Home

Als huisarts en patiënt elkaar niet begrijpen. En hoe een oplossing voor dat probleem vastliep

Huisartsen en patiënten met een niet-westerse migratie-achtergrond kunnen elkaar soms maar moeilijk verstaan. Dat leidt tot honderdduizenden onnodige verwijzingen naar een duur ziekenhuis, is de stellige overtuiging van huisarts Abeba Mulugetha. Ze bedacht een simpele oplossing, maar liep kaf­ka­iaans vast.

‘Abby, kun jij niet even kijken?’ Simpele vraag, grote gevolgen.

Een vriendin van Abeba (Abby) Mulugheta kent een Eritrese vrouw die al jaren met menstruatieproblemen kampt, en maar blijft ploeteren met haar huisarts. Tot frustratie van beiden komen ze geen steek verder. Die kennis denkt: Mulugheta is een huisarts van Eritrese komaf, ze spreekt de taal, kent de cultuur – je weet maar nooit.

Het consult dat volgt, zal voor Mulugheta uitgroeien tot zowel een eurekamoment als tot een frustrerende worsteling met de Nederlandse zorginstituties.

Mulugheta doet bij een muntthee in een Haags café haar verhaal. Ze is geboren in Leiderdorp als dochter van een huisarts. Als Eritrea begin jaren negentig onafhankelijk wordt van Ethiopië gaan haar ouders met het gezin terug naar hun geboorteland. Mulugheta gaat er naar de middelbare school, tot de oorlog terugkeert en het gezin wederom naar Nederland vlucht. Ze begint met een studie AI, maar in al het geprogrammeer mist ze de sociale contacten; ze stapt over op geneeskunde.

Over de auteur
Michiel van der Geest schrijft voor de Volkskrant over zorg: van ziekenhuizen tot huisartsen, van gehandicaptenzorg tot Big Pharma, van gezondheidsverschillen tot valgevaar.

Ze wordt huisarts, stopt daar tijdelijk mee, maar als op 16 maart 2020 het land op slot gaat, voelt ze: ik ben arts, ik moet helpen. Nog diezelfde middag werkt ze op de corona-spoedpost. En zo wordt het december 2021 en vraagt die vriendin om hulp.

‘Deze vrouw was in vier jaar tijd al achttien keer bij de huisarts geweest met de klacht dat ze dagelijks menstrueerde. De huisarts had alles gedaan wat in de zorgstandaarden staat: geadviseerd met de pil te beginnen, andere medicatie voorgeschreven, niets hielp. Drie keer was de vrouw naar de gynaecoloog geweest, maar ook daar geen oplossing. Toen ze bij mij kwam, had ze al 4.200 euro aan zorgkosten gemaakt.’

‘Toen ze binnenkwam, brak ze meteen. Ze voelde: eindelijk een dokter die mij begrijpt, eindelijk een dokter aan wie ik in mijn eigen taal kan vertellen wat er aan de hand is. Ze ziet mij, ik lijk op haar, die herkenning had ze blijkbaar nodig voor een vertrouwensband. Een kwartier lang alleen maar tranen, tranen, tranen.

‘Toen zei ze: wacht, ik heb een kalender. Daarop hield ze bij wanneer ze ongesteld was. Ze bleek helemaal niet elke dag te menstrueren, maar onregelmatig. Die kalender had ze nooit aan de huisarts of de medisch specialist laten zien.

‘Je kunt zeggen: dat is toch dom. Maar door haar stressniveau kon ze in het contact met de artsen niet meer helder nadenken. De reflex van de klassieke patiënt die bedenkt: misschien is dit nog relevant om te vertellen, die was er niet. Doordat bij mij de ruis verdween, vertelde ze het mij wel.’

‘Patiënten die niet bekend zijn met de Nederlandse zorgcultuur komen naar de huisarts en vertellen hun klacht: ik heb kniepijn, ik heb buikpijn. Ze vertellen niet de context. Maar juist in de huisartsgeneeskunde ben je niet je klacht, je bent je context. Uit onderzoek blijkt dat artsen de context buiten beschouwing laten als er taal- en cultuurproblemen zijn.

‘Voor de context is een gesprek nodig, het is een situatie van geven en nemen. Veel patiënten met een niet-westerse achtergrond zien het belang van die context niet. Die komen met een bepaald vooroordeel naar de dokter toe: ik word toch niet serieus genomen, ze gaat toch niet luisteren, ze gaat me wegsturen met paracetamol. Dan ben je niet gemotiveerd om alles te vertellen, om alles te geven. Als je gereserveerd binnenkomt, ben je niet vrij.

‘Maar omdat ik dokter was en haar taal sprak, ervoer deze vrouw dat ze bij mij kon zijn wie ze was. Ze kon eindelijk haar hulpvraag formuleren.’

‘Dokter, ik ben bang dat ik geen kinderen kan krijgen.’ Voor mij zag ik een gezette vrouw. Ik weet: Eritrese vrouwen zijn normaal gesproken helemaal niet gezet. Ze had het moeilijk sinds ze in Nederland woonde, was dertig kilo aangekomen. Ik spoorde haar aan gezond te eten, voldoende te bewegen. Dat was goed tegen haar depressieve gevoelens, haalde haar uit haar isolement en bracht haar hormoonhuishouding weer op orde. Ze heeft daarna nooit meer naar de huisarts hoeven gaan.’

Het gesprek was voor Mulugheta een absoluut ‘eurekamoment’, zegt ze. Het liet haar zien hoe belangrijk een consult in de eigen taal en met iemand van dezelfde culturele achtergrond kan zijn. Voor het welzijn van de patiënt, maar ook voor het voorkomen van onnodige doorverwijzingen naar het ziekenhuis en onnodige extra consulten bij de huisarts.

Geen overbodige luxe: Nederlandse huisartsen hebben jaarlijks 14,6 miljoen consulten met patiënten met een niet-westerse migratieachtergrond. Terwijl autochtone Nederlanders jaarlijks gemiddeld vijf keer met de huisarts spreken, doen patiënten van niet-westerse komaf (zo’n twee miljoen in Nederland) dat zeven keer per jaar.

In veel van die gesprekken dreigt het gevaar van niet-optimale zorg, omdat de taal of cultuur een belemmering vormt. Dat leidt tot honderdduizenden onnodige verwijzingen naar het dure ziekenhuis, is Mulugetha’s stellige overtuiging. ‘We hebben een enquête gedaan onder ruim driehonderd huisartsen. De overgrote meerderheid gaf aan patiënten door te verwijzen naar de medisch specialist omdat ze elkaar in het consult niet goed begrepen. Ik herken dat maar al te goed: ik werk als waarnemer in de Schilderswijk in Den Haag en daar doe ik dat gemiddeld vijf keer per dag.’

Het consult met de Eritrese vrouw zet Muguletha aan tot actie. In haar huisartsennetwerk gaat ze op zoek naar Nederlandse huisartsen met een niet-westerse achtergrond. Willen zij misschien af en toe te hulp schieten als een collega er niet uitkomt? Binnen twee weken zeggen tachtig huisartsen die gezamenlijk dertig talen spreken hun medewerking toe. AlloMedics is geboren, een netwerk waarnaar huisartsen kunnen verwijzen als zij er stelsmatig met een patiënt in het Nederlands of Engels niet uitkomen.

‘Niet één huisarts die ik benaderde, weigerde mijn verzoek, want allemaal kennen ze het probleem van beide kanten. Als huisarts heb je patiënten van wie je niet weet wat je ermee aan moet. Eritreeërs begrijp ik goed, maar Syriërs of Oekraïners vaak niet. Al deze huisartsen hebben ook moeders, tantes, neven die óók tegen problemen in de zorg aanlopen. Dan is de motivatie groot er iets aan te doen.’

‘Een tolk brengt letterlijk zinnen over, maar een gesprek is meer dan een opeenvolging van zinnen. Bij basale klachten als pijn in je pink is een tolk prima, maar niet als de problemen psychosociaal zijn, dan heb je de voelsprieten van een dokter nodig. Die kan de woorden van een patiënt in een medische context zetten.’

Muguletha laat een softwaresysteem bouwen en bedenkt een werkwijze. Huisartsen die met hun patiënten in de knel zitten kunnen een collega van AlloMedics inschakelen. Die brengt in een gesprek van een uur de voorgeschiedenis en de (medische) problemen van de patiënt in kaart. Dat gaat – met een behandeladvies – terug naar de verwijzende huisarts. Zo blijft de oorspronkelijke huisarts de hoofdbehandelaar.

Patiënten blij, huisartsen blij, zorgsysteem blij want de oplossing ligt in de – goedkope – eerstelijnszorg. Maar dat blijkt buiten de onwrikbaarheid van de zorginstituties gerekend.

Want hoe laagdrempelig ook, de huisartsen die bijspringen moeten natuurlijk wel worden betaald. Daarvoor moet Muguletha langs bij de NZa, de Nederlandse Zorgautoriteit, de marktmeester van de Nederlandse zorg die over de betalingen gaat.

Interessant concept, zegt de NZa, maar eerst moeten we zeker weten dat dit zorg is die binnen de basisverzekering past. En daarover gaat het Zorginstituut. Dat is er verbazingwekkend snel uit: de zorg van Allomedics is ‘zorg zoals huisartsen die plegen te bieden’. Vergelijk het, schrijft het Zorginstituut, met de inzet van specialisten ouderengeneeskunde of artsen voor verstandelijk gehandicapten in de eerste lijn: als een huisarts er met specifieke, kwetsbare patiënten niet uitkomt, kan die doorverwijzen naar deze meer gespecialiseerde collega’s.

Vergoede zorg, dus. Maar dan komen de vragen: hoe en hoeveel? Specialisten ouderengeneeskunde en artsen voor verstandelijk gehandicapten krijgen voor een consult van een uur 180 euro. Dat wil Mulugheta ook, maar dat gaat niet gebeuren, zegt de NZa. Dan moeten ze een nieuwe ‘betaaltitel’ aanmaken, en ze willen juist snoeien in de betaaltitels.

Dus Mulugheta kan een gewoon consult laten declareren (‘maximaal 22,03 euro’, snuift ze verontwaardigd), of een ‘meekijkconsult’. Of ze moet met álle zorgverzekeraars en meer dan 100 zorggroepen werkafspraken maken.

Maar van de zorgverzekeraars steunt voorlopig alleen Menzis het plan van Mulugheta. De rest, zo blijkt uit de zienswijze van Zorgverzekeraars Nederland die de NZa opvroeg, wil graag eerst ‘een experiment, zodat vanuit de resultaten van het experiment kan worden bekeken of een reguliere prestatie op een later moment passend is’. Onzinnig, vindt Mulugheta, het Zorginstituut schrijft toch niet voor niets dat zij reguliere huisartsenzorg biedt?

‘Ik ben nu twee ton lichter. Sinds april zijn we gestopt met consulten via AlloMedics. Op deze manier is het niet te betalen. D66 heeft Kamervragen gesteld, hopelijk levert dat iets op.’

‘Voor kwetsbare Nederlandse patiënten bestaat deze extra zorg al wel. Bij de specialist ouderengeneeskunde en de arts voor verstandelijke gehandicapten konden ze opeens, poef, een betaaltitel regelen. Waarom dan niet de zorg toegankelijk maken voor deze kwetsbare groep die nu geen passende zorg ontvangt?

‘Waarom ligt in een zo diverse samenleving als de onze, waarbij patiënten en artsen dagelijks aanlopen tegen deze problemen, de bereidwilligheid om hier het verschil te maken niet bovenop de stapel? Daar zit mijn verwarring.’

Een jaar na het consult met de Eritrese vrouw kwam Mulugheta haar nog een keer tegen. In het gezelschap van een blakende baby.

Source: Volkskrant

Previous

Next