In Brueghel: de familiereünie draait het eens niet alleen om Pieter Brueghel de Oude, maar staat de samenwerking tussen hem en zijn nazaten centraal. Wat maakte de schildersdynastie zo succesvol? De invloed van de vrouwen in de familie bleek aanzienlijk.
Is er een betere manier om een tentoonstelling over een schildersfamilie te beginnen dan met een schilderij als een familiealbum? Jan Brueghel de Jonges Allegorie op de schilderkunst (ca. 1625-1630) is zo’n schilderij. Het toont een sierkamer annex werkruimte die zo is volgestouwd met schilderijen dat je amper weet waar je moet kijken. Begin bij het portret van de stamvader van de familie, Pieter Brueghel de Oude, dat linksboven de deurpost hangt (tussen portretten van Michelangelo en Pieter Coecke van Aelst). En kijk vervolgens naar de kalende verschijning onder hem. Dat is zijn zoon, Jan Brueghel de Oude – het mythologische schilderij links op de voorgrond, Diana en haar nimfen, is van zijn hand.
Zulke kunstwerken binnen een kunstwerk verwijzen naar de glorierijke familiegeschiedenis, maar het schilderij blijft niet hangen bij successen uit het verleden. Het blikt ook vooruit. In het atelier op de achtergrond kopiëren aanstormende Brueghels het werk van oudere verwanten. En op de vloer slingeren werktekeningen rond – die werden van generatie op generatie doorgegeven. ‘Het leven is kort, de kunst is lang, en de kunst van de Brueghels is het langst’, zo lijkt de subtekst van het schilderij. Een geschiktere binnenkomer hadden de conservatoren van Brueghel: de familiereünie zich niet kunnen wensen.
Over de auteur
Stefan Kuiper is kunsthistoricus en journalist. Hij schrijft sinds 2013 voor de Volkskrant.
De insteek van deze expositie, waarin vijf generaties Brueghel bijeen zijn gebracht, is vernieuwend. Het draait nu eens niet om Brueghel I (1525-1569) en diens invloed op zijn nazaten, noch is het een chronologisch overzicht van de individuele oeuvres. Juist datgene wat het particuliere overstijgt, staat centraal: de onderlinge samenwerking tussen de Brueghel-telgen, de intergenerationele beïnvloeding en de gedeelde thema’s. Hoe verschillende Brueghels de vier elementen of het weer schilderden, en de manier waarop ze de invloed van de onontkoombare Jeroen Bosch ondergingen.
Daarbij is er veel aandacht voor tot nu toe onderbelicht gebleven kanten van de familiegeschiedenis, zoals de rol van vrouwen (blijkt aanzienlijk) en de koloniale herkomst van de goederen op hun werk (blijft wat vaag). Het is het soort inclusieve tentoonstelling zoals men die in 2023 graag maakt, inclusief catalogus die bij vlagen leest als een uitgewerkte subsidieaanvraag.
Het biedt een verrassende kijk op de Brueghel-dynastie, en dan vooral op de positie van Brueghel de Oude, vermaard schilder van bergen en boeren. De nestor is hier vertegenwoordigd met slechts drie schilderijen, waarvan twee op klein en een op middenformaat. Met name dat laatste stuk, De ekster op de galg (1568), is weliswaar een verbluffend vergezicht, toch is het effect enigszins nivellerend. Pieter Brueghel de Oude – Pier den Drol voor de bewonderaars (van drôle, grappig) – wordt een Brueghel tussen de andere Brueghels. De artistieke kloof tussen hem en zijn nageslacht wordt kleiner voorgesteld dan die feitelijk was.
De mythe wil dat Pieter de Oude zijn zonen eigenhandig klaarstoomde voor het vak, maar in werkelijkheid was hij tegen de tijd dat er iets klaar te stomen viel al jaren dood. Niet hijzelf, blijkt hier, maar zijn schoonmoeder, Mayken Verhulst, leerde Pieter de Jonge en Jan de Oude het ambacht. Verhulst bracht ze de kneepjes bij van het aquarelleren en miniatuur schilderen: kunstvormen waarin ze zelf tot ‘de verdienstelijksten’ van haar tijd zou hebben behoord. Toch is er op dit moment geen werk van haar bekend. Verhulst waakte na de dood van Pieter de Oudes weduwe over zijn voorstudies, totdat zijn zonen rijp waren om de familietraditie voort te zetten.
Dat deden ze, zij het op heel verschillende manieren. Pieter de Jonge koos de meer opportunistische aanpak. Hij sprong in op de rond 1600 gigantische vraag naar Brueghel de Oude-achtige schilderijen. Op basis van de originele tekeningen produceerde hij met zijn atelier een eindeloze stroom kopieën. Ook tekende hij voor vele ‘fantoomkopieën’: schilderijen die in alles leken op die van Brueghel senior, maar die in werkelijkheid door junior waren gecomponeerd. Die kopieën missen de subtiliteit en het raffinement van de originelen, en daarmee ook iets van de magie. Toenmalige kopers zullen daar minder last van hebben gehad, omdat ze de twee niet konden vergelijken. Zij zagen dezelfde hossende boeren.
De tweede zoon, Jan Brueghel de Oude, ging zijn eigen weg. Hij bracht acht jaar door in Italië, waar hij ‘seer cleen beeldekens’ schilderde waarmee hij ‘in seer groot achten’ kwam. Terug in Antwerpen ontwikkelde hij allerlei nieuwe genres, waaronder het bloemstilleven en het allegorische landschap. Zijn magnifieke kleine schilderijen herken je aan hun inventariserende karakter. Simpeler gezegd: ze lijken op verzamelingen. Op Allegorie van de aarde (1611) lijkt het bijvoorbeeld alsof Jan de hele Heukels’ plantengids in een landschap heeft willen stoppen, en op zijn Allegorie van de lucht (uit dezelfde reeks) schilderde hij naast de adelaar ook de haan, de pauw, de ransuil, de papegaai, de paradijsvogel, de purperkoet en, verrassend, de struisvogel. Met zulke schilderijen vierde hij de visuele verscheidenheid en materiële rijkdom van de wereld. Daarin leek hij op zijn vader. En op zijn zoon.
Brueghel: de familiereünie, Het Noordbrabants Museum, Den Bosch, t/m 7 januari 2024.
De Brueghels waren geen solisten. Bijna alle familieleden gingen innige samenwerkingen aan met bloedverwanten of schilders uit andere ateliers, een gewoonte die ongetwijfeld bijdroeg aan hun langdurige succes. Jan Brueghel de Oude werkte bijvoorbeeld vaak samen met Peter Paul Rubens. Op hun coproductie Het Feest van Acheloüs nam hij het landschap en de stillevens voor zijn rekening. Dat schilderij hangt in Het Metropolitan Museum of Art in New York. Een miniatuurversie vindt u rechts onderin op Jan Brueghel de Jonges schilderij, waar het fungeert als boekensteun voor andere schilderijen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden