheden te maken: het Commissariaat ziet toe op onze integriteitscode, dit gaat over cultuur en gedrag.’
‘Wij gaan niet over de precieze opzet van het onderzoek, wij gaan niet over welke hulp de commissie inschakelt. Af en toe krijgen we een update, maar we kunnen geen enkele invloed uitoefenen.’
‘Met Mariëtte spreek ik nooit over individuele casussen. Dat gebeurt echt niet, mensen moeten vertrouwen hebben in onze professionaliteit.
‘Hamer is regeringsfunctionaris seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ik spreek met haar over vraagstukken als: hoe zorg je voor genoegdoening bij slachtoffers?’
‘Na de instelling van de commissie-Van Rijn heeft Frans heel lang thuisgezeten. Ook vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap is dat best onwenselijk. Daarom hebben Frans en ik gesprekken gevoerd, maar uiteindelijk heeft hij er zelf voor gekozen om naar Talpa te gaan.’
‘Frans heeft een publiek hart, hij is groot geworden bij de publieke omroep (hij werkte er 36 jaar, red.), dus zo’n afscheid valt zwaar. Maar als je weet dat de uitkomst van het onderzoek nog een half jaar op zich laat wachten moet je verschillende opties gaan doornemen. Ik heb hem gevraagd of hij wel om zich heen keek.’
‘Als ik echt iemand wil ontslaan, ben ik vrij duidelijk. In deze maatschappij kun je iemand trouwens niet zomaar ontslaan.’
Een veilige werkomgeving is een speerpunt voor Leeflang. Ze heeft daarom ook werk gemaakt van de vele kortlopende contracten in Hilversum. Jonge medewerkers moesten in het verleden vaak hoppen van tijdelijk contract naar tijdelijk contract. De publieke omroep heeft hier stappen in gezet, zegt Leeflang. ‘In de oude cao was de verhouding vaste en tijdelijke contracten 70/30. In de nieuwe omroep-cao, die op 1 januari ingaat, staat dat de streefgetallen 80/20 zijn.’
Daarmee is nog niet alles in kannen en kruiken. Uit een intern onderzoek dat dit voorjaar is uitgevoerd, waarvan de uitkomsten in handen zijn van de Volkskrant, blijkt dat 20 procent van de NPO-respondenten zich buitengesloten voelde. Meer dan 40 procent vond het sociale veiligheidsbeleid onvoldoende zichtbaar.
‘Ik heb de precieze cijfers niet paraat, ze zijn van dit voorjaar’, zegt Leeflang. ‘Maar ik kan je voorspellen dat elke organisatie die hier onderzoek naar doet, dit soort cijfers omhoog zal zien gaan omdat dit onderwerp nu veel aandacht krijgt. Dat is ook goed.’
De cijfers duiden op ‘een onveilige werkomgeving’, zegt Leeflang. ‘Maar het ging niet over ernstige vormen van grensoverschrijdend gedrag, zoals intimidatie of seksuele intimidatie.’
‘Hier moet je wat mee. Dat hoor je me meteen zeggen.’
‘Er is hier de afgelopen tijd al heel veel gebeurd en er gebeurt nóg steeds veel. Het thema is bespreekbaar geworden, we hebben het Mediapact Respectvol Samenwerken gelanceerd en vertrouwenspersonen hebben alle medewerkers op hun rol gewezen. Er zijn allerlei trainingen gekomen om de veiligheid op de werkvloer te bevorderen.’
‘Dat hoop en verwacht ik wel. Ik zie hier heel veel veranderingen.’
Source: Volkskrant