Ik durf rustig te beweren dat we allemaal ons leven te danken hebben aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de voedselproductie. Dat betekent echter niet dat ik ervoor wil pleiten om met deze inzet gewoon maar onverminderd door te gaan.
Als boer of tuinder word je er wel goed ziek van dat je beroepsgroep wordt weggezet als een troep Orks die het liefst zoveel mogelijk alles wat leeft doelgericht wil vernietigen. Tenminste ik wel. Het slaat ook nergens op omdat je als boer of tuinder juist meer dan anderen afhankelijk bent van alles wat leeft.
Over de auteur
Peter Verschuren is broccoli- en aspergeteler, raadslid in Geertruidenberg en burgerlid bij het waterschap Brabantse Delta voor de partij van onafhankelijke deskundigen Ons Water.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het blijft echter moeilijk om een discussie op inhoud te voeren wanneer met de simpele stellingname ‘het is toch vergif’ het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt gedemoniseerd. Ja, beste mensen, alles is vergif als je er teveel van binnenkrijgt − maar zolang dat niet het geval is, is er geen risico op enige schade. Nu valt er vol emotie slecht te discussiëren, maar hoe kun je nu enerzijds de wetenschap inzetten ter ondersteuning van je standpunt over klimaat, terwijl je diezelfde wetenschap in twijfel trekt wanneer die vaststelt dat onkruidbestrijder Round Up veilig te gebruiken is voor mens, dier en milieu?
Men zou zich moeten realiseren dat een algehele stop op het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen miljarden mensen het leven zou kosten. Het risico van niet gebruiken is dus vele malen groter dan van wel gebruiken, ook als je die afweging plat slaat tot ‘wel of geen gif’.
De natuur zelf produceert eindeloos veel gifstoffen en alles is chemie. Daar steekt de mens met zijn namaakchemie als een kneusje bij af. De persistentie (moeilijk afbreekbaarheid) van een middel als DDT (dichloordifenyltrichloorethaan) is helemaal niet zo bijzonder vergeleken met een schimmel- of bacteriespoor. Maar vanwege deze hoge persistentie is DDT al lang verboden in West-Europa. In West-Afrika wordt echter nog steeds volop met DDT gespoten tegen de malariamug. Het risico om op latere leeftijd last te krijgen van de nadelige gevolgen van DDT-gebruik is er immers lager dan het risico om op jonge leeftijd te sterven aan de gevolgen van malaria.
In West-Europa kijken we inmiddels hoopvol naar de mogelijkheden van zogenaamde ‘groene middelen’ die van natuurlijke oorsprong zijn en ook in de biologische teelt worden gebruikt. Maar wat mij betreft moeten groene middelen uitgebreid óók worden onderzocht alvorens deze breed in te zetten. Het doel is immers hetzelfde als met chemische middelen: de plaag moet dood. Chemische middelen worden hierbij gezien als bedreiging voor de biodiversiteit. Maar waarom zou dat met groene middelen anders zijn?
Schimmels en bacteriën zonder toetsing loslaten in de natuur is onverantwoordelijk. Een biologisch bestrijdingsmiddel kan zichzelf vermenigvuldigen en verspreiden. Een chemisch middel kan dat niet. En hoe zit het met de kans op mutaties? Als je bijvoorbeeld een miljard lieveheersbeestjes loslaat om bladluizen te vangen, waar gaan deze dan heen wanneer de bladluizen op zijn? En wat voor effect hebben deze op het bestaande natuurlijke evenwicht?
Het tegengaan van emissie van chemische middelen is een peulenschil in vergelijking met het stoppen van verspreiding van micro-organismen die je inzet voor gewasbescherming. De werking van groene middelen komt er nu vaak op neer dat je een doelpunt nadert − daarmee win je echter de wedstrijd niet.
Toch geloof ik dat de inzet van groene bestrijdingsmiddelen veel potentie biedt om met weinig risico en met goede werking resultaten te halen. We moeten alleen niet onze oude schoenen weggooien voordat de nieuwe zijn ingelopen.
Mensen die chemische gewasbeschermingsmiddelen afwijzen als ‘gif‘ menen dat dit enkel wordt gebruikt vanwege geld. Nu is profit inderdaad een van de drie duurzaamheidskenmerken (‘profit, planet, people’), maar ten behoeve van planet en people zijn daarvoor evenzeer positieve verbindingen met chemische gewasbeschermingsmiddelen aan te wijzen.
Voor de teelt van gewassen worden veel grondstoffen en grondoppervlak ingezet. Bij een slechte oogst zijn deze verkwist. Voor de mens geldt dat een veilig en gevarieerd voedselpakket de gezondheid ten goede komt. Deze aspecten zou je tegen elkaar moeten afwegen om een goed oordeel te kunnen vormen of toepassing wel of niet verantwoord is. We gebruiken deze chemische stoffen niet zomaar. Voedsel is een eerste levensbehoefte en we kunnen niet zonder. Dat is wel wat anders als de chemische stoffen in cosmetica die helemaal onnodig zijn.
Het echte gif zijn niet de gewasbeschermingsmiddelen die zorgen voor levensreddend voedsel; dat zijn de woorden die zorgen voor selectieve chemofobie.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden