Home

Er zijn nijpender problemen in het onderwijs dan gekwetste schoolbestuurders

Dat is nog eens nieuws. Terwijl we middenin een diepe onderwijscrisis zitten, onze kinderen steeds minder leren, Nederland pijlsnel zakt op de internationale Pisa-ranglijsten, een kwart van onze jongeren amper kan lezen en we afstevenen op een lerarentekort van 10 procent, ziet Edith Hooge, voorzitter van de Onderwijsraad een ander nijpend probleem. Ze maakt zich zorgen over de positie van de schoolbesturen, zegt ze in NRC (28 september). Die ‘wordt ondergraven door het ministerie van Onderwijs en de Tweede Kamer’. Ook ziet ze dat er een ‘slecht humeur’ is jegens de schoolbesturen.

Ondergraven, oei. Waar bemoeit die nare politiek zich mee, door een beetje de macht te controleren? Kwaadaardig gedrag. Maar is er werkelijk geknabbeld aan de almacht van de schoolbesturen, van de VO-raad en PO-raad? Heeft de overheid iets aan zeggenschap, uit handen gegeven aan de besturen, teruggewonnen? Was dat maar zo. ‘De bestuurlijke verhoudingen zijn de afgelopen jaren verstoord geraakt’, zegt Hooge. Dat is wél waar. Het was een veelbelovend begin.

Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.

Er wordt één naam angstvallig verzwegen, als die van Voldemort, Hij Wiens Naam Niet Genoemd Mag Worden: Dennis Wiersma. Die zag, als eerste onderwijsminister in decennia, wat er fundamenteel mis is: dat de eindverantwoordelijke voor de kwaliteit van onderwijs, de overheid, tandeloos en vleugellam is, en degenen die de macht uitvoeren, de besturen, weinig belang hebben bij kwaliteit. Dat is ze niet eens kwalijk te nemen; het is een systeemfout. Als je scholen vraagt zich te gedragen als marktpartij, dan doen ze dat. Schoolbesturen hebben een bedrijf te runnen: hoogopgeleide leraren zijn duur, net als zittenblijvers en kleine klassen.

Eigenwijze leraren zijn hinderlijk en vaste aanstellingen onhandig. In Wiersma’s ‘afgelopen jaren’ – het waren er maar anderhalf – maakte deze een begin met het inperken van de macht van de besturen: hij wilde de leraren meer zeggenschap geven, eiste van bestuurders een dienende houding en meer afgelegde verantwoording. Incapabele bestuurders wilde hij kunnen ontslaan. Er werd een motie aangenomen van Paul van Meenen die alle onderwijssalarissen weer bij de overheid onderbrengt.

Het viel allemaal slecht bij de bestuurders, die luid klaagden over Wiersma’s beleid. Er golfde een zucht van opluchting door de bestuurskamers toen Wiersma het veld moest ruimen. Nu, in een machtsvacuüm, komt Hooge de boel sussen met een advies. Sneren naar de overheid, schouderklopje hier, veer in de reet daar. Het was allemaal nare beeldvorming. Samenwerken moeten ze, overheid en besturen, en elkaar met rust laten. Laat schoolbesturen ongestoord geld uitgeven. Alsof niet steevast onduidelijk bleef of overheidsgeld ter verbetering van het onderwijs in de klas terechtkwam.

Hooge zegt iets raars in NRC: dat we dit systeem al ‘meer dan honderd jaar’ hebben en ‘dat het in potentie tot heel goed onderwijs kan leiden’. Honderd jaar? De autonomie van de schoolbesturen en de lumpsum-financiering dateren van 1996. Daarvoor hadden we vrijheid van onderwijs, maar scholen vielen rechtstreeks onder overheidsgezag. In de 27 jaar erna, met de publieke ondernemers aan het roer, kelderden de leerprestaties, en de status van de leraar, gestaag. Overal doken onzinnige onderwijsvernieuwingen op, de werkdruk nam toe, het aantal toetsen ook, en het lerarentekort. Bedoelt Hooge dat met ‘in potentie heel goed onderwijs’?

Het zou goed zijn als de Onderwijsraad een analyse zou maken van de bestuurlijke constellatie. Dat durft het adviesorgaan niet – veel te brandbaar. Ook in zijn nieuwste advies wordt het huidige, falende systeem als van God gegeven beschouwd. Er is ook niet één politieke partij die in het verkiezingsprogramma zegt de weeffout te willen herstellen. Dat geeft weinig hoop.

Source: Volkskrant

Previous

Next