In zijn geboorteland Syrië waren zijn romans verboden. Dus toen de gelauwerde schrijver Khaled Khalifa afgelopen weekend op 59-jarige leeftijd overleed, repte het Syrische staatspersbureau daar met geen woord over. Tientallen lezers en intimi kwamen desalniettemin naar zijn begrafenis nadat het nieuws van mond tot mond (en op sociale media) was rondgegaan.
Vrienden hadden de schrijver zaterdag levenloos aangetroffen in zijn appartement in de hoofdstad Damascus, overleden aan een vermoedelijke hartstilstand.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet, en is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).
Literatuurkenners en collega’s roemen Khalifa als een een van de groten van de hedendaagse Arabische letteren. Voor zijn vierde boek, in het Nederlands vertaald als Er zijn geen messen in de keukens van deze stad (2015), won hij de prestigieuze Naguib Mahfouz-medaille. Toen hij die in Caïro in ontvangst wilde nemen, weigerde het bewind van president Bashar al-Assad hem een uitreisvisum.
Vanwege de censuur werden zijn romans in Egypte en Libanon uitgegeven, zo vertelt Midden-Oostenkenner Brigitte Herremans (Universiteit van Gent). Ze ontmoette hem meermaals en hoopt later dit jaar te promoveren op de ontvangst van enkele Syrische schrijvers, onder wie Khalifa.
‘Hij werd wel degelijk gelezen in eigen land. Lezers zochten contact met hem, er circuleerden illegale kopietjes en pdf’s van zijn boeken.’ Of, met een kwinkslag van de schrijver zelf: ‘Als de boekhandelaar je vertrouwt, kun je mijn boeken krijgen.’
Khalifa, in 1964 geboren in een dorp nabij Aleppo, groeide op in een laaggeletterde boerenfamilie van dertien kinderen. De literatuur kwam via zijn oudere broers het huis binnen, waardoor hij – zelf nog een scholier – in aanraking kwam met de verhalen van de Russische schrijver Tsjechov. ‘Vaak begreep ik die niet’, zei hij nadien, maar de literatuur liet hem niet meer los.
Nadat hij zijn carrière was begonnen als scenarioschrijver van soapseries, beleefde hij in 2006 zijn internationale doorbraak met De poorten van het paradijs. Dat werd in acht talen vertaald en bekroond met de Internationale Prijs voor Arabische Fictie.
Zoals vrijwel al zijn werk draait die roman om de vele manieren waarop de dictatuur de gewone Syriër verpulvert. Uit woede over een (waargebeurd) bloedbad dat het regime begin jaren tachtig aanricht, besluit een tienermeisje zich aan te sluiten bij de fundamentalistische Moslimbroeders.
‘Een magistraal boek’, zegt Herremans. ‘Khalifa kruipt stoutmoedig in de huid van dat meisje, terwijl hij zelf helemaal niet religieus was. Hij maakt invoelbaar wat de onderdrukking en haat bij haar teweegbrengt.’
Voor westerse lezers levert dat geen easy read op. Het decor in Khalifa’s boeken is grimmig, de dood alomtegenwoordig, de hoop doorgaans afwezig. Personages moeten zich staande houden tussen informanten van de veiligheidsdienst, de dubieuze verlokking van de orthodoxe islam en de sociale druk van de eigen familie.
Khalifa’s loyaliteit lag bij de gewone man (m/v) die het ook niet precies wist, denkt Herremans. Ze noemt De dood is een zware klus (naar het Nederlands vertaald door Djûke Poppinga) als voorbeeld. Hoofdpersoon Boelboel doorkruist daarin een verwoest land met het lichaam van zijn overleden vader, op weg naar diens laatste rustplaats. ‘Boelboel was een soort alter ego’, denkt Herremans. ‘Hij lijkt een slapjanus, een grijze muis, omdat hij geen positie inneemt. Maar eigenlijk blijft hij veel dichter bij zichzelf dan de revolutionairen met hun verheven principes.’
Hoewel Khalifa het Assad-bewind altijd bleef bekritiseren, raakte hij zoals meer landgenoten ontgoocheld door de ontspoorde opstand van 2011 en de daaropvolgende burgeroorlog. Zijn personages nemen gaandeweg afstand van al hun illusies.
‘Het enige wat hij deed’, zo vermeldt de roman over Boelboel, ‘was het leven van andere mensen observeren en ontdekken dat ze net zo waren als hij: een verzameling vleesklompen die over de aarde liepen, plaats in het luchtruim in beslag namen en hun leven doorbrachten met proberen niet dood te gaan.’
Als de schrijver had gewild, had hij tijdens zijn vele optredens op internationale literatuurfestivals asiel kunnen aanvragen. Daar leek ook alle reden toe: in 2012 werd hij bij een protestmars door een knokploeg van Assad in elkaar geslagen. Zijn arm werd gebroken, waarna hij met één hand verder schreef. Toch weigerde hij Syrië te ontvluchten.
‘Een bestaan als vluchteling betekent leven in een leegte, hoezeer we het ook proberen op te poetsen’, zo verklaarde hij dat besluit. ‘Syrië is mijn land. Ik ben er geboren en ik wil er sterven.’ Het regime – dat menig intellectueel vervolgde en opsloot – duldde zijn aanwezigheid in Damascus, waarom precies is onduidelijk.
De schrijver was wars van kapsones, zeggen vrienden, en liet zich de roem nooit aanleunen. De eenzaamheid van zijn personages was geen toeval, hun geestelijk vader leefde alleen. ‘Ons, de achterblijvers in Syrië, gaf hij hoop’, zo schreef een bevriende dichteres op het Arabische platform Daraj. ‘De hoop dat we van binnen vrij konden zijn.’
Zijn laatstverschenen boek, in het Engels vertaald als No one prayed over their graves (2023), speelt zich af in het Aleppo van rond 1900. ‘Ik wil dat Syriërs hun geschiedenis herlezen en zich afvragen wie de christenen en de Joden – eveneens kinderen van ons land – uit hun stad heeft verdreven’, zo lichtte hij die keuze toe. ‘Ik wil dat ze weten dat ze geen verzameling afzonderlijke, religieuze groepen zijn, maar een volk met verschillende culturen.’ Als volk moet je die geschiedenis kennen, vond hij, als je niet opnieuw dezelfde fouten wil maken.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden