Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Saskia Houttuin kwam in de Senegalese hoofdstad Dakar aan een naamloze straat te wonen, en ontdekte dat ze niet de enige was.
Onze straat heeft geen naam. Daar kwamen we pas achter bij het ondertekenen van het huurcontract: naast de adresregel stond alleen de naam van de wijk genoteerd, gevolgd door een huisnummer. Onze huisbaas was het vast vergeten, dachten we nog. Maar een rondje door de buurt en een snelle zoektocht op Google Maps bevestigden het – nergens een concreet adres te bekennen.
Nu wonen we niet bepaald aan een drukke weg. Een kleine 150 meter aan geplaveide klinkers telt ons straatje, de hele buurt is op die manier ingericht. Onze straat is klein, zeker, maar toch niet volledig onbeduidend. Langs de palmbomen en de filegeparkeerde auto’s vind je behalve huizen ook een appartementencomplex, een kruidenier en een fotostudio.
Wat blijkt: meer dan de helft van de woningen in Dakar heeft geen adres.
Hoe leg je dan uit waar je woont? De eerste keer, we bestelden pizza, ging het mis. Het huisnummer zei de bezorger niets. Via WhatsApp een livelocatie sturen dan – ja, dat had gekund, maar hij was door zijn internetbundel heen. Een omslachtige poging om de weg uit te leggen vanaf een grote rotonde (rechtdoor, derde links, tweede rechts, geloof ik?) mislukte. De pizza kwam koud aan.
Maar al snel ontdekten we een systeem dat wél werkt. Een systeem dat alle Dakarois feilloos lijken te kennen, een onzichtbare stadsplattegrond waar wij inmiddels ook deelgenoot van zijn geworden. Het draait allemaal om oriëntatiepunten: bakkerijen en tankstations voeren de lijst aan, want die kent vrijwel iedereen. Daarna volgen de supermarkten, moskeeën en bankvestigingen.
Inmiddels kunnen we dus geroutineerd de weg naar ons huis uitleggen, alsof we nooit anders hebben gedaan. ‘Kent u de bakkerij? Daar achter moet u zijn.’ Niet? Dan gaan we direct door naar de volgende, ‘de slager, die met de rode voorgevel, daar naar links’. Of: ‘het politiebureau – niet dat ene bij de rotonde, maar dat andere’. Kans van slagen: inmiddels bijna honderd procent.
Zo doet eigenlijk iedereen het in Dakar. En daar zijn ze niet uniek in.
In de Keniaanse hoofdstad Nairobi, onze vorige standplaats, hebben ze weliswaar een completer kadaster, maar worden locaties vaak uitgelegd aan de hand van de routes van minibusjes. In Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso, zag ik hoe historische gebeurtenissen dienstdeden als wegwijzers. Een taxichauffeur bracht me naar ‘het kruispunt waar ooit die ene belangrijke militair was doodgeschoten’. Vanaf de achterbank keek ik gefascineerd op, de taxichauffeur haalde lachend zijn schouders op: zo kan het ook, toch?
Niet altijd. In Ghana komt het geregeld voor dat hulpdiensten te laat arriveren, omdat niet duidelijk is hoe zij de weg kunnen vinden naar de betreffende plek des onheils. Al een tijdje experimenteren ze daarom met digitale adressen. De coördinaten van een gebouw worden gekoppeld aan een unieke code, die ambulancemedewerkers of politieagenten kunnen gebruiken om snel ter plaatse te zijn.
In Dakar is vorig jaar een vergelijkbaar digitaal project opgetuigd, maar ik vraag me of dat ooit in staat zal zijn het informele systeem te verslaan. En ondertussen werk ik aan een eigen oplossing. Vanuit Nederland krijg ik geregeld de vraag naar mijn adres, voor geboortekaartjes of administratieve post. Inmiddels heb ik ontdekt dat je hier voor 15 euro per jaar een postbus kan openen.
Nu nog het dichtsbijzijnde postkantoor vinden – het ligt aan een straat zonder naam.
Source: Volkskrant